Kunst uit spuitbus

Toen het kleine Franse dorp op een ochtend ontwaakte, bleek het met een schandvlek te zijn besmet.

Muren en schuttingen waren bespoten met donkere verf, het crèmekleurige naambord aan het begin van het dorp zat onder de fladders en kledders. Ook op het licht gestucte dorpshuis was de vijandig sissende spuitbus tekeergegaan. Verontwaardiging tekende de gezichten van de vrouwen met de eiermanden, de kromme gepensioneerden en de passerende postbode. 'Scan-da-leux!' klonk het even hartgrondig als het 'la-men-ta-ble!' van de dikke houthakker, wiens gele peuk op zijn onderlip op en neer wipte bij zijn beloften aan de spuiter als die hem ooit in handen mocht vallen. Maar al aan het eind van die week was de nachtmerrie verdreven: het bord was gereinigd, muren waren van de schande ontdaan en het dorpshuis was opnieuw fris gesausd.

In het dorp van achthonderd zielen werd het kwaad gemakkelijker de kop ingedrukt dan in het duizendvoudige Amsterdam. Maar hier begon het ook anders. Een dikke twintig jaar geleden stond plotseling op een muur bij het Vondelpark in geletterd handschrift te lezen: 'de mensen sterven en zijn niet gelukkig'. Op een viaduct verscheen: 'er is nog een hoop te doen' en verrast door deze plotselinge staaltjes van straatpoëzie begroetten we eerbiedig de nieuwe 'muurkunst' en importeerden we trots uit New York het woord graffiti.

De metro-oorlog en de krakerscultuur namen echter de kwast over, de toon werd rauwer en de typografie agressiever. Toch konden die hartekreten nog treffen, maar daarna nam het niets ontziende spuitrapalje de zinloze stadsvervuiling ter hand.

Maar nu. Krachtig pakt de stad opeens de bekladding aan: alles wordt schoongemaakt en wie niet meewerkt krijgt gedonder. En onder die druk keert waarachtig de taalkracht terug. Want uit de Plantagebuurt is een dichter naar de Amstel getrokken, die bij de Hortusbrug een muur doet zingen: 'Drugs vrij, junks blij, maffia voorbij' en die op de Stopera een eigentijds hoogtepunt van compactheid scoorde met, in dezelfde okeren letters: 'Chipknip = kutlul'. Maar omdat juist daar het poetsparool is gegeven, was het de volgende dag weg. Toegegeven: fijntjes was het niet, maar aforistisch een voltreffer.