In het regenwoud

Je wordt er niet vrolijk van, het moderne regenwoud. Waar de bomen nog overeind staan worden de dieren doeltreffend verwijderd. Langs de grens van Kameroen en Nigeria bijvoorbeeld. Een meerdaagse tocht levert veel fraais op. Enorme neushoornvogels die uit de boomkruinen opstijgen met loodzwaar zoevende vleugelslagen en ijle babykreetjes. Varanen op krokodilgrootte die de bezoeker een geslaagde boomstronk-imitatie voorzetten, en die vervolgens bederven door stampend in de ondergroei te verdwijnen.

Maar met een echte kenner erbij krijgt zo'n tocht toch vooral een historisch karakter. Een overweldigend, naar Hollywood-kitsch neigend panorama - compleet met van rotsen afhangende lianen, vleermuisgrot en torenhoge bomen - krijgt de kanttekening: 'Vroeger kon je hier vaak bosolifanten zien. Maar door de jacht en stroperij komen ze hier al jaren niet meer.'

En zo zijn er meer diersoorten waarvan in delen van het reservaat vrijwel ieder spoor ontbreekt. Een terughoudend, stil verblijf in een van oudsher door chimpansees bezocht gebied levert één angstige roep in de verte op. En een flink aantal, vrolijk rood gekleurde geweerpatronen van stropers. Afgesneden takken markeren stukjes bosbodem met bloeddruppels: tijdelijke opslagplaatsen voor geschoten wild. Geen wonder dat de chimpansees hun rust ergens anders proberen te zoeken.

Gids Kennedy gaat met zijn 22 jaar al wat gebukt door het leven. Hij komt niet graag meer in zijn geboortedorp, dat midden in het reservaat ligt. Zelf heeft hij belangstelling voor het doen en laten van dieren, maar zijn kennissen zijn vooral in hun marktwaarde geïnteresseerd. In golven heeft hij de invloed van plaatselijke en bezoekende stropersgroepen op het dierenleven meegemaakt - met dan weer een verslechtering, dan weer even wat herstel. “Maar nu gaat het te hard. Veel te hard.” Binnen de natuurbescherming, waarin volop met titels geschermd wordt, zijn Kennedy's kansen op groei gering. Hij weet weliswaar alles van dieren en het park, maar heeft geen opleiding gevolgd. “Ik weet te weinig, dat is het probleem.”

Maar dagenlang rondlopen en kamperen met een buitenlander geeft weer wat inkomsten. En informatie, want deze komt uit Nederland. Waarom voetbalt Bergkamp niet goed meer? Bij het licht van een kaarsje bespreken we in het erg zwarte nachtelijke oerwoud de Engelse voetbalcompetitie, die hij nauwgezet via de radio volgt.

Een lange, warme ochtend posten voor een begroeide rotsformatie levert niet op wat we zochten. Hier horen nu kaalkopkraaien te broeden. Zo lang we er zitten laten ze volledig verstek gaan. Geen blik op hun kleuren, hun buitenissige kale schedel en veerkrachtige sprongen - stilte alom. Ze zijn bedreigd, regelmatig verdwijnt in West-Afrika weer een kolonie van deze vogels door het oprukken van plantages en door stroperij. Maar dat is toch ook wel een beetje de eigen schuld van die vogels. Ze willen hun moddernest alleen maar tegen beschutte, steile rotswandjes plakken, en dan nog het liefst in een grot ook. Onbereikbaar voor slangen en andere ouderwetse belagers, maar vaak onder handbereik van mensen. De vogels weigeren vooralsnog naar alternatieven te zoeken en blijven hun oude gang gaan.

Zo zit de wereld niet meer in elkaar, bedenk je, terwijl je het zweet uit de ogen veegt en de trekmieren van de broek klopt. Anders dan in samenvattende natuurfilms, komt hier een ochtend lang niets voorbij gefladderd of gehuppeld. Het geeft je de gelegenheid de zonden van de mens weer eens grimmig te overdenken. De uitkomst is net zo broeierig als de omgeving. Die obscure kaalkopkraai is maar één soort die het mogelijk niet zal redden. Het doek moet nog vallen, maar hangt al behoorlijk laag. Zoals voor zoveel dieren - de onbekende en de beroemde. Onbegrijpelijk blijft dat chimpansees, waar heel de wereld van houdt of om lacht, hooguit in symbolische aantallen zullen overleven. Met af en toe een gastoptreden in een reclamespotje op tv. Roemrijk of roemloos verdwijnen - het zal chimpansees en kaalkopkraaien, bondgenoten tegenover een overmacht, weinig uitmaken.

Na lang vergeefs wachten toch maar eens poolshoogte genomen bij de nestplaats zelf. En inderdaad - één onbewoonbaar verklaard nest hangt nog tegen de wand geplakt, halve modderkringen geven aan dat de overige er zijn afgerukt. Vernield. Op de grond één veertje. Na lang zwijgend de bodem te hebben afgespeurd zegt Kennedy gelaten: “Ze hebben alle eieren gepakt. En de jongen die er waren ook.” En hij doet met zijn kleine gestalte voor, hoe je door omhoog te springen een nestrand kunt vastgrijpen.

Het is napraten, maar toch het weten waard. Waren het de plaatselijke jagers? Professionele stropersgroepen op doortocht, uit Kameroen zelf? Of die uit Nigeria? Kennedy kijkt me pijnlijk getroffen aan. “Nee. Chimpansees.”