Inbedding Thoraxcentrum kan enkele jaren duren

Vorig jaar overleed een patient met longkanker na nalatigheden na een operatie in het thoraxcentrum in Breda . De doktoren zegden het vertrouwen op in hun directeur. Een commissie boog zich vervolgens over het functioneren van het centrum. Gisteren werd verslag uitgebracht.

BREDA, 21 MAART. “Lente voor het thoraxcentrum!” Opgeruimd wandelt prof. dr. R.J. In 't Veld de kapel uit van het in de bossen gelegen medisch centrum De Klokkenberg in Breda. Hier heeft hij een toelichting gegeven op het rapport dat een commissie onder zijn leiding opstelde over het functioneren van het in opspraak geraakte thoraxcentrum.

In de kapel stonden tientallen artsen en verpleegkundigen gisteren naar de uitleg te luisteren. Bestuurskundige In 't Veld, voormalig directeur-generaal hoger onderwijs op het ministerie van Onderwijs, roemde de sfeer onder het personeel van het thoraxcentrum. “Het is een vriendenclub. Deze sfeer doet het beste vermoeden voor de toekomst. Er is een grote bereidheid om zich te laten overtuigen van de noodzaak om verbeteringen aan te brengen, in het belang van de hartchirurgische zorg”, aldus In 't Veld.

Medisch centrum De Klokkenberg bestaat uit vijf aparte klinieken, waaronder het thoraxcentrum dat vijftien jaar geleden werd opgericht. De commissie onder leiding van In 't Veld heeft de raad van toezicht nu dringend geadviseerd het thoraxcentrum 'in te bedden' in een samenwerkingsverband met een ander algemeen ziekenhuis in de regio. Eigenlijk wil de commissie dat centrum in zijn geheel wordt overgeheveld naar een ziekenhuis waar artsen in direct contact staan met medisch verwante disciplines.

Samenwerking met verwante disciplines is in De Klokkenberg niet mogelijk. Wel bestaat er een samenwerkingsverband met het Bredase Ignatiusziekenhuis, maar dat is volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg onvoldoende. Het ligt voor de hand dat binnenkort onderhandelingen beginnen met bijvoorbeeld het Ignatius ziekenhuis over de integratie van het thoraxcentrum aldaar. In 't Veld: “Het is zaak om nu niet te twijfelen maar door te tasten. Uitstel en weifel helpen niet.”

Maar de raad van toezicht houdt de boot voorlopig af. Zij heeft weliswaar 'met waardering' kennis genomen van het rapport, maar wees er gisteren op dat bij het veilig stellen van de hartchirurgische zorg in Breda ook rekening moet worden gehouden met de vier andere klinieken van De Klokkenberg. Voorzitter M. van den Dungen wil zelfs de mogelijkheid niet uitsluiten dat het thoraxcentrum voor De Klokkenberg behouden kan blijven. “Hier staat een optimaal ingericht gebouw met alles erop en eraan en met deskundige specialisten en verpleegkundigen. Wellicht is het ook mogelijk om de flankerende disciplines hierheen te halen.”

Volgens de raad van toezicht kan het nog wel enkele jaren duren voordat de 'inbedding' van het thoraxcentrum in een algemeen ziekenhuis een feit is. In totaal werken 950 mensen in het ziekenhuis (550 formatieplaatsen) van wie zo'n tweehonderd in het thoraxcentrum. “Laten de vier overige klinieken ook proberen een samenwerkingsverband met een zorginstelling te sluiten”, suggereert In 't Veld. Hij wees er gisteren op dat de overheid als verlener van vergunningen de overheveling van het thoraxcentrum naar een ander algemeen ziekenhuis kan afdwingen.

De moeilijkheden in het hart- en longcentrum onstonden in oktober 1995, toen de specialisten van het thoraxcentrum het vertrouwen opzegden in algemeen directeur dr. G. Tanke van De Klokkenberg. Hij zou onvoldoende overleg voeren met de specialisten. Bovendien zou hij zijn thoraxchirurgen onvoldoende hebben gesteund toen bekend werd dat een longkankerpatiënt in september overleed als gevolg van een fout bij een voorbereidende operatie.

In 't Veld meent dat de voornaamste gebreken van De Klokkenberg schuilen in “de menselijke omgang”. “De contacten tussen de directie en het thoraxcentrum zijn danig verstoord. Er is sprake van een onherstelbare vertrouwensbreuk. De communicatie verliep de laatste tijd via roddel, achterklap en de pers.”

Enkele weken geleden werd algemeen directeur Tanke door de raad van toezicht 'in de luwte' gezet en werd hem de verantwoordelijkheid voor het thoraxcentrum ontnomen. Nu mag hij zich definitief niet meer met het centrum bemoeien. Er komt binnenkort een tweede directeur die wordt belast met het thoraxcentrum. Cardioloog prof. dr. A. Dunning, tevens lid van de commissie die gisteren rapport uitbracht, is met onmiddellijke ingang benoemd tot medisch adviseur voor het thoraxcentrum van De Klokkenberg.

Volgens Dunning vragen nieuwe ontwikkelingen in de hartchirurgie om “hulp en steun” van andere disciplines. “Het aantal hartoperaties neemt toe. De overheid wil dat ook. De patiënten worden ouder, er worden steeds vaker mensen van boven de zeventig en tachtig geopereerd. Ook worden er meer heroperaties verricht. Daarnaast treden bij ouderen begeleidende ziekten op, zoals longziekten en suikerziekte. Daarvoor is intensieve samenwerking met internisten, longartsen en algemeen chirurgen nodig”, aldus Dunning.

De specialisten van het thoraxcentrum zijn redelijk tevreden over de voorstellen. “We proberen het positieve uit deze situatie te halen”, zegt anesthesist C. Theunissen. De specialisten zien hun wens voor een tweede man naast Tanke gehonoreerd en stemmen in met een aantal veranderingen in hun centrum. Zo stelt de commissie voor een driehoofdige leiding in het thoraxcentrum in te voeren: een medisch hoofd, een algemeen manager en een verpleegkundig hoofd. Het medisch hoofd moet voorzitter worden van het team en als zodanig verantwoordelijk zijn. Ook moeten de specialisten meer doen aan 'kwaliteitsborging': behandelingen in protocollen vastleggen, een risicoanalyse voor operaties maken, wachtlijsten registreren.

In 't Veld en de zijnen zegt onder de indruk te zijn geraakt van de werkwijze in het thoraxcentrum. “Het is smooth operating. De keerzijde van deze informele, ambachtelijke cultuur is dat weinig wordt vastgelegd. Het hebben van oog contact is niet voldoende. Kwaliteitsborging is noodzakelijk, de specialisten hebben ook in de nasleep van het overlijden van de longkankerpatiënt gemerkt hoe kwetsbaar ze daardoor zijn voor kritiek van buitenaf.”

In een onderzoek naar het overlijden van de patient oordeelde de Inspectie dat de doktoren tijdens de operatie een complicatie over het hoofd hebben gezien. Dit leidde tot een “opeenstapeling van fouten, tekortkomingen en nalatigheden”. Longoperaties zijn opgeschort, nadat de inspectie vond dat dergelijke operaties in De Klokkenberg niet verantwoord waren.

In het rapport maakte de Inspectie met name de eerst verantwoordelijke thoraxchirurg ernstige verwijten. Deze heeft zich inmiddels teruggetrokken als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Thoraxchirurgie (NVT). Het NVT-bestuur wil een nieuw onafhankelijk onderzoek laten instellen naar het overlijden van de patient. De vereniging vindt dat de inspectie ten onrechte heeft geconcludeerd dat alleen de eerst-verantwoordelijke thoraxchirurg ernstige tot zeer ernstige verwijten kunnen worden gemaakt. “De naam en faam van een bij ons als honorabel bekend staande thoraxchirurg worden door dit rapport onherstelbaar beschadigd”, aldus thoraxchirurg R. Bakhuizen, waarnemend voorzitter van de vereniging.