Vijftig procent kans om conducteur te ontlopen

ROTTERDAM, 20 MAART. De kans om tijdens een treinrit een conducteur tegen te komen die de kaartjes controleert, bedraagt nog geen vijftig procent. Dit schrijft de reizigersvereniging Rover in het onderzoek 'Treincontrole', waarvan de resultaten vandaag naar buiten zijn gebracht. Voor het onderzoek hebben leden van Rover tijdens 2.300 treinritten bijgehouden of er een conducteur langskwam. Dit gebeurde slechts bij 48 procent van de ritten.

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat de kans op controle in de spits kleiner is dan in de daluren. In ritten korter dan tien minuten is de kans op controle 17 procent. Voor ritten die langer duren dan een half uur, stijgt dat percentage tot 60 procent. In treinen die hun eindpunt naderen, wordt minder gecontroleerd dan bij het begin van een rit: wie van Amsterdam naar Haarlem reist, ziet in 40 procent van de ritten een conducteur, in omgekeerde richting gaat het om 6 procent.

“Als de NS serieus het zwartrijden wil aanpakken, mogen zulke verschillen niet voorkomen”, aldus Rover, die erop wijst dat “door de nieuwe reisregels aan de reizigers strenge eisen voor het hebben van een kaartje worden gesteld”. Rover wil dat de conclusies van 'Treincontrole' worden betrokken bij de besluitvorming over het sluiten van loketten. Conducteurs zeggen veel tijd kwijt te zijn aan het uitschrijven van een 'uitstel van betaling' voor reizigers die door een defecte kaartautomaat geen kaartje konden kopen.

Een woordvoerder van de spoorwegen zei vanmorgen dat de uitkomsten van het Rover-onderzoek stroken met eigen bevindingen van het bedrijf. De NS wil dat 85 procent van de reizigers de 'zichtbaarheid' van conducteurs waardeert met minimaal een zeven. Uit reizigersonderzoeken blijkt dat dit percentage 55 procent bedraagt.