Vlielanders rijden alleen op zondag in hun auto

Vlieland moet autovrij worden, vindt raadslid Houter (VVD). De bewoners moeten hun auto goedkoop 'aan de overkant' parkeren.

VLIELAND, 20 MAART. Jan Houter heet hij volgens de burgerlijke stand, maar hij staat ook bekend als Jan van Vlieland ofwel 'onderkoning' van Vlieland. Hij is een zwierige man van 52 jaar, die het verhuren van fietsen (1.500 stuks) combineert met een reeks andere activiteiten, waaronder het raadslidmaatschap voor de VVD. In die laatste hoedanigheid is hij initiatiefnemer van een plan om het Waddeneiland nagenoeg autovrij te maken. Gasten moeten al sinds mensenheugenis hun auto op de wal laten staan. Nu wil hij ook de eilanders ertoe bewegen hun voertuig aan de overkant, in Harlingen, te stallen.

Vlieland telt circa 1.100 bewoners, geconcentreerd in Oost-Vlieland, het enige dorp op het eiland sinds West-Vlieland omstreeks 1730 in de golven verdween. Samen bezitten ze zo'n 300 auto's, die hoofdzakelijk worden gebruikt voor transport op de vaste wal. “Omdat het openbaar vervoer van hieruit zo slecht is geregeld”, verklaart Houter. “Wie naar Amsterdam wil, moet eerst naar Harlingen varen en vervolgens met de trein via Leeuwarden, Zwolle en Amersfoort naar de hoofdstad, een omslachtige en peperdure omweg. Met de bus over Alkmaar kan ook, maar dat is nog ingewikkelder.”

Op Vlieland zelf zijn auto's volgens Houter nauwelijks van nut: “Je ziet ze voornamelijk 's zondags op de weg, voor een ritje naar de zuidwesthoek en weer terug. De rest van de tijd staan ze aan de kant, in het dorp, en dat is ons als gemeentebestuur een doorn in het oog. Er zijn heel wat mensen met een garagebox, maar die gebruiken ze liever om te klussen of als bergruimte. Weliswaar liet de gemeente buiten de bebouwde kom een serie parkeerplaatsen aanleggen, maar die staan bijna altijd leeg.”

Nog vóór de zomer wordt een absoluut parkeerverbod van kracht voor de Dorpsstraat; een langgerekte wandel- en fietspromenade waar panden uit diverse eeuwen (het oudste dateert van 1585) zich aaneenrijgen. Ook elders in het smalle dorp moeten de auto's weldra weg, zodat in de woorden van Houter “het blik uit zicht verdwijnt”.

“Maar dat is slechts een eerste stap”, voegt hij er haastig aan toe, sprekend namens de gehele raad, bestaande uit vijf VVD'ers, twee PvdA'ers en twee vertegenwoordigers van Algemeen Belang. “We willen het voor eilanders die regelmatig de vaste wal bezoeken, financieel aantrekkelijk maken hun auto permanent in Harlingen te stallen. Op vrijwillige basis, dat wel, maar we vermoeden dat er voldoende gegadigden zijn.” Gedacht wordt aan een overdekte parkeerplaats vlakbij de plek waar de boot uit Vlieland afmeert, een plan waarover het college van B en W in onderhandeling zijn getreden met hun collega's in Harlingen.

Zo'n vaste parkeerplaats op de wal zou volgens Houter tussen de 50 en 75 gulden per maand moeten kosten om het gros van de eilanders over de streep te trekken; dit tegen de achtergrond van het tarief (ruim negentig gulden) dat ze betalen om hun auto één keer vice versa met de boot mee te nemen. Gasten parkeren hun auto tegen zeven gulden vijftig per dag op een terrein dat op tien minuten loopafstand van het veer naar Vlieland ligt. Die mogelijkheid komt volgens Houter voor de eilandbewoners niet in aanmerking. “Dan zouden ze maandelijks 220 gulden moeten neertellen en dat is natuurlijk veel te veel. Voor datzelfde geld kunnen ze ruim twee keer hun auto op de boot zetten.”

Hij ziet de voorgestelde operatie als een stimulans voor het toerisme, dat op de Waddeneilanden sinds enkele jaren een dalende trend vertoont. Ook op Vlieland lopen de bezoekersaantallen geleidelijk terug, maar die ontwikkeling zou wellicht om te buigen zijn door een verregaande vorm van 'autoloosheid'. “Hoe minder blik, hoe aantrekkelijk Vlieland wordt”, luidt Houters credo. “Want laten we wel wezen: dit eiland is toch een uitgesproken fiets- en wandelgebied, waar niet alleen de pure badgast maar ook de minnaar van natuur en cultuur ruimschoots aan zijn trekken komt.”

De Vlaming J. Ackersdijck, die in 1826 een reis langs de Nederlandse Waddeneilanden maakte, dacht er anders over. Hij vond Vlieland maar een treurig eiland: “Aan de oostzijde duinen, zonder eenig groen, aan de westzijde duinen met eenige helm en gras begroeit, maar nergens een boom.” Maar dat is later veranderd. Omstreeks de eeuwwisseling begon Staatsbosbeheer hier met de aanplant van Corsicaanse dennen, waarop oostelijk Vlieland grotendeels met dit gewas bedekt raakte.

Jan Houter, zoon van een kruideniersechtpaar, woont hier sinds 1952 en onplooide zich in de loop der jaren tot een geducht promotor van Vlieland. Hoe ver zijn liefde voor het eiland gaat, blijkt uit een van de historische werkjes die hij erover schreef. Hierin treden twee waddenburgemeesters op, van Texel en Terschelling, die hun eiland om beurten als “het mooiste” aanprijzen. Waarop die van Vlieland snedig vaststelt: “De waarheid ligt als vanouds in het midden.”. Een aardige anekdote, die echter niet op waarheid berust; ze is aan Houters geest ontsproten.