Het 'kasjeren' van het huis; Volledig, maar dan ook volledig kruimelvrij

Een schoon huis met Pasen betekent voor orthodoxe joden een groot karwei. Geen kruimeltje brood mag er blijven liggen, en ook andere graanprodukten zijn taboe, afgezien dan van de matze.

Pesach loopt van 3 tot 11 april. Inlichtingen bij het Joods Cultureel Centrum, Van Boechorststraat 26, Buitenveldert. Inl 020-6460046. In het centrum kan op 2 april van 10-16u gekosjerd worden. De verbranding van de laatste restjes chameets is op 3 april, rond 10u op het Kostverlorenhof, Amstelveen.

Mevrouw Roos kreeg in januari al de kriebels. Toen begon ze met de grote schoonmaak voor Pesach, het joodse paasfeest van begin april. Het lijkt overdreven om al maanden van te voren te gaan schoonmaken, maar mevrouw Roos is orthodox joods. Dat betekent dat haar huis voor Pesach volledig kruimelvrij moet zijn. Nog geen molecuul brood, ontbijtkoek of een ander graanprodukt mag dan nog in haar huis of tuin liggen.

Niet alleen moet ieder hoekje schoon, maar ook alle jaszakken en kragen van kledingstukken moeten worden uitgezogen. Iedere week doet ze een stuk van het huis. “Als de bovenverdieping af is, mag niemand meer een boterham meenemen de trap op”, zegt ze, “anders blijf je aan de gang.”

Het gebod om geen graanprodukt (chameets) in bezit te hebben tijdens Pesach is al duizenden jaren oud. Op Pesach vieren de joden de uittocht uit Egypte, zoals beschreven in het bijbelboek Exodus. Op de avond voor het overhaaste vertrek was er geen tijd meer om het brood te laten rijzen en aten de joden matzes, ongerezen brood. Mozes gebood de joden voortaan matzes te eten met Pesach, om de bevrijding uit de Egyptische slavernij te herdenken. Afgezien daarvan mocht er verder geen graanprodukt in huis zijn, en geen kruimel gedesemd brood.

En zodoende haalt mevrouw Roos duizenden jaren later haar keukenkastjes leeg. Want niet alleen het brood en de havermout moeten het huis uit, maar ook het bier, de bouillonblokjes en de mosterd. Andere twijfelachtige etenswaar, waarvan niet duidelijk is of het met graan te maken heeft, bergt ze op in een verzegeld keukenkastje. “Daarin staat bijvoorbeeld de pindakaas, de tandpasta en de eau de cologne, die ik verzegel met een plakbandje”, zegt mevrouw Roos.

De keuken krijgt uiteraard een grondige beurt. Het aanrecht overgiet mevrouw Roos met kokend water, het fornuis wordt bewerkt met een brander. Voor bacteriën is het een duistere tijd. “Voor de zekerheid”, zegt ze, “leg ik over het aanrecht een speciaal zeil. “mijn keuken is sowieso zo ingericht dat hij eenvoudig is te reinigen. Nergens zitten randjes of kieren.” De afwasborstel en tandenborstels gooit ze weg.

Een orthodoxe jood heeft voor de Pesach speciaal bestek en servies, “want tussen het handvat van een mes kunnen ook nog stukjes chameets zitten”. Mevrouw Roos heeft ook speciale paasborden. Ze heeft in totaal vier serviezen: twee voor gewoon en twee voor Pesach. Orthodoxe joden eten vlees- en melkprodukten van aparte borden. Maar omdat niet iedereen zich vier serviezen kan veroorloven bestaat er de mogelijkheid om bestek te 'kosjeren': door het onder te dompelen in een grote pan met kokend water en vervolgens af te spoelen met koud water is de boel is koosjer.

Het chameets-vrij maken van het huis is een heidens karwei, dat toch niet met grimmige koppen volbracht wordt omdat het nu eenmaal zo in de Bijbel staat. Volgens mevrouw Roos is “het een heerlijk gevoel als het huis helemaal schoon is, dat er werkelijk niets meer aan kan gebeuren. Bovendien ben ik zo al maanden van te voren met Pesach bezig, zodat ik er helemaal naar toe leef. De kinderen vinden het ook een geweldig spel.”

Rabbijn Maarsen, secretaris van het opperrabbinaat, licht toe: “Het joodse geloof is een doe-religie. In Nederlandse kerken zitten ze steeds te tobben van, 'wat geloof ik nu eigenlijk'? Het jodendom is veel praktischer ingesteld. Het is een geheel van leefregels: doe dit wel, doe dat niet. Het is leuk om je precies aan die regels te houden.” Het Joods Cultureel Centrum in Buitenveldert, waaraan rabbijn Maarsen is verbonden, houdt ieder jaar een kosjermiddag. Gelovigen kunnen dan hun bestek naar de keuken van het centrum brengen. Daar staan enorme kosjer-pannen gereed. Medewerkers stoppen het verzamelde bestek in een net en dompelen het onder. Vroeger was dit een massale gebeurtenis, maar nu komen er slechts een tiental mensen op af.

Hoe ontdoet een joodse broodfabrikant of een caféhouder zich van chameets? Ze kunnen toch moeilijk hun hele voorraad weggooien. Orthodoxen met een bedrijf kunnen de chameets-voorraad verkopen aan een niet-jood. De voorraad blijft gewoon in het bedrijf, maar de nieuwe eigenaar krijgt de sleutel van de voorraadkast. De transactie heeft een juridisch karakter: na de Pesach wordt de koop weer ontbonden.

Ook particulieren die hun graanjenever niet door de gootsteen willen spoelen, kunnen deze tijdelijk aan een niet-jood verkopen. Mevrouw Roos heeft ook een gangkast met wat chameets staan: “Ik schrijf altijd een machtiging uit voor het rabbinaat. De sleutel van de gangkast stop ik erbij en het rabbinaat regelt de verkoop voor mij.”

Volgens Rabbijn Maarsen doen de meesten het zo: “De chameets-bezittingen verkopen we allemaal aan onze concierge.” Zo kan het gebeuren dat een concierge in Buitenveldert een week lang de eigenaar is van honderden kilo's graan en duizenden liters bier. “In het verleden is daar door niet-joden wel eens misbruik van gemaakt”, zegt Maarsen, “maar onze concierge is een door en door betrouwbare man.”

Op 3 april, de middag voor de Pesachweek begint, moet het laatste kruimeltje het huis uit zijn, of zijn verkocht. Traditiegetrouw gaat vader dan nog een keer het huis door met een kaars en een vogelveer om alle hoeken en gaten te controleren. De kinderen lopen achter hem aan en zoeken naar de laatste kruimels, die moeder in pakjes van aluminiumfolie heeft verstopt. Het is net paaseieren zoeken.

De laatste chameets wordt verbrand in de tuin, als een rituele afsluiting. Voor de oorlog gebeurde dit ook centraal, als een soort kerstbomenverbranding, compleet met straatschoffies die zoveel mogelijk kruimels probeerden te verzamelen. Maar ook daar is nu te weinig belangstelling voor. Op 3 april om een uur of tien is er wel een kleine openbare verbranding voor de synagoge in Amstelveen. “Het is vooral leuk voor de kinderen”, zegt de rabbijn, “lekker fikkie stoken.”