Diploma popmuziek

Vlak voor een optreden slingerden we soms onze horloges weg, zoals we Peter Fonda hadden zien doen in Easy Rider. Het was een symbolisch gebaar om onze status als ongebonden jongens te onderstrepen. Popmuzikanten dragen geen polshorloges, vonden we. Muziek heeft nu eenmaal niks te maken met de wereld van prikklok, schoolbel, dagroosters en lesuren.

Dat was vroeger. Nu meldt de krant dat er vergevorderde plannen bestaan om een Rock Academie te beginnen in Tilburg, een HBOopleiding voor popmuzikanten die zich in het vak willen verdiepen. De opleiding is bijna rond, subsidie komt eraan, het eerste jaar wordt gerekend op dertig studenten.

Een goed idee! Want wij mochten als band dan wel graag ongeschoold en zonder horloge op het podium verschijnen, de daaropvolgende minuten duurden uren en leken het meest op strafwerk. Zelf noemden we het 'country-rock', en zo klonk het soms in het begin ook wel, maar het eindigde steevast in een soort proto-punk, een minestrone van decibellen, hese schreeuwpartijen en geluidseffecten (de pluggen zaten vaak niet goed in de gitaren). Achteraf voerden we verhitte debatten in ons huurbusje, over de vraag wie er nu weer wat en wanneer had verpest.

Wat hadden we toen een module 'napraten over een mislukt optreden' goed kunnen gebruiken! Of, om onze ingetogen stage-act (we stonden stil) op te vrolijken, een cursus 'gitaarspelen met het gebit' of 'pianospelen met ellebogen en vuisten'! En wat zouden we alleen al baat hebben gehad bij een paar lessen 'bekabeling voor popmusici'. Dan waren we meteen af geweest van de dertig vrienden die voor een avondje gratis drinken wel even zouden helpen onze apparatuur op te stellen.

Die Rock Academie kan dus een uitkomst zijn voor tienduizenden jonge popmuzikanten. Maar hoe moet het curriculum er precies uitzien?

Hoofdvak moet natuurlijk zijn 'creativiteit', gevolgd door 'creativiteit 2' en 'creativiteit voor gevorderden'. Daar moet je het tenslotte van hebben als muzikant, en waarom zou dat niet te leren zijn? De studenten kunnen oefenen met de lijst van de 500 invloedrijkste popsongs die zijn verzameld in het Rock and Roll Museum te Cleveland. Moeten ze die misschien niet allemaal leren spelen? En, niet te vergeten: 'zingen in het Nederlands'. Wie weet is een gastdocentschap voor Bennie Jolink een idee?

Verder moeten natuurlijk allerlei praktische zaken aan bod komen. Ik noemde er al een paar, maar er zijn er veel meer. Het verzinnen van een goeie naam voor een band, bijvoorbeeld, het componeren van een song over een dode vriend, het geblinddoekt uit elkaar halen en weer monteren van diverse gitaartypes (in elk geval de Fender Stratocaster en Gibson Les Paul). Voor de geslaagden gevolgd door een module 'Hoe verniel ik mijn instrument', met video-instructies van Jimi Hendrix (de brand erin), Pete Townshend (kapotslaan tegen een versterker) en Kurt Cobain (kapotslaan tegen de drums - waardoor ook meteen de vraag 'Hoe verniel ik andermans instrument' is beantwoord).

Ook vereist lijkt me het leren van Chuck Berry's duck walk (eendenpas met gitaar), Michael Jacksons moonwalk (achterwaartse shuffle), Neil Youngs dinosaurusloopje (prehistorisch waggelen), en de rap-motoriek van Public Enemy (gladiatoren-pose). Zulke onderdelen kunnen ook eenvoudig klassikaal worden getentamineerd. Onmisbaar zijn voorts lessen over de juridische, medische en ergonomische aspecten van het leven als popmuzikant. De student verdient antwoord op vragen als: 'Hoeveel kost het om een hotelkamer te repareren?', 'Waar laat ik mijn lever transplanteren?', 'Waar kan ik wettig trouwen met mijn 13-jarig nichtje?' en 'Hoe laat ik me een podium afslepen?' Case studies van Keith Moon, David Crosby, Jerry Lee Lewis en Courtney Love kunnen van pas komen. Andere sociaal-medische vraagstukken kunnen worden behandeld in ouderejaars-vakken als 'omgaan met stage-divers', 'omgaan met groupies', en 'omgaan met ouders van groupies'.

Kortom, ik ben nu al jaloers op de eerste lichting afgestudeerde popmusici. Want na die laatste, uitputtende, tournee van Spijkenisse tot Slikkerveer viel onze band, zoals dat heet, uit elkaar. Het ergst liep het af met de sologitarist, de enige van wie we zeker wisten dat hij beschikte over dat schaarse goed: talent. Hij dook in de WAO en vertrok naar Friesland, om uit te rusten. Af en toe belde hij me op, in het holst van de nacht, om te vragen of ik iemand wist die zijn gitaar wilde kopen. Hij was een pottenbakkersbedrijfje begonnen, en dan komt een elektrische gitaar niet meer echt van pas.

Onmiddellijk na het heuglijke nieuws dat de Rock Academie er komt, heb ik daarom naar Friesland gebeld (“Kom terug! Alles is nog niet verloren!”). Maar er werd niet opgenomen. Op het antwoordapparaat vroeg een bibberige stem of ik belangstelling had een pottenbakkersbedrijf over te nemen. Gratis elektrische gitaar bijgeleverd.

Sommige popmuzikanten leren het nooit - vooral niet die met talent.