Verdeeldheid in Israel over uitwijzingen

TEL AVIV, 20 MAART. De Israelische regering is verdeeld over het voornemen van premier Shimon Peres om een aantal leden van de moslim-fundamentalistische Palestijnse groepen Hamas en Islamitische Jihad uit te wijzen. Het verzet wordt geleid door minister van Justitie David Liba'i, die om principiële redenen afwijzend tegenover de maatregel staat maar ook zijn twijfel heeft over het afschrikwekkende effect ervan op de Palestijnse bevolking. Volgens hem zullen de uit te wijzen Palestijnen de terreur tegen Israel en Israelische doelen niet opgeven. Ministers van de Burgerrechtenpartij denken er net zo over.

Als minister van Buitenlandse Zaken kantte Peres zich in 1992 tegen het door premier Rabin doorgedrukte besluit 415 leden van Hamas naar Libanon uit te wijzen. Aan die uitwijzing was een tijdslimiet verbonden. Ditmaal staat Peres uitwijzing voor onbepaalde tijd voor ogen. De 415 Palestijnen die in 1992 werden uitgewezen keerden na het doorstaan van een barre winter op Libanees grondgebied met van de Libanese fundamentalistische beweging Hezbollah verworven kennis over explosieven en dergelijke naar Israel terug.

Op aanbeveling van de militaire autoriteiten is Israel eveneens van plan naaste familieleden van zelfmoordterroristen over de grens te zetten.

Het Hooggerechtshof is gisteren akkoord gegaan met het opblazen van de huizen van zeven Hamas-zelfmoordterroristen. Volgens de rechters is er in dit geval geen sprake van een collectieve straf, maar gaat het om het afschrikwekkende effect van de maatregel op de Palestijnse bevolking. Vanochtend werd de eerste van deze woningen, in het vluchtelingenkamp Al-Fawwar op de Westelijke Jordaanoever, door het leger opgeblazen.

De Israelische organisatie voor de mensenrechten Betselem heeft er in een telegram aan Peres op gewezen dat het vernietigen van huizen van Palestijnen, onder wie kinderen, van wie bloedverwantschap met de terroristen de enige zonde is, in strijd is met de fundamentele mensenrechten. Een andere mensenrechtengroep noemde het opblazen van huizen een schending van het internationale recht. Volgens deze organisatie vergroot de maatregel de vijandschap van de Palestijnse bevolking jegens Israel.