Het voordeel van de witte werkster; 'Fine tuning' in schoonmaakwerk

Er zijn al wachtlijsten voor de witte werkster. Die is namelijk goed opgeleid, bij ziekte komt er een vervanger en ze komt ook voor een eenmalige klus; de grote schoonmaak bijvoorbeeld.

De Dienstenwinkel, Amsterdam. Inl 020-4215173

Den Haag, Projecten in dienstverlening. Inl 070-3213878

Particuliere Klussen, Service van de Arbeidsvoorziening, Rotterdam. Inl 010-4039193

Op Maat, Winschoten. Inl 0597-456444

Ik wil geen zwarte werkster meer. Ik neem voortaan alleen nog witte werksters.'' Wie bij deze mededeling de wenkbrouwen fronst, heeft het mis. Er is hier geen sprake van discriminatie, want de huidskleur van de witte werkster doet er niet toe. Het onderscheid tussen zwart en wit is in dit geval vooral interessant voor de Belastingdienst.

De witte werkster (m/v) is onmiskenbaar in opmars. “Het gaat boven verwachting, het is onvoorstelbaar, we hebben zelfs een wachtlijst moeten aanleggen”, zegt H.J.J. Cornelisse van De Gast Schoonmaakbedrijven. Begin dit jaar opende het bedrijf in Amsterdam een Dienstenwinkel, waar Cornelisse directeur van is. Dankzij subsidies van het ministerie van Sociale Zaken, kan het bedrijf schoonmakers bij particulieren laten werken voor vijftien gulden per uur. Daarmee is de witte werkster een directe concurrent geworden voor haar zwart werkende collega, die doorgaans hetzelfde kost.

De witte werkster heeft verschillende voordelen boven de zwartwerksters. Behalve het prettige gevoel dat men niet meewerkt aan belastingontduiking, krijgt men gespecialiseerd personeel in huis dat efficiënt en volgens strakke regels werkt. Bovendien is men altijd verzekerd van hulp: als de vaste hulp ziek is komt er gewoon een vervanger. Anderszijds kan de witte werkster ook eenmalig komen, bijvoorbeeld voor de grote voorjaarsschoonmaak.

De Dienstenwinkel heeft nu 52 mensen in dienst, die 32 uur per week werken tegen een netto salaris van rond de 1.600 gulden. De medewerkers zijn voornamelijk vrouwen en de helft is allochtoon. Samen houden zij in zo'n tweehonderd huishoudens in de hoofdstad de boel aan kant. Op de wachtlijst staan nog eens 60 aanvragers die overigens binnenkort bediend zullen worden, meldt Cornelisse. Op dit moment worden namelijk nog eens twintig mensen opgeleid in het eigen trainingscentrum van De Gast. Die opleiding vormt het cruciale verschil tussen de zwartwerker en de witte werkster. Cornelisse: “Naast een schoonmaaktraining, ligt de nadruk in die opleiding vooral op sociale vaardigheden. We leren mensen dat ze op tijd moeten komen en dat ze zich houden aan bepaalde omgangsvormen. Dat je bijvoorbeeld wel de radio mag schoonmaken, maar dat je hem niet ongevraagd mag aanzetten. En dat je niet zomaar iets te drinken mag pakken, maar dat daarover afspraken moeten worden gemaakt.”

Het eigenlijke schoonmaken wordt geleerd in de oefenruimten die De Gast in gebruik heeft. “Hoe je bijvoorbeeld een badkamer moet schoonmaken”, vertelt Cornelisse. “Dat je een planchet met zes flesjes erop niet schoon maakt door steeds één flesje op te tillen en daaronder af te nemen. Je kunt beter alles eraf halen, schoonmaken en daarna de flesjes precies zo terugzetten als ze stonden. We leren de schoonmakers ook dat ze van boven naar beneden moeten werken, omdat het geen zin heeft om eerst te zuigen en dan te stoffen.”

En ten slotte gaat het in de lessen om de puntje op de i. “We zeggen tegen mensen, als je klaar bent, kijk dan nog eens rond. Je kan wel heel goed hebben schoongemaakt, maar als er daardoor een stoel scheef staat, geeft het nog een rommelige indruk. Zorg voor een goede aanblik, met dat soort fine tuning zijn we nu bezig. En ere wie ere toekomt, ik heb veel waardering voor hoe de mensen dat oppakken. Het schoonmaken is een vak en dat dragen ze uit.”

Toch blijken de klanten - vooral alleenstaande werkenden en tweeverdieners - vooralsnog niet veel dieper in de buidel te willen tasten voor die extra kwaliteit, zo leert de ervaring in Den Haag. Een ongesubsidieerd initiatief, opererend onder de naam Thuishulpbureau De Inzet, strandde daar na een klein jaar. Aanvankelijk berekende het bureau 35 gulden per uur voor schoonmaakwerk. Maar al snel moest die prijs naar beneden, zodat een hulp in de huishouding tussen de 28 en de 31 gulden ging kosten, afhankelijk van het aantal afgenomen uren. “De omzet steeg elke maand, maar uiteindelijk niet voldoende voor een rendabele bedrijfsvoering”, zegt Ine Burgers, een van de oprichtsters van De Inzet.

Burgers leidt nu echter sinds januari een wel gesubsidieerd project dat werd opgezet door de Vrolijkgroep, ook een schoonmaakbedrijf. Het project werkt net zo als de Dienstenwinkel in Amsterdam, zij het dat de medewerkers hier niet worden opgeleid bij het schoonmaakbedrijf zelf, maar bij de Stichting Scholing en Vorming Schoonmaakbedrijven en -diensten (SVS). Inmiddels werken er negen mensen in het project, die 50 huishoudens van dienst zijn tegen een tarief van zestien gulden per uur. Elke twee weken komt er een nieuwe werknemer bij om aan de vraag te kunnen voldoen, meldt Burgers. De markt is gigantisch groot, weet zij.

Behalve het wekelijks bijhouden van het interieur, biedt men in Rotterdam en in Amsterdam ook de mogelijkheid een hulpkracht eenmalig in te huren. Bijvoorbeeld voor het opknappen van kleine klusjes in huis of het maaien van het gras. Stelregel daarbij is, aldus Cornelisse, dat men andere dienstverleners niet in de weg zit. “Wat dozen versjouwen bij iemand die net verhuisd is mag, maar dozen uitpakken is werk voor verhuizers”, zegt hij. Met hulp bij een grote schoonmaak zitten de witte werksters echter niemand in de weg. In Den Haag is de voorjaarsschoonmaak zelfs in de aanbieding. Maar het loopt nog niet storm. Burgers: “Mensen zijn het nog niet zo gewend dat je daarvoor hulp kunt inhuren.”

Maar dat zal veranderen, meent Burgers en ook de vraag naar wekelijkse hulp zal toenemen. Vandaar dat de Vrolijkgroep binnen afzienbare tijd ook in Rotterdam wil beginnen, waar nu overigens al een klussenproject loopt van de Arbeidsvoorziening. Ondertussen heeft De Gast ook uitbreidingsplannen, volgens Cornelisse wordt er gepraat met vijf gemeenten. Bovendien is Cornelisse in gesprek met verzekeringsmaatschappijen, die de witte werkster wellicht willen gaan opnemen in bijvoorbeeld het pakket van een ziektenkostenverzekering.

Los daarvan gaan in de gemeenten Eindhoven en Arnhem dit voorjaar projecten van start en in Winschoten kan men ook al witte werksters bestellen. In al die gevallen is er overigens nog sprake van experimenten met een looptijd van twee jaar. Zo lang kan er namelijk subsidie verkregen worden uit het potje voor de zogenaamde Melkert-banen. Burgers en Cornelisse verwachten echter allebei dat er tegen die tijd een oplossing zal zijn. “Ik heb aanwijzingen dat de subsidies met twee jaar verlengd zullen worden”, aldus Cornelisse. “Daarna staat dit segment zo in de markt, dat er waarschijnlijk wel wat hogere prijzen gerekend kunnen worden, waardoor we minder subsidie nodig zullen hebben.”