Kohls Europa kan jeugd in oud Trier niet boeien

TRIER, 21 MAART. Twee etmalen geleden zat hij nog, moeizaam vragen afwerend over de speciale Duits-Iraanse dialoog, op de snikhete antiterrorismetop in het Egyptische Sharm el-Sheikh. Op de terugreis in het regeringsvliegtuig had hij allerlei spannends in Duitse dag- en weekbladen gelezen over de “grote” coalitie die in Duitsland aanstaande zou zijn.

“Wartaal”, was zijn recensie. Had hij zich in 1966 als jong CDU-bestuurslid niet als een van de weinigen tegen de grote coalitie met de SPD uitgesproken? En had hij niet gelijk gekregen toen de SPD in 1969 met de FDP in zee ging en de CDU voor dertien jaar in de oppositie moest? Zo had de meegereisde minister Klaus Kinkel (Buitenlandse Zaken, FDP) op de terugreis uit Egypte nog een voor zijn partij geruststellend lesje politieke geschiedenis gekregen.

Daarna volgden: bijpraten op de kanselarij en een vergadering met het CDU-bestuur. De volgende dag een akelige SPD-interpellatie in de Bondsdag over de recordwerkloosheid, de opening van de 'Handwerksmesse' in München en een stevig rondje boksen aldaar met werkgeversorganisaties, die ontevreden zijn over zijn regeerwerk. Aansluitend verkiezingsoptredens in Lörrach en Vellingen in Baden-Württemberg. De dag van vandaag, vrijdag, bracht de bijna 66-jarige een staatsbezoek en een uurtje Bondsdag, 's middags een kabinetsvergadering. Daarna per helikopter naar verkiezingsoptredens in Rijnland-Palts, namelijk in Trier en Kaiserslautern. De volgende avond wachten zulke optredens in Elmshorn en Bad Oldesloe in Sleeswijk-Holstein.

Helmut Kohl is net in Trier geland en schuifelt tussen een groep veiligheidsmensen naar een podium voor de beroemde Porta Nigra, die het decor zal zijn voor het verkiezingsoptreden van de kanselier en de regionale CDU-kandidaat in Rijnland-Palts, Johannes Gerster. Van Kohl wordt gezegd dat hij dol is op dit soort gebeurtenissen, op het Bad in der Menge. Wie aan het beestenwerk denkt dat hij zijn agenda noemt, mag dat betwijfelen, maar zoveel is zeker: hij maakt de veiligheidsmensen in de drukte doodnerveus met zijn langdurige handenschudden. Even later hebben ze hem dan toch tussen duizenden mensen doorgeduwd en staat hij rillerig op het podium, handen diep in de zak van een zwarte jas die tot onder de kin is dichtgeknoopt.

Hij was hier ooit, in de jaren zeventig, premier. Nu is hij alweer bijna 14 jaar kanselier, 23 jaar CDU-voorzitter, zijn vrouw zou graag zien dat hij ermee stopte, lees je in sommige kranten. Hij mag en kan er niet mee stoppen, ook in 1998 niet, de CDU heeft niemand anders, lees je in weer andere kranten. En zeggen allerlei CDU-toppers nu al. Maar toch, Kohls coalitie is volgens vele media langzamerhand uitgeregeerd, zij leeft van de oppositionele zwakte van de SPD. Haar coalitiemeerderheid in de Bondsdag is klein en wankel door de nervositeit van de FDP, die immers haar genadeklap zou kunnen krijgen in de deelstaatverkiezingen van 24 maart in Rijnland-Palts, Sleeswijk-Holstein en Baden-Württemberg.

Bovendien, zeggen media, kan de SPD met haar meerderheid in de Bondsraad veel wetgeving blokkeren terwijl nieuwe hervormde wetgeving juist zo dringend is om Duitsland uit zijn economische treurnis en zijn vastgeroeste structuren te bevrijden (rigide arbeidsmarkt en werktijden, overdadige regelgeving, te dure sociale zekerheid, te weinig innovatie en onderzoek). Andere vragen die Kohl in de hoofdgroep “wartaal” onderbrengt: zendt CDU-fractieleider Wolfgang Schäuble niet al een tijd signalen uit naar de SPD? Zijn de premiers van de deelstaten, die een eigen economisch crash-programma voorbereiden, niet “ten koste van Bonn” aan het oprukken naar een nieuwe machtspositie in Duitsland?

Johannes Gerster, een man die op een veilige plek in de Bondsdag zat, heeft na een reeks interne CDU-moordpartijen een offer gebracht door zich beschikbaar te stellen als lijsttrekker in Rijnland-Palts. Hij weet zich kansloos tegen de populaire SPD-premier Kurt Beck. Gerster, een man met een hoge stem en zo'n brilmontuur dat de glazen aan de onderkant steunt, houdt nogal zichtbaar van pommade. Als hij boos en warm raakt, rollen druppels van dit capillaire middel omlaag, er wordt hier en daar gegrinnikt. Nadat Gerster in een kwartiertje een vrij plompig anti-roodgroen-verhaal heeft afgedraaid (“Onze Helmut Kohl heeft in de jaren zeventig de chloorchemische industrie hierheen gehaald, rood-groen wil die nu gaan verbieden”), krijgt de kanselier het woord voor een toespraak die liefst vijf schorre kwartieren gaat duren.

Aan Rijnland-Palts en de verkiezingen dáár besteedt Kohl weinig tijd, het is alsof hij in gedachten al veel verder is dan 24 maart. Bijvoorbeeld al na de komende zomer, wanneer, zeggen economische instituten, de conjunctuur weer is aangetrokken en de voor hem interessante slagen gaan vallen. De slag om de Europese muntunie, om Europa, bijvoorbeeld. En daarna de slag om een volgende Bondsdag-meerderheid. Jonge socialisten vragen hem per rood spandoek waarom hij nog niet met pensioen is. “Omdat de kiezers dat zo willen”, roept Kohl en voegt daaraan nog een andere vaste grap toe: “Jullie zijn jong maar jullie hebben oeroude ideeën”. Dat Helmut Schmidt er soms zo razend over is dat zijn opvolger nog dit jaar het kanseliersrecord van Konrad Adenauer gaat breken (14 jaar) is op zo'n moment te begrijpen.

De CDU-aanhang voor de Porta Nigra is gemiddeld niet zo jong meer en is in dat opzicht niet alleen een weerspiegeling van het CDU-electoraat maar ook van de vergrijzende Duitse samenleving. Kohl prijst de oudere generaties die voor het Wirtschaftswunder en - als Trümmerfrauen - de opbouw uit de naoorlogse ruïnes hebben gezorgd. Ze krijgen zijn belofte dat er niet aan hun AOW zal worden getornd. Er moet veel worden hervormd en vernieuwd, zegt hij een paar keer, maar vast moet blijven staan waaraan Duitsland zijn welvaart dankt: gezin, trouw, zelfvertrouwen, vlijt, discipline, inkomensmatiging, moedige jonge mensen, leraren die autoriteit en niet autoritair zijn. Dan doet hij een paar stappen naar rechts: Aan al die Schmarozzer (lanterfanters), die misbruik van de sociale zekerheid maken en niet willen werken, heeft het land niets. Groot applaus van de ouderen, gejoel en gefluit van de jongeren tegen de huizenrand.

Dan volgt een gesproken excursie naar de grote wereld van de internationale politiek. Naar zijn vrienden als Bill Clinton, Sjak Sjirac (een vrij nieuwe), Boris Jeltsin, die Rusland moet zien te behoeden voor een “voor ons allen gevaarlijke” terugval naar nationalisme of communisme. “Dan moeten we weer geld voor raketten gaan uitgeven, en dat willen we niet, we willen vrede.” Van daar is het maar een stap naar de Europese integratie, waaraan de Duitse jeugd het te danken heeft dat zij - anders dan in de eerste helft van deze eeuw - niet meer bang voor oorlog hoeft te zijn. Maar Europa boeit ook in het oude Trier niet voldoende, het publiek begint geleidelijk aan te vertrekken en dwingt zo het einde van de bijeenkomst en Kohls vertrek naar Kaiserslautern af. Een Duitse krant zal nog op de symbolische waarde van deze afloop wijzen.