Minister vindt afkoopsom niet haar zaak

DEN HAAG, 20 MAART. Ik wist van niks, ik kon niks weten en ik wil het ook een volgende keer niet weten. Dat was, samengevat, de reactie die minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) gisteren gaf op de onthulling dat C.J. Nyqvist, ex-topman van Verenigd Streekvervoer Nederland (VSN), bij zijn vertrek een gouden handdruk van twee miljoen gulden kreeg. Zelf had Nyqvist een jaar eerder de directeur van streekvervoerbedrijf NZH, A. Testa, in ruil voor 2,1 miljoen aan de kant gezet. In beider arbeidscontract staat een clausule die een dergelijke afkoopsom mogelijk maakt.

De bewuste onwetendheid van minister Jorritsma als het gaat om arbeidscontracten, salarissen en gouden handdrukken bij een bedrijf dat voor een groot deel van zijn inkomsten afhankelijk is van subsidies van de overheid als enig aandeelhouder, heeft alles te maken met de rechtsvorm van datzelfde VSN. De streekvervoerdersholding is een structuurvennootschap, een gebruikelijke rechtsvorm voor grotere bedrijven (meer dan 25 miljoen gulden aan kapitaal en tenminste honderd werknemers), wat volgens een vijfentwintig jaar oude wet hierover inhoudt dat de commissarissen veel macht hebben. Zij zijn het die de jaarrekening vaststellen en de top van het bedrijf benoemen en ontslaan. Het idee achter de wet is, dat deze machtige positie de traditionele botsingen tussen arbeid en kapitaal, ondernemingsraad en aandeelhouders, wegneemt en er in plaats daarvan een grondig toezicht is. De commissarissen worden geacht geen deelbelang na te streven, zij dienen enkel het belang van het bedrijf.

In de praktijk van de streekvervoerdersholding, in feite een staatsbedrijf, betekent het echter ook dat de twee van in totaal zeven commissarissen die namens de overheid op de streekvervoerdersholding toezien (departementale topambtenaren) in een dubbelhartige positie zijn komen te verkeren. Immers, openbaar belang en bedrijfsbelang vielen bij de gouden handdruk voor Nyqvist niet samen. Streeft de overheid een sobere en doelmatige inzet van het geld voor het openbaar vervoer na, zoals diverse Kamerleden en ook de minister gisteren onderstreepten, in het belang van de streekvervoerdersholding was het kennelijk nodig een niet meer functionerende topman voor twee miljoen gulden af te kopen. Daarbij komt dat er geen rapportageplicht voor de overheidscommissarissen is. “Het zijn geen spionnen van mij”, zei minister Jorritsma gisteren. Voor PvdA-parlementariër Vreeman, ex-vakbondsman en sinds twee jaar streekvervoerderscommissaris, gaat dezelfde redenering op. Als commissaris ging hij akkoord met de gouden handdruk, waarvan hij gisteren als sociaal-democratisch Kamerlid zei dat het toch wel veel geld is. Zijn gelijkgezinde collega's in de Tweede Kamer mocht hij er formeel niet van op de hoogte stellen.

Op het sluimerende belangenconflict bij overheidscommissarissen is de afgelopen jaren veel kritiek geweest. Ook het omgekeerde kan immers gebeuren. Nyqvist bijvoorbeeld vermoedde dat zijn ontslag een complot was, gesmeed door commissarissen die namens de overheid meer concurrentie in het openbaar vervoer wilden dan hijzelf voor het bedrijf wenselijk achtte.

De Tweede Kamer wil nu een discussie over de rol van overheidscommissarissen, waarbij bijvoorbeeld minister Jorritsma (VVD) het niet ondenkbaar acht dat de overheidscommissaris helemaal wordt afgeschaft, omdat het, zei ze gisteren, af en toe tot vreemde situaties kan leiden. Zonder overheidscommissarissen zou elke schijn van bemoeienis met zelfstandige bedrijven worden vermeden. Maar ook zou in dat geval een bedrijf als VSN jaarlijks bijna een miljard gulden overheidssubsidie ontvangen, zonder dat het rijk behalve via de accountantscontrole van de jaarverslagen, op de besteding daarvan toeziet. Een andere mogelijkheid, die gisteren ook werd gesuggereerd, is een rapportageplicht voor overheidscommissarissen. Vooralsnog lijkt een meerderheid in de Tweede Kamer vooral daarvoor te voelen.