VVD-CDA tegen recht op deeltijd

DEN HAAG, 20 MAART. De Tweede Kamer is verdeeld over de vraag of er een wettelijk recht op deeltijd moet komen. Dat bleek gisteren bij de afsluiting van het debat over een initiatief wetsvoorstel van de fractievoorzitter van GroenLinks P. Rosenmöller.

VVD en CDA zijn fel tegenstander van een wettelijk recht op deeltijd. Zij vinden dat de sociale partners dit zelf wel kunnen regelen. GroenLinks en D66 willen een wettelijk recht op vijftig procent korter werken. Op dit moment komt het volgens de indiener van het intitiatief wetsvoorstel veelvuldig voor dat werknemers minder zouden willen gaan werken dan waartoe zij op grond van hun arbeidsovereenkomst verplicht zijn. Het gaat dan vaak om personen die na de geboorde van één of meer kinderen meer tijd willen spenderen aan zorgtaken.

Rosenmöller heeft zijn oorspronkelijke voorstel inmiddels afgezwakt door het recht op korter werken terug te brengen tot 30 procent, met een minimum van 20 uur, om zo een Kamermeerderheid aan zijn kant te krijgen. PVDA en RPF willen het wettelijk recht nog verder terugschroeven tot het recht om 20 procent korter te gaan werken. Dit gaat met name D66 veel te ver. Deze partij houdt vooralsnog vast aan een veel omvangrijker wettelijk recht. Al de genoemde partijen (samen goed voor 69 zetels) zijn echter voor een wettelijk individueel recht op korter werken. Het argument van CDA en VVD dat in 80 procent van de CAO's al iets iets geregeld over deeltijd maakt geen indruk op hen. Anderhalf miljoen werknemers vallen niet onder zo'n collectieve arbeidsovereenkomst. Bovendien betreffen regelingen, volgens D66-Kamerlid B. Bakker “soms niet meer dan een studie naar studie naar deeltijdwerk”. Het werkelijke percentage werknemers dat korter mag gaan werken van de werkgever is volgens hem dus veel lager dan CDA en VVD willen doen geloven.

Volgende week dinsdag wordt gestemd.