Omroep als loods in een zee van informatie

Het media-aanbod ontwikkelt zich van een beperkt aantal uitingen voor een breed publiek (broadcasting) naar een breed scala van uitingen voor kleinere, onderscheiden doelgroepen (narrowcasting). Filmnet-directeur Hans Klok voegde daar gisteren, op het media-congres Omroepen 2000? in het Amsterdamse Hilton Hotel, een derde begrip aan toe: private casting. In de nabije toekomst wordt volgens Klok het aanbod dermate groot, dat iedereen een ander, op zijn eigen belangstelling toegesneden pakket van evenementen, nieuwe-mediadiensten, films, amusementsprogramma's en nieuwsberichten selecteert. De tijd van de lineaire programmering, waarbij de kijker ondergaat wat hem wordt aangeboden, is voorbij. Nu breekt het tijdperk aan van de parallelle programmering, van pay-per-view en video-on-demand. Dat verhoogt de keuzemogelijkheid voor de mediaconsument. Maar omdat de aanbieders gaan afrekenen op wat zij leveren, nemen de kosten aanzienlijk toe.

Hoe moet de publieke omroep hierop reageren? Is de omroepbijdrage straks nog wel gerechtvaardigd? Die vragen werden op het congres beantwoord door Frans Maréchal, financieel-economisch directeur van de AVRO en van de Stichting AKN, het samenwerkingsorgaan van AVRO, KRO en NCRV. Publieke omroepen hebben sinds de komst van commerciële televisie in 1989 niet adequaat gereageerd op de concurrentie, stelde hij. De zeggenschap over de distributie van het aanbod is verlegd van de ether, waar de overheid in vroeger dagen over beschikte, naar de kabelondernemers. Maréchal toonde zich voorstander van het deelnemen door publieke omroepen aan nieuwe-mediadiensten en het aangaan van strategische allianties met private mediaondernemers en distributeurs om terrein terug te winnen.

De AVRO-directeur liet een nieuw geluid horen in het tot voor kort hoofdzakelijk defensief reagerende bolwerk van de publieke omroep. Hij vindt dat Hilversum gebrek aan initiatief toont en teveel naar binnen en op het verleden is gericht. Maréchal meent dat een grotere slagvaardigheid wordt bereikt door de omroepbestuurders te vervangen door managers. Bovendien moet de binding met de kijkers worden versterkt en dient de omroep zich te oriënteren op de functie van agent: loods in de zee van informatie en entertainment die langzamerhand ontstaat. De broadcaster moet een service-provider worden; van het dictaat van de programmagids naar filter en software-leverancier. Hij pleitte voor een 'omroepbreed participatiefonds' in nieuwe media om te voorkomen dat de publieke omroep wordt gemarginaliseerd.

Tot de partijen die zich voorbereiden op een plaats in het nieuwe, interactieve-mediaveld behoren in Nederland behalve kabelmaatschappijen en tv-producenten ook steeds nadrukkelijker bedrijven als Philips en KPN. Een ontwikkeling die zich ook in andere Europese landen voordoet: tv-producenten die samen met distributeurs, telecommunicatiebedrijven, hardware-leveranciers en rechthebbenden op populair programma-aanbod de handen ineen slaan. Wanneer de schermutselingen om de media-consument van de toekomst leiden tot onevenredige concentraties, dan bepaalt de Europese Commissie of dat aanvaardbaar is. Karel van Miert, Europees commissaris voor economische mededinging, schetste op het congres hoe wordt voorkomen dat zich ongewenste concentraties voordoen. Concurrentie op het terrein van de media onttrekt zich steeds meer aan nationale of regionale grenzen en overheden, waardoor de Commissie “nillens-willens”, zoals van Miert het uitdrukte, in deze sector steeds vaker als scheidsrechter moet optreden.

Over de deelname van Endemol in de Holland Media Groep (HMG) oordeelde de Commissie negatief, waardoor Endemol zich uit het conglomeraat moest terugtrekken. Een oordeel over de oprichting van het sportnet van de KNVB, waarin ook Endemol participeert, gaf Van Miert niet. Wel noemde hij een vergelijkbaar geval in Engeland, waarbij BSkyB voor vijf jaar de - met een aantal partijen gedeelde - rechten op nationale voetbalwedstrijden verwierf en het fiat van de Commissie verkreeg. De Commissie heeft een moeilijke rol: enerzijds moet worden opgetreden tegen het monopolie dat overheden en hun beschermde omroeporganisaties op het media-aanbod hadden, anderzijds moeten spelers de vrije markt niet een te dominante rol gaan spelen.

Liberalisering en mondialisering in de media, waarvan Van Miert in beginsel voorstander is, moeten de pluriformiteit niet in gevaar brengen. Een samenwerking in Duitsland tussen Deutsche Telecom, eigenaar van het overgrote deel van de Duitse kabel, groot filmrechthebbende Leo Kirch en uitgeefconglomeraat Bertelsmann werd door de Commissie afgewezen. Hetzelfde gold voor zo'n machtsconcentratie “van onder tot boven” in de Scandinavische media. Nu dit soort verschijnselen vaker voorkomen ziet de Europees Commissaris een extra taak voor de EU weggelegd. Samen met zijn Italiaanse collega studeert hij op een maatregel om het aandeelhouderschap in mediaconglomeraten onder de loep te nemen. “Want teveel machtsconcentratie in de media”, stelde Van Miert, “leidt tot bekommernissen over de democratie.”