Cellastic

In zijn recensie (W&O, 7 maart) van mijn artikel over de zogeheten 'Cellastic'-affaire in het maandblad Wetenschap, Cultuur en Samenwerking (WCS) beschuldigt Dirk van Delft mij ervan morsige, kritiekloze journalistiek te hebben bedreven.

Tevens heeft hij een enkel inhoudelijk punt van kritiek. Zo vraagt hij zich af hoe ik in mijn verhaal heb kunnen 'zwijgen' over het verzetswerk dat tijdens de bezettingsjaren vanuit het Kamerlingh Onnes Laboratorium is verricht. Ten onrechte zou ik hebben beweerd dat verschillende Duitsers in die periode mede-directeur De Haas bezochten.

Omdat de betreffende episode een zijspoor is in het totale verhaal (dat sterk is toegespitst op Cellastic zelf), heb ik het slechts kort aangestipt. Als Van Delft een bevestiging wil zien van het gegeven dat de Duitsers wel degelijk een oprechte belangstelling aan de dag legden voor het Kamerlingh Onnes Lab, dan moet hij de doctoraalsriptie van onderzoeker Kessenich er maar eens op naslaan. De feiten die daarin staan, sluiten verzetswerk van Wiersma allerminst uit, maar roepen vragen op over de rol van De Haas.

Ik vraag me af hoe Van Delft heeft kunnen schrijven dat ik de conclusies van Kessenich 'klakkeloos' heb overgenomen'. Her en der in mijn verhaal geef ik aan wat hij niet heeft kunnen ontdekken. De aantijgingen jegens de geleerden komen van de onderzoeker en niet van mij persoonlijk. Bovendien lijkt het wel of Van Delft het begeleidende interview met professor Kistemaker is ontgaan. Daarin krijgt en neemt deze uitvoerig de gelegenheid tot een weerwoord. Een toonbeeld van hoor- en wederhoor, lijkt me, en niet van klakkeloos overnemen en zeker niet van morsige journalistiek.

Helaas doet Van Delft voorkomen alsof ik alleen in Kessenichs onderzoek ben geïnteresseerd. Dat Kistemaker zichzelf in het interview compromitteert - en onder meer toegeeft dat hij wist dat Cellastic niet pluis was - lijkt me interessante wetenschap voor Van Delft. Kennelijk kwam het hem niet van pas en door zijn pijlen zo selectief te richten kan hij zijn kritiek beter op zichzelf betrekken.

Naschrift Dirk van Delft: Nergens verwijt ik Traa dat hij ten onrechte beweert dat De Haas op het Kamerlingh Onnes Laboratorium bezoek kreeg van Duitsers. Hoe zou ik dat kunnen: het blijkt uit tal van stukken, o.a. opgenomen in het rapport Idenburg. Mijn kritiek richt zich op iets anders. 'Dat zij steeds met lege handen vertrokken, lijkt onwaarschijnlijk', schrijft Traa. Dat woordje 'lijkt' duikt in Traa's artikel wel vaker op, en het is dit soort suggestieve journalistiek waartegen ik me verzet. De bewering dat Kistemaker in het begeleidende interview, door 'toe te geven' dat het bij Cellastic niet pluis was, zichzelf zou 'compromitteren' - wat mij niet van pas zou komen (!) - is een gotspe. Het gaat erom wat hij met die kennis deed.