Ondernemers verweren zich tegen beleggers; Aandeelhouder moet wel beloond worden

NAARDEN, 20 MAART. Wie weet beter hoe het moet in een bedrijf? Een belegger die op afstand staat en maar beperkte informatie heeft, of de ondernemer die dag en nacht zwoegt om de prestaties van de onderneming te verbeteren? Vroeger was het antwoord simpel: de ondernemer, natuurlijk. De laatste twee jaar is dat veranderd. Beleggers, groot en klein, roeren zich. Zij willen hun door wetgeving en praktijk uitgeholde invloed herstellen, maar vinden ondernemers en bankiers op hun weg.

De ondernemer prevaleert, vindt drs. T. Braakman, voormalig bestuursvoorzitter van Nationale-Nederlanden, de verzekeraar die tevens Nederlands grootste belegger in aandelen van bedrijven is. De ondernemer moet de belangen van werknemers en aandeelhouder onder eén noemer brengen voor dat ene doel: de klant tevreden houden.

Mr. J. Kalff, bestuursvoorzitter van ABN Amro, de huisbankier van veel grote ondernemingen en soms ook belegger in deze bedrijven, schaart zich eveneens aan de zijde van de ondernemers. Een particuliere belegger laat zich bij (vijandige) biedingen op bedrijven leiden door egoïstische motieven: de koerswinst. Een professionele belegger als ABN Amro beoordeelt het lange termijnbeleid van de onderneming en de relatie van die onderneming met de bank, en neemt op basis daarvan een beslissing. En dat kan wel eens tegen een bod zijn, en daarmee tegen een korte-termijn koerswinst.

Ook drs. C. Brakel, bestuursvoorzitter van uitgever Wolters Kluwer en vice-voorzitter van de lobbyclub van beursfondsen, laat het gewicht doorslaan naar de ondernemer. “Het belang van de ondernemer en de aandeelhouder loopt doorgaans parallel”, zei hij gistermidag op een congres over de controle op het bestuur van bedrijven en de relatie tussen beleggers en ondernemingen.

De ondernemer moet wel zorgen dat de aandeelhouder waar voor zijn geld krijgt, vindt Brakel. “Verstoppertje spelende ondernemers passen niet meer in deze tijd.” Maar, zo waarschuwde hij, pressiegroepen van beleggers moeten niet op hol slaan.

Naast hem zat zo'n vertegenwoordiger: drs. P. de Vries, directeur van de Vereniging van Effectenbezitters, de VEB. “Als ergens iemand op hol is geslagen, is het wel in de ondernemingsbesturen die nu preferente aandelen uitgeven.” De afgelopen weken hebben opvallend veel bedrijven, waaronder DSM en Ahold, opeens preferente aandelen aangekondigd. De timing was curieus: net voordat minister Zalm van Financiën na jaren soebatten een nieuwe regeling voor onwelgevallige overnames had ontworpen.

De preferente aandelen, effecten met een hoog vast rendement die veel goedkoper zijn dan gewone aandelen in bedrijven, kunnen worden ingezet tegen zulke vijandige overnames door andere bedrijven of investeerders. “De beleggers van DSM reageerden positief”, repliceerde Brakel.

Zou De Vries vroeger alleen hebben gestaan tegen de managers, nu weet hij zich gesteund door de honderden miljarden guldens beleggingskapitaal van de pensioenfondsen. Het oproer kraait. Voorzitter drs. C. van Rees van de ondernemingspensioenfondsen, die voor de grote concerns als Shell en Philips werken: “Er zijn nogal wat bedrijven die de laatste jaren aandeelhouderswaarde vernietigd hebben. Ons optreden is niet in de laatste plaats gericht op beïnvloeding van dit soort zaken, dat wij op een aandeelhoudersvergadering voor gek worden gezet en niets te vertellen hebben. Slechte presteerders moeten verantwoording afleggen.”

Directeur beleggingen dr. J. Frijns van het ambtenarenpensioenfonds ABP:“Wat kan een aandeelhouder toevoegen aanhet ondernemingsbeleid? Kijk naar cyclische bedrijven, in sectoren als papier, staal, transport. Bestuurders gebruiken de winst die zij in hun bedrijf houden voor extra investeringen. Dat leidt tot overcapaciteit en prijsbederf. Als belegger zeggen wij: doe dat maar niet meer, keer de hele winst maar uit aan aandeelhouders, dan moet er eerder gesaneerd worden door het management.”

Van Rees ziet voor pensioenfondsen weinig heil in preferente aandelen als belegging. Verzekeraars en banken watertanden daarentegen. Zij hebben een fiscaal voordeel, doordat zij geen dividendbelasting hoeven te betalen mits zij tenminste 5 procent van de aandelen in het bedrijf bezitten. Kalff:“Het wordt hier voorgesteld alsof het een lekkertje is, dat wordt weg gegeven, maar de belegger in preferente aandelen heeft geen enkele kans op koerswinst.” Van Rees: “Zijn kopers van preferente aandelen daarom niet een beetje pessimisten?” Hij kijkt liever naar de potentie van waardegroei.

Is de loyaliteit van de verzekeraars en pensioenfondsen aan hun polishouders, vroeg congresvoorzitter drs. F. Maljers zich af, of aan het bedrijf waarin zij beleggen. Maljers, voormalig bestuursvoorzitter Unilever en nog actief als president-commissaris bij concerns als Philips, haalde twee herinneringen op aan de preferente aandelen van Unilever. Het concern was altijd wat zenuwachtig, vertelde hij, omdat je voor een belegging van 1000 gulden 25 stemmen op de aandeelhoudersvergadering kon kopen via de preferente aandelen, en maar een stuk of vijf via de gewone aandelen.

Hij vertelde hoe hij jaarlijks op visite ging bij Braakman “om mijn aanhankelijkheid aan de Nationale-Nederlanden te belijden”, die een groot pakket van de preferente aandelen had. En hoe hij Unilever medio jaren tachtig op een veel scherpere strategische koers had gezet, toen hij merkte dat steeds meer aandelen in handen kwamen van Zwitsers. “Dat was niet het pensioenfonds van skileraren. Dat waren wat slimme jongens van het Kuwait Investment Fund, die samen met drie bedrijven aan het bekijken waren hoe zij Unilever in stukjes konden hakken en verkopen. Nothing concentrates the mind better than the prospect of hanging.”