Homofonen (3)

In zijn artikel 'Duizend Nederlandse Homofonen' in de wetenschapsbijlage van 7 maart schat Hugo Brandt Corstius (HBC) het aantal homofonen in het Nederlands.

(Homofonen zijn woorden met verschillende betekenis en spelling maar met dezelfde uitspraak.) Hij onderscheidt 'systematische' homofonen die voortkomen uit verbuigings- en vervoegingsregels (bied-biedt, logé-logée) , en 'onsystematische' zoals kou-kouw-kauw en eis-ijs. Het aantal leden van deze laatste groep stelt hij op ongeveer 1.000, dat wil zeggen zo'n vierhonderd groepjes van homofone duo's, trio's of kwartetten. Het aantal systematische homofonen schat HBC in dezelfde orde van grootte: vijfhonderd koppels van gelijkluidende maar ongelijkvormige woorden. Dus ruim 1.000 woorden die door het leven gaan als lid van een tweeling, drieling of zelfs zesling voortgebracht door verbuiging of vervoeging.

Dit laatste getal is evenwel een forse onderschatting. Al een jaar of zeven geleden hebben wij een computerprogramma geschreven dat de uitspraak van Nederlandse woorden kan bepalen. Dit programma hebben we losgelaten op een elektronische versie van het Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands dat, met inbegrip van verbogen en vervoegde vormen, zo'n 250.000 woorden bevatte. Dit leverde een lijst op van enkele tienduizenden homofonen. Daaruit hebben we meer dan vierduizend spellingvalkuilen geselecteerd: duo's als gebeurd-gebeurt; trio's als wend-wendt-went; tot en met het ene sextet weid-weidt-weit-wijd-wijdt-wijt.

Naar aanleiding van HBC's artikel hebben we de telling nog eens overgedaan, nu aan de hand van de CD-ROM van CELEX (Nijmegen) die voor zo'n 330.000 woordvormen niet alleen de spelling geeft, maar ook de uitspraak (in een fonologische code). Het resultaat: ruim 33.000 homofonen (systematische en onsystematische bij elkaar; in bijna 16.000 koppels). Dus maar liefst tien procent van de woordenschat. De overgrote meerderheid daarvan is zó oninteressant dat zelfs HBC ze over het hoofd heeft gezien: paren als rende-renden en overige-overigen, die het gevolg zijn van het niet-uitspreken van de slot-n. Ze veroorzaken hier en daar een spellingprobleem (bijvoorbeeld in Ze rende(n) met z'n alle(n) naar het station) maar we vonden het destijds niet de moeite waard ze op te nemen in de vierduizend spellingvalkuilen.

Amusanter is de ontdekking dat het Nederlands homofone achtlingen kent: weidde-weidden-weide-weiden-wijdde-wijdden-wijde-wijden en verweidde-verweidden-verweide-verweiden-verwijdde-verwijdden-verwijde-ve rwijden. (Verweiden betekent: (vee) in een andere wei leiden.)