Opvolger van Van Hanegem probeert agressie bij Rotterdamse cupfighter te beteugelen; Arie Haan stoort zich aan bom onder Feyenoord

De twee recente rode kaarten van Larsson en Vos passen niet in het beeld van het huidige Feyenoord, dat morgen in het Europa Cup 2-toernooi de return tegen Borussia Mönchengladbach speelt. Trainer Haan is niet tegen hard spel, maar het mag niet té hard worden.

ROTTERDAM, 20 MAART. Wie bij Feyenoord onnodig een kaart krijgt voorgehouden, moet zijn premie of een deel ervan inleveren. Arie Haan accepteert het niet als een speler over de schreef gaat. Maar daarvan was volgens de trainer geen sprake bij Larsson en Vos. Hun rood had niets te maken met “de oude agressiviteit van Feyenoord”. Haan wijst op de scheidsrechters. “Feyenoord verdient, nu we duidelijk aan het veranderen zijn, best wat bescherming.”

Haan vindt Feyenoord zeker niet te hard of gemeen spelen. Hij heeft nog niet één keer de neiging gehad om het aantal overtredingen van zijn ploeg te turven. “Ik heb er een hekel aan als één speler veel overtredingen maakt. Daarom zou ik er voor zijn om net als in basketbal een systeem met persoonlijke fouten in te voeren. Wie er vijf maakt, moet worden vervangen. Dat zou het voetbal ten goede komen.”

Op de training wordt tegenwoordig de toon gezet bij Feyenoord. “Ik fluit de dingen af die ik niet wil zien”, zegt Haan. “Er is een periode geweest dat nergens meer voor werd gefloten”, herinnert aanvoerder Peter Bosz zich de trainingen onder Haans voorganger Van Hanegem. Toen Haan kwam, bespeurde de nieuwe trainer in de onderlinge partijtjes een enorme agressie. “Er lag een bom onder elk duel. Er was duidelijk sprake van revanchegevoelens. Niets werd van elkaar gepikt.”

Vooral in het internationale voetbal heeft Feyenoord een naam opgebouwd een ploeg te zijn die nogal eens over de schreef gaat. Onder Van Hanegem werd tegen vrijwel elke sterke Europese ploeg een speler van het veld gestuurd. Tegen Zaragoza waren dat er vorig seizoen zelfs twee. “Maar dat was een lachertje”, aldus Bosz, die toen één van de rode kaarten kreeg. “Vaak weet je in het buitenland niet wat je aan de scheidsrechter hebt. Voor de meest idiote dingen krijg je een kaart. Oké, we zijn af en toe ook wel te ver gegaan. Zo is het fout om een gozer een knal voor zijn kop te geven.” Hij doelt daarmee onder anderen op Henk Fräser die in de Europa-Cupwedstrijd tegen Luzern werd weggestuurd wegens het slaan van een tegenstander.

Volgens Bosz moeten de zonden van het oude Feyenoord niet worden overdreven. “Vergeet niet dat het fysieke spelletje ons ook resultaat heeft opgeleverd. Het is prachtig om Ajax te zien spelen, maar Feyenoord heeft die kwaliteiten niet. Dat probeer je dan op een andere manier te compenseren. We moeten keihard werken en het is meegenomen als je tegenstanders kan imponeren. Als je tegen het duo De Wolf-Fräser moet spelen, voel je je vooraf echt niet zo lekker.”

In tegenstelling tot De Wolf staat Fräser nog steeds onder contract bij Feyenoord. De meedogenloze verdediger, buiten het veld een lieve jongen, is de laatste anderhalf jaar door blessures nauwelijks aan spelen toegekomen. Haan wil hem, als hij weer fit is, graag in het elftal opnemen. De trainer denkt Fräser te kunnen temmen. “Ik heb hem op de training één keer gewaarschuwd en daarna hebben we een gesprek gehad. Dat heeft hij goed opgepikt, denk ik. Laatst deed ik op de training mee met een partijtje. Ik stond libero en zei tegen de jongens voor me: jullie zagen ze af en ik vang ze op. Ineens zag ik het vingertje van Fräser. Hij vond dat ik dat niet zo kon zeggen. Dat was een goede reactie.”

Bosz oordeelt dat er bij Feyenoord momenteel een veel rustiger elftal op het veld vergeleken met vroeger. Dat heeft niet alleen met de andere trainer te maken, maar ook met vertrek van opvliegerige baasjes als De Wolf, Van Gobbel en Scholten en de langdurige blessure van Fräser. “Vroeger was ik bang dat iemand van ons in het gedrang een tegenstander ineens een koek zou geven. Die angst heb ik nu niet meer.”

Het wil echter niet zeggen dat Feyenoord nu een lieve ploeg heeft. Met name Bosz (“Ik ben een harde, maar geen gemene speler”), Maas en Heus weten van aanpakken. “En vergis je niet in Ronald. Die kan als dat nodig is keihard en zelfs gemeen zijn”, aldus Bosz. Routinier Koeman zelf omschrijft het huidige Feyenoord als “een stevige ploeg”. Feyenoord is in de eredivisie bijna wekelijks de club met de meeste overtredingen. Dit seizoen kreeg de club al 35 gele en vier rode kaarten. Ter vergelijking: de cijfers van Ajax zijn 11-0.

Arie Haan zegt niet tegen hard spel te zijn. “Het is vaak onvermijdelijk.” Maar het moet wel binnen de perken blijven. “Het voetbal moet altijd op de eerste plaats blijven komen. Een speler mag nooit zijn zelfbeheersing verliezen. Het heeft geen enkele zin om te reageren op je tegenstander. De scheidsrechter ziet toch altijd alleen maar de tweede actie.” Maar Haan was als actief speler toch ook niet iemand die zich zo maar liet schoppen of slaan? “Nee, natuurlijk niet”, lacht de trainer. Hoe loste hij dat dan op? “Dat ga ik toch niet voor de krant vertellen.”

In de eerste wedstrijd tegen Borussia Mönchengladbach bleek hoe Haan wil dat Feyenoord zich op het veld gedraagt. Er werd stevig gevoetbald, maar de spelers bleven beheerst. “Dat heeft ook te maken met dat het best lekker liep”, oordeelt middenvelder Bosz. “Want dan heb je geen andere middelen nodig. Meestal doe je uit irritatie over het slechte spel verkeerde dingen.” Bosz sluit niet uit dat er in de toekomst nog eens iets onoirbaars gebeurt. Feyenoord blijft Feyenoord en in het internationale voetbal gelden nu eenmaal andere normen, aldus de captain.

Bosz zegt in het buitenland spelers te hebben meegemaakt met wie vergeleken zelfs De Wolf en Fräser keurige voetballers zijn. “Dat waren echte bandieten.” Hij herinnert zich een typerend voorval uit zijn periode bij het Franse Toulon. “Ik hoorde tijdens een wedstrijd onze laatste man en voorstopper met elkaar praten. Wie heeft mij een homo genoemd, vroeg de voorstopper. De laatste man wees de spits van de tegenstander aan. Die schrok zich rot. Nee, nee, dat heb ik niet gezegd, riep hij. Die jongen had daarna geen leven meer en liet zich tien minuten later wisselen. Hij scheet in zijn broek.”