Industrieel verleden

Blauwe Kamer Profiel, nr 1, 1996. Tijdschrift voor landschapsontwikkeling en stedebouw. Uitgave van de stichting Lijn in Landschap, Herenstraat 32, 6701 DL Wageningen, tel. 0317 425890. Jaarabonnement: ƒ 115,-.

Het Ruhrgebied probeert zijn imago van vervuild mijnbouwgebied van zich af te schudden. De komende zeven jaar worden in de Emscher regio - ruwweg de streek tussen Duisburg en Dortmund - zo'n 100 woningbouw-, recreatie- en milieuprojecten uitgevoerd onder de paraplu van de Internationale Bau-ausstellung Emscher Park (IBA). Noël van Dooren, redacteur van Blauwe Kamer Profiel, tijdschrift voor landschapsontwikkeling en stedebouw, ging er kijken. Hij schetst een panorama van oude watertorens, verlaten mijnschachten met enorme takelwielen, vervallen hoogovens en grote lege hallen. Een soort sprookjeslandschap uit een reusachtige meccanodoos, schrijft Van Dooren, in een web van verlaten spoorlijnen met roestige bruggen.

Nu de bodemschatten op zijn en de mijnbouwindustrie vertrokken is, heeft de werkloosheid toegeslagen, terwijl de erfenis van een kortstondige rijkdom zijn stempel op het landschap drukt. Het stinkt hier nog steeds, meldt de schrijver. Alle heuvels in de wijde omtrek zijn afvalhopen van de mijnbouw. Oorspronkelijk was dit een vlak gebied, dat hier en daar wel 20 meter afgegraven is. Er stroomt een kanaal dat niet meer is dan een open riool. Door de voortdurende bodemverzakking, waarmee de mijnbouw gepaard ging, kon op veel plaatsen geen riolering worden aangelegd en die taak is nu overgenomen door het kanaal.

Het is de bedoeling van de Internationale Bau-ausstellung (IBA), die loopt tot 1999, om de bewoners van het Emschergebied weer een gevoel van trots op hun regio bij te brengen. De sporen van een bedrijvig verleden worden daarbij niet uitgewist, maar als inspiratiebron gebruikt.

Het werkterrein omvat zo'n 800 vierkante kilometer en de IBA-initiatieven beslaan bijna een derde van die oppervlakte in 17 gemeenten. Subsidies zijn afkomstig van structuurprogramma's voor economische ontwikkeling, watersaneringsfondsen en de Europese Unie. Er zijn vijf hoofdprojecten, waaronder het Emscher Landschaftspark, waarin men de bestaande groengebieden, die erg versnipperd zijn geraakt, wil opknappen en door nieuwe groenstroken met elkaar verbinden. Zo komt er een 200 kilometer lang fietspad door het groen, grotendeels over niet meer gebruikte spoorlijnen. Ook het stinkende riviertje de Emscher zal worden aangepakt. Daar komt een rioolstelsel met zes waterzuiveringen, waarvoor een architectuurprijsvraag is uitgeschreven. Het programma Arbeiten im Park moet de nodige economische impulsen bieden. In de tuinsteden worden 3000 woningen opgeknapt en even zovele gerenoveerd. En ten slotte moet voor de oude industriegebouwen een nieuwe bestemming worden gevonden.

Eén van de in totaal bijna 100 projecten is een landschapspark, bijna 200 hectare groot, rondom de oude hoogovens in Duisburg-Noord. De 'industriële natuur' van zo'n oud mijnbouwgebied is heel anders dan de natuur van de oorspronkelijke omgeving, maar wel fascinerend. Getuige de foto's in de Blauwe Kamer is het hier 's zomers één bonte kleurenpracht, te midden van al die roestige oude staketsels. Misschien wel 40 procent van de plantensoorten die hier groeien komt nergens anders voor. Mooi meegenomen is dat deze dynamische plantengroei tegen een stootje kan. Je kunt hier rustig bloemen plukken, een kampvuur stoken of op een mountainbike rondscheuren.

Bij alle vernieuwing in de Emscher-regio wil men het industriële verleden laten doorklinken. Zo wordt voor nieuwe voet- en fietspaden steenslag van de vroegere spoorbaan fijngemalen en voor een nieuwe halfverharding gebruikt. De nog te storten puinkegel van de Mottbrucher Halle krijgt, in samenwerking met twee kunstenaars, bijzondere vormen en zal uiteindelijk een soort vulkaankrater vormen.

In het project Lappkes Mühl wordt een soort laaglandbeek nagebouwd, ook al is dat eigenlijk een illusie, omdat door de bodemdaling het beeksysteem met pompen stromend moet worden gehouden. De huidige in beton gegoten stromen horen bij het oude industrielandschap, anderzijds zou het voor de recreant leuker zijn om aan een natuurlijker kabbelend oevertje te poedelen. Dit dilemma heeft men nog niet opgelost. Ontwerpers, zegt van Dooren, zijn nog op zoek naar een nieuwe vormentaal. Misschien moet men nieuwe parallele watersystemen bouwen, die een dialoog aangaan met de huidige rechtlijnige stromen.

Oeps. Parallelle watersystemen die een dialoog aangaan? Het taalgebruik in de Blauwe Kamer gaat je soms door merg en been. Wist u bijvoorbeeld dat de basis van het groenstructuurplan voor Nijmegen wordt gevormd door drie pijlers en negen lagen? En dat het geërodeerde landschap ten oosten van Finsterwolde bestaat uit een 'eindeloos woud van rode stenen kernen als plateaus, waaruit je kunt afdalen in een kathedraalachtig landschap vol onverwachte plekken en details'? In dit blad is sprake van 'transparante geluidsschermen, die zichzelf ontkennen', en van 'geconcentreerd bouwen rond de drager met voorzieningen bij de knooppunten'.

En dan te bedenken dat de onderwerpen in de Blauwe Kamer juist zo de moeite waard zijn. De vormgeving ademt een en al ruimte, rust en goede smaak.