Dubbel genieten voor enkel geld

Om half elf gaat de telefoon. Een redakteur van NRC Handelsblad wenst mij een recht goedemorgen toe en komt meteen ter zake: 'Dat stukje van jou van afgelopen donderdag willen wij graag in onze net-editie opnemen, maar daar wil je zeker voor betaald worden?' Ik betoon mij passend vereerd, en bevestig dat herpublicaties uiteraard niet gratis zijn, op papier of niet.

Dat blijkt een probleem, want in een budget voor honoraria is niet voorzien. Voor deze keer maken we het af op een link naar mijn eigen website, het Linkshandig Universum. We zijn uiteindelijk de beroerdste niet.

Toch knaagt het. Bladen begeven zich uiteindelijk maar om één reden op het Internet: er valt geld mee te verdienen. De journalistiek heeft een Januskop, met redactioneel werk aan de ene kant, en advertenties aan de andere. En die commerciële kant is essentieel voor het voortbestaan. Er zijn succesvolle bladen zonder redactionele inhoud, maar geen zonder advertenties en abonneegelden.

Zo is het ook met het Internet. Service aan de lezer, met je tijd meegaan, nieuwe media verkennen, het zijn allemaal argumenten in dienst van die ene doelstelling die elk verstandig bedrijf heeft: zorgen dat je volgend jaar ook nog bestaat. Als een krant een artikel of illustratie in druk of electronisch opnieuw wil opnemen, dan meent men daar dus beter van te worden. Waarom zou een blad daar dan niet gewoon voor betalen, even vanzelfsprekend als de loodgieter, de koffiejuffrouw en de drukker betaald worden? Even vanzelfsprekend als ze zichzelf laten betalen?

Het simpelste antwoord is: omdat het artikel aan de krant verkocht is. Soms is dat juist. Het eigendom van tekst van redacteuren in loondienst ligt doorgaans bij de krant, die ermee kan doen wat haar goeddunkt (al zijn er uitzonderingen). Zo is het ook vaak in de tekstschrijverij, met bijpassende hoge prijzen. Maar het auteursrecht op tekst, tekeningen en foto's die door anderen, freelancers bijvoorbeeld, wordt geleverd, blijft bij de maker. De koper is eigenlijk meer een huurder, die betaalt voor een eenmalig publicatierecht. Ongeveer zoals je een auto huurt voor de maandag. Wil je hem donderdag weer, dan betekent dat opnieuw betalen. Sterker nog: net zo min als je een gehuurde auto mag bekladden of in de prak rijden, mag de huurder van een tekst of foto het materiaal al te erg maltraîteren. Van redacteuren wordt dus veel wijsheid gevraagd bij het pas maken of bij het opkalefateren van een matig stuk geleverd werk.

Met de komst van het Internet als nieuw medium wordt de kwestie van herpublicatie van artikelen actueler dan ooit tevoren. Immers, twee keer dezelfde foto in hetzelfde blad, dat gebeurt vaak genoeg. Maar twee keer hetzelfde artikel? Dat moest wel iets heel bijzonder zijn. Maar nu bestiert één redactie ineens twéé media, en put voor het nieuwe medium gretig uit het oude. Van de gevolgen daarvan lijken uitgevers en redacties zich maar nauwelijks bewust.

Het verst in Nederland is het Eindhovens Dagblad. Er is een complete aparte elektronische editie, met vooral regionaal nieuws. 'Nee', zegt redacteur Jan van de Ven, 'er zit nu alleen nog eigen productie op, en ook geen foto's, die vertragen de boel toch teveel.' Wel stelt de krant zijn complete archief online beschikbaar. Daar zit dan toch wel werk van derden tussen? Van de Ven: 'Dat is waar. Maar het is nog niet voorgekomen dat iemand daar een punt van maakte. Zou ook zonde zijn, want we bieden op deze manier toch een belangrijk stuk service.' Service, maar dan wel op kosten van medewerkers van buiten, die waarschijnlijk in zalige onwetendheid verkeren over de voortdurende herexploitatie van hun werk. Peanuts, werpt u tegen, het sop is de kool niet waard? Allerminst. Van de Ven telt nu al wekelijks zo'n 4.000 bezoekers op de site, die tezamen zo'n 17.000 pagina's raadplegen. Het archief alleen al is goed voor rond de 6.000 opvragingen per week. Voor Jan Bosdriesz van Computable, dat onder meer alle langere artikelen uit het blad electronisch herpubliceert, is er geen vuiltje aan de lucht: 'Wie geen toestemming geeft komt niet op het net.' Verder moeten freelancers niet zaniken, meent hij spontaan: 'Ik vind het zo'n overtrokken discussie. Kijk, wat die mensen gedaan hebben, zie ik niet als een creatieve uiting. Dat is meer broodschrijven. Bulkwerk. En die stukken, ach, die zijn toch verouderd. Als iemand nu met heel veel deskundigheid een ingewikkeld stuk over een lastig onderwerp in elkaar zet...' Nou, wat dan, meneer Bosdriesz? 'Dan vragen we hem eerst om toestemming om het stuk ook op het net te publiceren. Weigert hij dat, dan komt het stuk ook het gedrukte blad niet in.'

Bij de bladen van uw nieuwe huisleverancier PCM gaat het minder ruw toe, maar schuift men de hete aardappel maar wat over het bord. Directeur elektronische media Fred Kappetijn over betaling voor elektronische herpublicatie: 'Dat weet niemand nog. Auteursrechten, da's altijd een moeilijk onderwerp. Maar als je gewoon begint met een netsite, komt dat punt vanzelf aan de orde. Er wordt wel heftig over gedacht in KNUV en NVJ-kring.'

Dat laatste valt tegen. NVJ's Suzanne de Bruijne weet slechts dat herpubliceren niet zomaar kan. Verder wordt er, zegt zij, in allerlei gremia overlegd, om tot 'een regeling' te komen. Een regeling, daar zitten freelancers, allemaal kleine ondernemertjes, niet op te wachten. Wel op een oproep van de NVJ aan haar leden op de redacties, om ze wakker te schudden. Immers, electronische edities hebben een vooralsnog onvoorspelbare, maar mogelijk grote toekomst. Wie dan op bijdragen beknibbelt doet zichzelf uiteindelijk tekort. Alleen de slechtste freelancers zijn blij met elke publicatie, tegen elke prijs. De Amerikaanse uitgeverij Harper's heeft dat inmiddels begrepen. Die betaalt gewoon voor bijdragen in bytes.