Goudvis draait in zuurstofarm water zijn stofwisseling omlaag

Goudvissen en tilapia's schakelen bij lage zuurstofconcentratie in het water over op een minder actieve stofwisseling. Zo kunnen ze onder barre omstandigheden nog een tijdje overleven. Ze gaan zuiniger met hun energievoorraad om en vermijden het ophopen van afvalstoffen in hun lichaam. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van ir. Vincent van Ginneken, uitgevoerd aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Vissen zijn koudbloedig en hun stofwisseling is sowieso al twintigmaal lager dan bij warmbloedigen. Om een beeld te krijgen van de stofwisselingssnelheid van vissen ontwikkelde de onderzoeker een speciaal instrument, een doorstroomcaloriemeter, die uiterst nauwkeurig registreert hoeveel lichaamswarmte de vis aan zijn omgeving afstaat. Dat is een maatstaf voor zijn stofwisselingsactiviteit.

De metingen van de warmteproduktie wijzen uit, dat tilapia's bij 20 graden Celsius hun stofwisseling in zuurstofloos water met 50 procent reduceren en goudvissen zelfs met 70 procent. De vissen hebben maar 10 tot 20 minuten nodig om het onderdrukken van hun stofwisseling in gang te zetten. Tegelijkertijd breken ze dan ook de reserve-energiestof in de spier (creatinefosfaat) langzamer af dan normaal en bovendien blijken de spieren onder zuurstofloze omstandigheden langzamer te verzuren.