Robbins klaagt de doodstraf aan in 'Dead Man Walking'

Dead Man Walking. Regie: Tim Robbins. Met: Susan Sarandon, Sean Penn, Robert Prosky, Raymond J. Barry, R. Lee Ermey, Roberta Maxwell. In: Amsterdam, Tuschinski; Den Haag, Metropole; Rotterdam, Cinerama; Groningen, Pathé.

“Ik droomde dat ik gebraden ging worden”, zegt de ter dood veroordeelde tegen de non die aan de andere kant van de tralies zit. “God kwam op me af met een koksmuts op, likkebaardend, en hij rolde me door de broodkruimels.”

Zuster Helen Prejean weet niet wat ze moet antwoorden. Ze is gekomen om Matthew Poncelet, moordenaar en verkrachter, geestelijke bijstand te verlenen, maar vraagt zich al na een paar minuten in de gevangenis af of ze daar goed aan heeft gedaan. De voortekens zijn ongunstig: aan de poort sloeg de metaaldetector alarm bij het kruisje om haar hals, en gezeten tegenover Poncelet krijgt ze van hem te horen: “Waarom bent u hier, zuster? Is het morbide fascinatie of medelijden van het type bloedend hart?”

De motivatie van zuster Prejean is een van de belangrijkste kwesties in Dead Man Walking, een op feiten gebaseerde film over de doodstraf die werd geschreven en geregisseerd door Tim Robbins. Slechts weinigen in Prejeans omgeving begrijpen waarom zij zich inspant voor een man op Death Row die niet alleen guilty as hell is, maar zich bovendien laat kennen als een cynicus en een verklaard racist. Ook de non heeft het er moeilijk mee, vooral wanneer ze geconfronteerd wordt met het verdriet en de teleurstelling van de ouders van Poncelets slachtoffers. Maar in de overtuiging dat zelfs de ergste misdadigers recht hebben op respect helpt ze Poncelet bij zijn vergeefse verzoek om gratie, en begeleidt ze hem tot aan zijn executie.

Tim Robbins, die als regisseur in 1992 debuteerde met de politieke satire Bob Roberts (vanavond op televisie), wilde naar eigen zeggen met Dead Man Walking een genuanceerde speelfilm over de doodstraf maken. De sympathie van de kijker wordt dan ook niet naar de moordenaar geleid; er zijn zelfs momenten waarop je volmondig instemt met de roep om wraak van de nabestaanden van de slachtoffers. Niettemin zal zelfs een voorstander van de doodstraf aan het eind van de film de onmenselijkheid van Poncelets executie inzien. Een maatschappij die een man een feestmaal opdient om hem vervolgens op een vaststaand tijdstip met een luier aan naar een dodelijke-injectiemachine te laten lopen, is even misdadig als de geëxecuteerde.

Dead Man Walking (de titel is de kreet die opklinkt wanneer een ter dood veroordeelde naar de executieplaats wordt geleid) is even genuanceerd als indringend, zelfs al is Robbins er niet volledig in geslaagd om al het door hem verfoeide effectbejag en valse sentiment uit te bannen. De laatste scènes aan het eind van de film - zuster Prejean die Poncelet een psalm voorzingt, Poncelet die op de executietafel de ouders van zijn slachtoffers om vergiffenis vraagt - mogen dan rechtstreeks uit het boek van de echte Helen Prejean komen, ze hadden best wat minder zwaar aangezet of zelfs geschrapt kunnen worden.

Maar wat geven die paar zwakke momenten in een verder zo integere en vooral zo goed gespeelde film? Alleen al de droef-ogige en mooi-gegroefde Susan Sarandon als zuster Prejean is een bezoek aan Dead Man Walking waard. En Sean Penn, afschrikwekkend maar nooit onmenselijk, weet de gekooide moordenaar waardigheid èn geloofwaardigheid te geven. Beide acteurs werden voor hun rol genomineerd voor een Oscar. Ze verdienen hem zonder meer.