Hulpeloze dronkaards

In de Moskouse metro zag ik hoe een dronken man bij het uitstappen met zijn been tussen perron en wagon bekneld raakte. Onmiddellijk schoten drie mannen uit de trein te hulp, sjorden hem los en wierpen hem zijn bezittingen na. Een vierde man leidde hem vervolgens naar een veiliger plaats, en miste daardoor zijn trein.

Het is opvallend hoe attent veel Russen zich gedragen jegens dronkaards. Misschien beschouwen ze hen als zieken die medelijden verdienen? Keer op keer zie ik hoe omgevallen lieden (meestal mannen, een enkele keer een vrouw) opgeraapt worden en bestraffend of betuttelend toegesproken. Mijn vriendin Nadja heeft haar echtgenoot op een dergelijke manier ontmoet. Ze zag hem op een avond liggen in de sneeuw, buiten kennis, en kon het niet over haar hart verkrijgen hem onder te laten sneeuwen. Hij had immers dood kunnen vriezen? Na veertien jaar huwelijk heeft ze spijt dat ze zich indertijd over hem ontfermd heeft.

Vrouwen slepen hun beschonken man of zoon voort; kennelijk willen ze hem toch liever thuis hebben dan op straat achterlaten. Soms zit er iemand naast je in de trein die in zijn roes steeds opdringeriger tegen je aanleunt. Wegduwen helpt maar even. Op straat loop ik met een zo groot mogelijke boog om hen heen; het laatste wat ik wil is hun aandacht. Wel probeer ik ze onopvallend te bekijken. Als ik een huilend oud vrouwtje zie met een fles bier in haar hand, vraag ik me af of ik medelijden met haar moet hebben. De ernstigste gevallen hebben bepaald iets dierlijks. Deze zie je vaak bij stations. Als een groep zwerfhonden hangen ze rond, rechtop lopen lijkt niet meer mogelijk. Het haar vervilt, kleding door en door vervuild en het gezicht opgezwollen en vol korsten van vele valpartijen.

In zes minuten loop ik van het metrostation naar mijn woning en kom op dat stukje gemiddeld drie dronkaards tegen. Laatst ook een vrouw; ze kroop (naar huis? - in ieder geval leek ze op weg ergens naar toe) op handen en knieën door de sneeuw. Ze zag er tamelijk goedgekleed uit: jas, sjaal, laarzen met hoge hakken en een geruite rok.

Onlangs merkte ik echter ook een lichte irritatie bij de toeschouwers. Ik stond in een rij voor brood. Er kwam een man aanwankelen die eerst tegen de broodkar botste, een eind verder wankelde en toen bij ons terechtkwam. Ik had geen zin in een botsing en verliet de rij. De anderen duwden hem weg, maar het lukte niet hem echt te verwijderen. Er ontstond een soort balspel. Een vrouw zag mijn blik van afgrijzen en sprak van 'de Russische nationale ziekte'. Uiteindelijk viel de dronkaard in een plas, waar een brave heer hem weer uit hielp.