Pakhoed tobt nog over Furness; Verkoop van Furness stuit op grote problemen

ROTTERDAM, 20 MAART. Het gaat crescendo met Rotterdamse havenfondsen als Van Ommeren en Pakhoed, bedrijven die zich wereldwijd hebben gespecialiseerd in tankopslag, tankvaart en logistieke dienstverlening. Van Ommeren presenteerde enkele weken geleden een winst over 1995 van 80,3 miljoen gulden (een stijging van 26,1 miljoen), bij Pakhoed explodeerde de winst met 30 procent tot 123,6 miljoen gulden. Een andere parallel is dat beide bedrijven zich steeds meer terugtrekken op hun kernactiviteiten, waarin de tankopslag centraal staat.

In de jaren tachtig en begin jaren negentig vonden beide bedrijven tankopslag en tankvaart een te wankele basis voor de toekomst om succesvol te kunnen expanderen. In allerijl stortte zowel Van Ommeren als Pakhoed zich op andere activiteiten die ver van de kernbezigheden (voornamelijk tankopslag) afstonden. Vooral Van Ommeren kwam van een koude kermis thuis. De overname van handelshuis Ceteco bleek een miskleun.

Van Ommeren-Ceteco (VOC) bleek niet de Verenigde Oostindische Compagnie van de 21ste eeuw te zijn zoals de zich van tevoren rijk rekenende bestuurders zich die hadden voorgesteld.

Onder bestuursvoorzitter Carel van den Driest begon Van Ommeren begin jaren negentig met de vrijwel totale afbouw van bedrijven en bezigheden die niet bij de tankopslag en tankvaart pasten. Een proces dat met de verkoop van Ceteco enkele jaren geleden, maar ook door desinvesteringen in de droge ladingvaart en door het afstoten van een meerderheidsbelang in het distributiebedrijf Intexo pas dit jaar volledig is afgerond. Van Ommeren hangt daardoor weer “schoon aan de haak”, zoals Van den Driest en zijn financiële man Hendriksen dat zo plastisch kunnen formuleren. In de tankopslag staan, evenals bij Pakhoed, in het Verre Oosten (vooral China) grote uitbreidingsplannen op stapel.

Maar daarmee houdt de vergelijking tussen beide havenbedrijven wel ongeveer op.Want waar Van Ommeren het soms pijnlijke proces van niet tot de kernactiviteit behorende desinvesteringen heeft afgerond, zit Pakhoed nog steeds opgescheept met een aantal bedrijven waar het in wezen het liefst van af wil.

De problemen concentreren zich rond Furness, een bonte verzameling van zo'n vijftig werkmaatschappijen verdeeld over drie business-units: dealers (DAF bedrijfswagens, Fiat en Hyundai bestelwagens, Volvo personenauto's), havens (onder meer Seaport Terminals) en logistiek (opslag- en distributiebedrijven voor levensmiddelen en papier en luchtvrachtbedrijf Avio Presto).

Tussen al deze bedrijven bestaat zo weinig samenhang dat een verkoop van onderdelen vrijwel zeker de beste prijs oplevert. Maar verkoop van Furness in onderdelen stuit op groot verzet binnen het bedrijf.

De bestuursvoorzitter van Pakhoed, N.J. Westdijk, noemde gisteren tijdens de presentatie van de jaarcijfers Furness “geen probleem”. Maar tevens constateerde Westdijk dat Furness het binnen Pakhoed steeds slechter doet. Het bedrijfsresultaat bedroeg vorig jaar 8,5 miljoen gulden, terwijl Furness in 1994 nog 14,4 miljoen verdiende. Westdijk heef al eens een aparte beursgang overwogen voor Furness, maar echt lekker loopt het allemaal niet. Binnen de business-units van Furness renderen de autodealers met een rendement op het eigen vermogen van 20 procent uistekend.

Maar een overslagbedrijf als Seaport loopt minder goed. Gevreesd wordt voor een reorganisatie bij dit bedrijf, aangezien Westdijk er in het verleden al blijk van heeft gegeven dat hij minder renderende activiteiten, zoals het vorig jaar verkochte Multi Terminals Waalhaven, zonder pardon afstoot.

Erg veel haast met het afstoten van de niet-kernactiviteiten maakt Westdijk oevrigens niet. Pakhoed peinst er bij voorbeeld niet over zich terug te trekken uit ECT. Het overslaan van containers droeg vorig jaar 13 miljoen gulden aan de winst van Pakhoed bij. Daar hoor je de bestuursvoorzitter beslist niet over klagen.

Alleen wanneer de naam Furness bij Pakhoed valt, neemt Westdijk nog een trekje van een dun sigaartje om vervolgens in een blauwe rookwolk achter te blijven met zijn zieleroerselen.