Joschka en de rood-groene toverformule

REMAGEN, 20 MAART. “Kohl zorgt voor banen in het Verre Oosten”, zeggen SPD-posters in de buurt van de Rheinhalle te Remagen, een bouwsel uit de tijd dat de gemeentekassen in Wirtschaftswunderland nog vol waren (een flink deel van de bevolking van dit Rijnstadje zou in het hallencomplex passen).

De passant mag uit die posters begrijpen dat Kohl als exportacquisiteur veel te weinig aan de werkgelegenheid in eigen land denkt, terwijl de Duitsers dat toch als het allergrootste probleem zien. Volgens de jongste opiniepeilingen geldt dat zelfs voor ruim driekwart van hen nu Duitsland tobt met economische malaise en een record van 4,3 miljoen werklozen.

Zondag 24 maart zijn er spannende deelstaatverkiezingen, hier in Rijnland-Palts (2,9 miljoen kiezers), waar de werkloosheid met 16 procent ruim boven het nationaal gemiddelde (11 procent) ligt, en in Sleeswijk-Holstein (2,1 miljoen kiezers) en Baden-Württemberg (7,25). Joschka Fischer, onbetwist de grote publiekstrekker van Bündnis '90/Groenen, zal deze avond in de sportzaal van de plaatselijke Rheinhalle optreden: “Joschka komt”, is alom in Remagen te lezen.

“De tijd is rijp!” heet het achter het podium in de sportzaal op een breed, geelgroen spandoek. Wat wil zeggen dat de Groenen na 24 maart graag de FDP als coalitiepartner van minister-president Kurt Becks SPD zouden vervangen. Beck, die twee jaar geleden zijn naar Bonn vertrokken partijgenoot Rudolf Scharping (fractieleider in de Bondsdag en intussen alweer ex-partijvoorzitter) opvolgde, is de regionale 'superstar'. Hij zou trouwens liever met de FDP verdergaan en hij lijkt het voor het kiezen te krijgen. Zijn SPD is in de jongste peilingen naar ruim 45 procent geklommen, de CDU blijft daar onder haar topman Johannes Gerster ruim achter met 38 procent, de Groenen zijn licht gezakt tot 7,5 en de FDP wankelt aan de goede kant van de kiesdrempel van 5 procent.

De tijd mag dan rijp zijn, Joschka Fischer, de eerste man van de Groenen in de Bondsdag, bijna 48 intussen en in zijn partij eigenlijk al een oudere jongere, komt deze avond niet om zeven uur maar even voor achten aan. Dat wil zeggen: nadat een dixieland-orkestje op het podium zijn succesnummer On the sunny side of the street wel drie keer heeft gespeeld en de sportzaal met 400 mensen zeer behoorlijk vol is gelopen. Naar verwachting met iets meer vrouwen dan mannen en meer jongeren dan ouderen, de Groenen treden in Rijnland-Palts trouwens met vier vrouwelijke lijsttrekkers aan. De lauwe frisdrank doet het beter dan het lauwe bier, maar Joschka - Nero-hoofd met snel bewegende ogen en lippen op een gevuld lijf - krijgt een fles wijn.

Het is een beetje moeilijke avond voor de zoon van katholieke Hongaars-Duitse ouders die kort na de oorlog naar Duitsland kwamen, waar hun zoon Joschka in 1948 in Gerabronn (oostelijk van Heilbronn) is geboren. Fischer heeft een lange mars achter de rug sinds '1968', het jaar waarin hij lid werd van de knokploeg Revolutionärer Kampf. Beroepsdemonstrant, anarchopolitiek activist, student-extraneus, taxichauffeur waren zijn eerste stations. In de Groenen werd hij van milieu-Fundi en demo-Sponti uiteindelijk Realo-strateeg. Van 1983 tot '85 was hij lid van de Bondsdag, in Hessen was hij van 1985 tot '87 milieuminister (beëdigd op sportschoenen), daarna nog eens van 1991 tot '94. Vervolgens keerde hij terug in de Bondsdag, waar hij intussen als knap debater en “heimelijke leider” van de oppositie wordt gevierd, tot woede van de SPD.

Al blijkt dat dan niet overal uit het Groene programma, dat nog een aangepast economisch gedeelte ontbeert, Fischer heeft de meerderheid van zijn partij in jaren van moeizaam politiek bekeringswerk op de Realo-lijn gekregen. Dat wil zeggen: op een lijn die op regeren in roodgroene coalities met de SPD mikt, eerst regionaal en uiteindelijk ook in Bonn. Kan het zijn zou hij daarin dan zelf wel minister van Buitenlandse Zaken willen zijn, daarvan maakt hij geen geheim. Diplomaten op Buitenlandse Zaken krijgen na de lectuur van het Groene programma (Duitsland uit de NAVO, de NAVO opheffen, bijvoorbeeld) alleen bij het idee al een appelflauwte, maar dat is iets anders.

Het ziet er voorlopig nog niet naar uit dat het die kant op gaat. Want net nu de Groenen zich opmaken na zondag liefst in nog drie Länder regeringspartij te worden knarst het in Noordrijn-Westfalen hevig in de rood-groene coalitie die daar sinds acht maanden bestaat en die min of meer als “model voor Bonn” is gestart. Deze avond moet Fischer er zelfs rekening mee houden dat een Groen regionaal partijcongres de coalitie met de SPD in de grootste Duitse deelstaat zal verbreken wegens meningsverschillen over de verkeerspolitiek. Het loopt op dat congres uiteindelijk nog met een sisser af, en met een katerstemming bij zijn partijgenoten, maar dat zal hij pas een paar dagen later weten. Dankbaar zingen de CDU en de FDP een lied over het gebrek aan homogeniteit van rood-groene coalities, hun gevaar voor de werkgelegenheid en de angst die ze bij ondernemend Duitsland zouden losmaken. En SPD-premiers als Heide Simonis in Sleeswijk-Holstein en Kurt Beck in Rijnland-Palts neuriën dat lied zachtjes mee.

Het wordt een saai avondje voor Groene bekeerden met een nogal conventioneel verloop. Op bijna alle verkiezingsbijeenkomsten spreken nationale beroemdheden veel langer dan de regionale kandidaten. Dat is ook in Remagen zo. Ilse Thomas van het Groene lijsttrekkerskwartet in Rijnland-Palts spreekt zo'n 20 minuten over enkele sociaal-ecologische, emancipatorische, multiculturele en vredespolitieke kwesties en klaagt over de Strassenwahn, ja: over de Planierwut van de SPD, die er zelfs niet voor te vinden was om de Nürburgring (een racecircuit) te sluiten. En zij klaagt over de regionale FDP-minister Rainer Brüderle (Economische Zaken), “die liberale charlatan die ons jobkillers noemt”.

Dan volgt Fischer, die in deze deelstaat moet oppassen als het om vredes- en veiligheidskwesties gaat. Hij heeft op dat gebied de Groene programmagrenzen immers de afgelopen maanden stevig opgerekt, bijvoorbeeld toen het ging om de vraag of Duitse militairen mogen of moeten meedoen aan VN-vredesacties als in Bosnië. Maar net in Rijnland-Palts hebben Groenen een pacifistische traditie, de grote Amerikaanse militaire presentie gaf deze deelstaat tot een paar jaar geleden de bijnaam “het grootste Amerikaanse vliegkampschip te land”.

Dat thema laat hij dus liever liggen in zijn geïmproviseerde rede van ruim een uur. Hij spreekt over wat hij “vroeger in Hessen” tegen de atoomlobby deed, over wind- en zonne-energie, het falen van de regeringscoalitie in Bonn, die “voor onze recordwerkloosheid heeft gezorgd” en die na 24 maart “snel met de billen bloot” zal moeten. En, natuurlijk, over de “kwalijke campagne” die de SPD voert om de toeloop van volksduitsers uit Oost-Europa (Aussiedler) te beperken, “mensen die de prijs betalen voor wat Hitler aanrichtte en die in Rusland een echt mensenrechtenprobleem kennen”. Niettemin spreekt Fischer ook enthousiast over het perspectief van een rood-groene coalitie op nationaal niveau. Vragen? Geen vragen! Ja toch, twee vragen. Even later is Fischer in een auto met het formaat en kenteken van Bonn vertrokken.