Verlammende bestuurscrisis bij CTSV schreeuwt om oplossing; Werknemers dupe handdruk

DEN HAAG, 20 MAART. Staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) treft het niet. Hij moet op een min of meer elegante manier zien af te komen van de drie bestuursleden van het CTSV, het College van Toezicht Sociale Verzekeringen. Elegant, dat wil zeggen: een handdruk gevuld met koper, zilver of goud. Maar terwijl de verlammende crisis bij het CTSV om een oplossing schreeuwt, staan juist nu zulke royale vertrekpremies meer ter discussie dan ooit.

Om premies gaat het trouwens wel bij het CTSV, en om uitkeringen. Dit onafhankelijke bestuursorgaan moet toezien op een deugdelijke besteding van het geld dat met sociale verzekeringen is gemoeid. De financiering van een eventueel voortijdig vertrek van de drie full-time CTSV-bestuurders moet uit de sociale premies worden opgebracht. De premiebetalers betalen dus het gelag - voor dat beeld bestaat in de politiek huiver. Vooral ook omdat diezelfde premiebetalers onlangs de wenkbrauwen fronsten, toen zij vernamen met welke salarissen de CTSV-bestuurders - oud-politici - naar huis gaan. Voorzitter Van Leeuwen incasseert drie ton, haar twee mede-bestuurders Van Otterloo en Van Rooijen 2,5 ton per jaar.

Na de afkoopsommen waarmee bij het streekvervoersbedrijf VSN personele problemen werden opgelost en na de gouden handdruk voor procureur-generaal Van Randwijck bij het Openbaar Ministerie is politiek Den Haag extra gevoelig. De miljoenen guldens waarmee een eventueel vertrek van het CTSV-bestuur moet worden afgekocht, kunnen politici er juist nu niet nog eens bij hebben. Het Tweede-Kamerlid Schimmel (D66) liet dit gisteren blijken. Het liefst zou ze de CTSV-bestuurders bij een gedwongen voortijdig vertrek wegens disfunctioneren niets meegeven. Ze begreep ook wel dat dit niet kon. Dan maar “zo dicht mogelijk bij nul”, zei Schimmel voor de tv-camera van Den Haag Vandaag.

Linschoten heeft tijd nodig om uit de CTSV-perikelen te komen, meer dan hij dacht. Vorige week liet hij de Tweede Kamer weten dat hij het advies van de door hem ingehuurde Leidse hoogleraar M. Rood in de ministerraad aan de orde zou stellen. Vervolgens zou de Kamer “zo spoedig mogelijk” worden geïnformeerd. Gisteren kwam daar een nieuw briefje achteraan. “Gelet op de noodzakelijke prudentie en zorgvuldigheid”, schreef Linschoten, “heb ik nog enige tijd nodig om tot definitieve oordeelsvorming te komen.” Berichten over een te verwachten ontslag van het CTSV-bestuur zijn dan ook nog onbevestigd.

De staatssecretaris is bereid Kamerleden vertrouwelijk op te hoogte te brengen. Maar zij huldigen in het algemeen de opvatting dat zij het rapport van Rood gewoon horen te krijgen en dat dit dus openbaar moet worden - desnoods met weglating van de namen van de daarin genoemde personen. Rosenmöller (GroenLinks) heeft vanmiddag in een spoeddebat bij Linschoten op openbaarmaking aangedrongen. Maar een van de problemen is dat het rapport-Rood zonder namen wel erg veel witte vlekken zou bevatten.

Toch gaat het bij het CTSV om meer dan om namen en bestuursleden. In feite stelt Rood het functioneren van dit Zoetermeerse instituut met 200 personeelsleden ter discussie. Een nieuwe reorganisatie is nodig - en juist daar hebben ze in Zoetermeer de buik van vol. De werknemers zijn grotendeels afkomstig van de Sociale Verzekeringsraad, de voorganger van het CTSV. Deze raad, die goeddeels werd beheerd door werkgevers- en werknemersorganisaties, fungeerde evenmin naar tevredenheid en kende de laatste jaren de ene reorganisatie na de andere. Niet dat dit mocht baten. De parlementaire enquêtecommissie die in 1993 de uitvoering van de sociale verzekeringen onderzocht, concludeerde dat de Sociale Verzekeringsraad als toezichthouder had gefaald.

Het toezicht moest onafhankelijk worden - en zo ontstond begin 1995 het CTSV. Linschoten mag zich in hoge mate verantwoordelijk voelen voor de benoeming van de bestuursleden wier positie nu op het spel staat. Ze kwamen er op zijn voorspraak. Een praktisch probleem is dat volgens de wet het CTSV niet zonder bestuur kan opereren. Linschoten moet dus naarstig op zoek naar opvolgers, als hij van dit trio af wil. Daarbij heeft hij één praktisch voordeel. Nergens staat in de wet dat dit opnieuw full-time bestuurders moeten worden.