Duitsers zijn geen Angstgegner meer

AMSTERDAM, 21 MAART. Was dat het nou? Waren dat nou de lang verwachte confrontaties tussen Ajax en Borussia Dortmund? Waren dat nou de Borussen, rijk, getalenteerd en altijd schitterend op de Duitse tv-zenders? Dit waren toch geen Duitsers, onze oerrivalen en notoire kwelgeesten. Angstgegner zijn het al lang niet meer voor ons. Wij Nederlanders en vooral Ajacieden zijn de Angstgegner van de Duitsers geworden.

Toegegeven, de Borussen misten hun sterren Sammer en Möller, in het elftal van de Duitsers de belangrijkste schakels. Maar welke spelers miste Ajax niet? Van Duitse elftallen wordt vaak beweerd dat het niet uitmaakt hoe ze zijn samengesteld. Een team van reservisten behoeft in kracht niet onder te doen voor een team van uitverkoren voetballers. Wanneer ze gaan hollen en werken is elke Mannschaft een bundeling van kracht en vastberadenheid, van wil en durf.

Duitsers horen ijverig te zijn, te zwoegen tot de laatste minuut, dat is bijgebracht van vader op zoon. Zoals de Borussen uit de jaren zestig in het roemruchte stadion Rote Erde, tussen de staalfabrieken, waar de kleine 'Hoppie' Kurrat het veld omploegde en 'Stan' Libuda slingerde als Stanley Matthews, waar Sigi Held en Lothar Emmerich schoten uit alle standen - en vooral van grote afstand. Waar bleef het Sturm- und Drangvoetbal, de Kampfgeist, het Lauf- und Arbeitspensum, waar waren de onmiskenbare kenmerken van het Duitse voetbal toch?

Is het beste elftal van de ontzagwekkende Bundesliga dan niet zo goed als wij denken? Is die Bundesliga dan helemaal niet zo'n sterke competitie als wij denken? Is het dan echt waar wat we vroeger altijd hoorden fluisteren? Dat de beelden 's zaterdags op de Sportschau versneld werden weergegeven en op de achtergrond altijd hetzelfde onheilspellende lawaai werd gezet om de kijker te indruk te geven dat de wedstrijden in volle stadions en in hoog tempo werden gespeeld - en vooral spectaculair waren?

Misschien waren de Borussen domweg verlamd, geïntimideerd door Ajax en de reputatie van de wereldkampioenen. Misschien konden ze gewoon niet beter. Misschien is Ajax dan toch gewoon de beste ploeg ter wereld. Misschien is het systematische voetbal van Ajax wel echt zo ingenieus dat het elke tegenstander per definitie ontregelt en gaat er een hypnotiserende werking uit van de heen en weer schuivende spelers, op de maat van de door technisch directeur Van Gaal bediende ritmebox.

Er is bijna geen hel meer die Ajax niet heeft doorstaan. De hel van Istanbul, de hel van Athene, de hel van Kaiserslautern, de hel van Triëst, de hel van Wenen, de hel van Madrid, de hel van Dortmund. En mochten er nog andere helletochten zijn geweest, Ajax heeft ze getrotseerd. Misschien dat Juventus in de 'hel' van Rome in de finale van de Champions League de Ajax-radertjes kan laten vastlopen. De krachtmensen en schoffelaars van de 'Oude Dame' uit Turijn zullen aan de hand van de artiesten Del Piero en Sousa onvermijdelijk over de grens van het toelaatbare willen gaan.

Misschien moeten we na afloop in Rome concluderen dat Juventus en Ajax een matte finale hebben gespeeld en dat de Italianen toch niet zo goed zijn als we dachten, gewoon omdat Ajax superieur was. Toonaangevend, een klasse apart, zoals Indurain de laatste vijf jaar de Tour de France dicteerde: groots maar berekend, voorspelbaar en dus gauw vervelend. Te grote krachtsverschillen zijn moordend voor de sport. Het wordt tijd voor een nieuw avontuur, voor nieuwe sensaties, voor echte krachtmetingen. Van de eerste tot de laatste minuut, zoals dinsdag in Eindhoven en zoals vroeger in Duitsland.