Van Vlijmen vertrekt in 1997; Holland Festival wil verdubbeling rijkssubsidie

AMSTERDAM, 20 MAART. Het Holland Festival vraagt van de overheid voor de komende jaren een forse subsidieverhoging omdat het festival anders zijn artistieke taak niet meer naar behoren kan vervullen. Het bestuur, dat sinds kort wordt geleid door senaatsvoorzitter Tjeenk Willink, zegt in een beleidsplan dat aan staatssecretaris Nuis (OCW) is voorgelegd, dat de subsidie moet worden verdubbeld van bijna drie miljoen tot zes miljoen gulden. Die verhoging is deels een compensatie voor het verlies aan overheidssubsidies in de afgelopen jaren. Subsidies van het ministerie van Economische zaken zijn weggevallen, de gemeente Amsterdam, waar het festival zich in juni afspeelt, verminderde de bijdrage van 950.000 tot 650.000 gulden.

Festivaldirecteur Jan van Vlijmen, die in 1997 na zeven jaar vertrekt, schetste gisteren bij de presentatie van het festivalprogramma voor dit jaar een sombere artistieke toekomst als het Holland Festival, dat volgend jaar een halve eeuw bestaat, geen verruiming van de middelen krijgt. De schulden als gevolg van tekorten uit het verleden zijn nu afbetaald, maar zonder extra subsidie kan er weinig bijzonders meer gebeuren. Het festival, dat nu een maand duurt, dreigt te worden ingekort tot twee of drie weken. Dit jaar is er al geen geld voor de scenische uitvoering van de opera Marco Polo van Tan Dun, waarvan het festival co-producent is. Het blijft nu bij één concertante uitvoering, een complete presentatie volgt hopelijk volgend jaar.

Het Holland Festival, dat nu mede dankzij recettes en bijdragen van fondsen, sponsors, radio en tv een budget heeft van 8 miljoen gulden, wil in de toekomst een budget van tien tot elf miljoen. Volgens het beleidsplan is dat een bescheiden verlangen in vergelijking met de budgetten van soortgelijke festivals, zoals die in Edinburgh, Avignon, Wenen, Berlijn en Salzburg.

De verhouding tussen de bijdragen van overheid, publiek en sponsors (nu respectievelijk 36, 16 en 48 procent) moet worden veranderd in 60, 17 en 23 procent. Van Vlijmen noemt sponsorbijdragen te onzeker voor een veilige toekomst.

Volgens Van Vlijmen moet staatssecretaris Nuis in zijn Cultuurnota, die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, een duidelijke keuze maken voor het Holland Festival. Van Vlijmen voorziet de mogelijkheid dat de “dans om het gouden kalf van de kunstbegroting een dodendans” wordt, maar hij wilde niet aangeven wat er moet sneuvelen ten gunste van het Festival.

Het Holland Festival wil in de toekomst een multidisciplinair festival voor vooral eigentijdse kunst blijven, maar zal vanaf volgend jaar ook gedeeltelijk van opzet veranderen. Het aantal concerten, dit jaar nog 25, zal worden verminderd tot tien of twaalf volgend jaar, vooral gewijd aan de muziek van Matthijs Vermeulen (1888-1967). Volgens Van Vlijmen maakt het grote muziekaanbod in Amsterdam veel activiteiten op concertgebied overbodig. Het Festival wil zich voortaan concentreren op opera en muziektheater (ook in concertante vorm), toneel en dans. De invulling van dat beleid is ook een zaak van de opvolger van Van Vlijmen, die het Festival bestuur nu zoekt.

Dit jaar zijn er behalve Marco Polo nog vier opera's: A King, Riding van Klaas de Vries, een semi-scenische uitvoering van Beethovens Leonore o.l.v. John Eliot Gardiner, Verdi's Otello door de Nederlandse Opera en het Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly, Oedipe van George Enescu.

In zes concerten wordt aandacht besteed aan Pierre Boulez met o.a. uitvoeringen van Pli selon Pli, ...explosante fixe... en zijn volledige piano-oeuvre. Tijdens concerten van tal van ensembles gaan premières van 20 stukken van componisten die opdrachten hebben gekregen, al staat het niet vast dat György Kurtág zijn stuk op tijd af heeft.

Op toneelgebied zijn er voorstellingen van Les Danaïdes van Aeschylos, een coproduktie met andere festivals waaraan 120 Roemeense acteurs meewerken en van HMA, een door Guy Cassiers geregisseerde Belgisch-Nederlandse voorstelling, gebaseerd op Hiroshima mon amour van Marguerite Duras. Het dansprogramma is gewijd aan William Forsythe, wiens werk wordt uitgevoerd door zijn eigen Ballett Frankfurt, het Nederlands Danstheater en Het Nationale Ballet.