Haastig zaad

Prozac en de andere middelen van de nieuwe generatie antidepressiva krijgen steeds meer toepassingen. Ze werken niet alleen bij depressies maar ook bij veel andere aandoeningen, zoals angststoornissen en dwanghandelingen. Sinds kort wordt zelfs een bijwerking tot hoofdzaak verheven: de middelen vertragen de zaadlozing, ook bij de psychisch gezonde mannen. Inmiddels worden er niet-depressieve mannen mee behandeld die geplaagd worden door een voortijdige zaadlozing.

Premature zaadlozing of ejaculatio praecox komt voor bij zo'n 20 à 25 procent van de mannen. Hoeveel mannen er ook daadwerkelijk door geplaagd worden, is echter onbekend.

Een goede definitie van de ejaculatio praecox valt moeilijk te geven. Er zullen immers mannen zijn die het niet erg vinden dat de zaak gauw is geklaard. Er is pas een probleem als een snelle zaadlozing ook als voortijdig wordt ervaren. Daarnaast, zo is thans de opvatting, moet er sprake zijn van een ejaculatie die al optreedt bij minimale stimulatie en die bovendien niet te controleren is.

De behandelaren zijn het er niet over eens hoe snel een zaadlozing na de eerste stimulans moet plaatsvinden om van een ejaculatio praecox te spreken. De ene onderzoeker houdt het op vier minuten na penetratie, de ander vindt dat er pas reden is om van voortijdig te spreken als iemand vrijwel steeds binnen één of twee minuten ejaculeert.

De therapie bestaat uit gedragstherapie of medicijnen. Op de polikliniek psychiatrie en neuroseksuologie van het Haagse ziekenhuis Leijenburg wordt in samenwerking met het Academisch Ziekenhuis Utrecht onderzoek gedaan naar de behandeling met antidepressiva van ejaculatio praecox. Dat de tijdsspanne nog immer een punt van discussie is, komt volgens psychiater-seksuoloog prof.dr. M.W. Hengeveld doordat het idee bestond dat het niet goed te meten was - de patiënt zou het niet goed kunnen inschatten. “Dit blijkt een onjuist idee”, zegt Hengeveld. “Als je de mannen vraagt hoe lang ze erover doen en je checkt op de een of andere manier hun schatting dan blijkt die vaak heel goed te kloppen. In zeer veel gevallen wordt er zelfs al binnen de minuut geëjaculeerd. Toch blijft het trekken van een tijdgrens moeilijk, omdat het ook met de beleving van de betrokkene te maken heeft. Het voornaamste criterium is dat de ejaculatie ongecontroleerd plaatsvindt.”

Zo'n 85 procent van de mannen die aan het euvel lijdt, heeft baat bij een antidepressivum. Bij de overige 15 procent werkt een serotonine-heropnameremmer misschien niet vanwege een te snelle afbraak van het middel in de lever. Neuropsychiater M.D. Waldinger, hoofd van de polikliniek, heeft zo'n tweehonderd mannen met ejaculatio praecox met een antidepressivum behandeld. Waldinger: “Uit de onderzoeksgegevens tot nog toe blijkt dat het middel bij de een de zaadlozing veel sterker vertraagt dan bij de ander. Ook worden de verschillende antidepressiva met elkaar vergeleken.”

Prikkelexperimenten

De mogelijkheid om ejaculatio praecox met een pilletje te behandelen zal voor veel mensen net zo'n verrassing zijn als het succes van de medicinale behandeling van depressies, angsten en dwangneurosen. Uit proeven met ratten was wel gebleken dat het manipuleren van de serotoninehuishouding de ejaculatie bij deze dieren beïnvloedt. Ook zijn er in de jaren vijftig al hersenoperaties verricht, waarbij men 'prikkelexperimenten' heeft uitgevoerd die er voor zorgden dat de patiënt een erectie kreeg, of de plezierige gevoelens die met seks gepaard gaan.

Ook kent men in de neurologie het syndroom van Klüver-Bucy, voor het eerst ontdekt bij apen. Wanneer de voorste delen van de temporaal kwabben werden verwijderd, verdween hun seksuele voorkeur. De apen trachtten zowel met willekeurige mannetjes als willekeurige vrouwtjes te paren. Inmiddels is ook bekend dat bij sommige vormen van dementie, waarbij de temporaal kwabben ook zijn aangetast, er seksuele ontremming optreedt.

Waardoor serotonine-heropnameremmers een vertraging in de ejaculatie veroorzaken, weet men niet precies. Op de polikliniek van het ziekenhuis Leijenburg gaat men er van uit dat een bepaald gebied in de hypothalamus betrokken is bij de ejaculatie. De hypothalamus is een relatief klein gebied aan de basis van de hersenen. Het orgaantje regelt emotionele activiteit en behoeftegebonden gedrag, zoals voeding en seks.

De hypothese op de Haagse polikliniek is dat bij mannen die te snel ejaculeren er in dit gebied sprake is van een te weinig actieve postsynaptische serotoninereceptor en dat de huidige generatie antidepressiva ervoor zorgen dat die receptor tot grotere activiteit wordt geprikkeld, waardoor de zaadlozing wordt vertraagd. Nu lijkt zo'n eenvoudige één-op-één relatie in een complex systeem als de hersenen die zo'n 200 miljard zenuwcellen bevatten, moeilijk voorstelbaar. “Inderdaad is het zo”, zegt Waldinger, “dat ook wij denken dat er wellicht nog structuren elders in de hersenen bij betrokken zijn.”

Hengeveld zou graag willen weten of, en in welke mate, er sprake is van aanleg, of van verkeerd aangeleerd seksueel gedrag en wat mogelijk de interactie tussen deze beide factoren is. Hengeveld is er overigens niet de man naar om vanwege de positieve invloed van bepaalde medicijnen op de ejaculatio praecox en wellicht op den duur op andere seksuele dysfuncties, maar meteen van een revolutie te spreken “Ik vind”, zegt hij, “het onderzoek wel heel belangrijk. De ejaculatio praecox wordt nu voor het eerst systematisch onderzocht. Bovendien is het vak van de seksuologie decennia lang gedomineerd door benaderingen vanuit de psycho- en sociohoek. Ik vind het zonder meer een goede zaak dat daar nu verandering in komt.”