Het advocaatje

Misschien zou het beter zijn als alle Europeanen voortaan ongestraft in het geluk van de hasj, en dan bij voorkeur de nederwiet konden delen; misschien werd dan alle softdrugs-criminaliteit de wereld uitgeholpen, te beginnen bij Nederland. Maar iedereen die zich met het vraagstuk bemoeit, van de ferventste bestrijder tot de onschuldigste liefhebber, weet dat dit een sprookje is. Misschien zou er op beperkte schaal een ideale toestand kunnen ontstaan als Nederland alleen op de wereld was, zodat de manier waarop hier door bijna de helft van de bevolking over softdrugs wordt gedacht niet tot een zendelingenboodschap voor het profane buitenland hoefde te worden verwerkt.

Maar deze grote minderheid van het Nederlandse volk denkt er nu eenmaal anders over dan een grote meerderheid in het buitenland, en zo worden onze gevorderde ideeën over hasj vanzelf tot onderwerp van buitenlandse politiek. Uit de botsing tussen de belangen van binnenlandse en buitenlandse politiek ontstaat de verwarring waarvan het debat over de drugsnota binnen en buiten de Kamer de jongste bewijzen heeft geleverd. Goed beschouwd zijn er twee drugsproblemen. Je kunt er als individu één hebben, maar ook als natie. Het laatste is hier niet gering. Het nationale probleem is de verwarring van het drugscomplex.

Zonder de geringste illusie te hebben dat dit stukje tot heilzame helderheid zal bijdragen, wil ik toch proberen een paar hoofdstukjes in het troebele geheel te onderscheiden.

1. De ideologische kant. Er is een tijd geweest waarin socialisten op de bres stonden voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van iedereen, en in het bijzonder van de jeugd en de arbeiders. Een goede socialist was geheelonthouder. Dr. W. Drees rookte zelfs geen tabak en het verhaal gaat dat hij op ontvangsten, om niet achter te blijven, Hero Perl dronk omdat die de kleur van wisky had. Tot iedere vooruitstrevende ideologie hoort het - dunkt mij - om jongeren zo lang mogelijk zo ver mogelijk van roesverwekkende middelen te houden. Het maakt dan geen verschil of het om hasj, tabak of alcohol gaat. Het is geen wezenlijk argument in het debat dat hasj van die drie 'de minst schadelijke' zou zijn. Een vooruitstrevend, politiek bewust mens zegt: zo lang mogelijk niets.

Sinds ongeveer de jaren zestig voltrekt zich aan progressieve kant een verschuiving in het ideologisch denken. Van overheidswege wordt in alle westerse landen - in navolging van de Verenigde Staten, en om goede, voor de hand liggende redenen - steeds meer gedaan om het roken van tabak te bestrijden. Op de televisie mag er niet meer voor worden geadverteerd. Ook bij de reclame voor sterke drank gelden reserves. Maar zodra het om het gebruik van softdrugs gaat, maakt zich vooral aan progressieve kant een bevlogenheid van niet de geringste politici meester. Je zou gaan geloven dat het vrij blowen van nederwiet tot de beginselprogramma's van de progressieve partijen hoorde, eigenlijk niet veel verschilde van het drinken van gezonde Hollandse melk en het eten van gezonde Hollandse kaas, produkten waarop we immers ook, terecht, trots kunnen zijn. Uit de houding van de socialisten en Democraten in de Tweede Kamer in dit debat valt niet meer goed op te maken dat ze het hebben over de vraagstukken van een roesmiddel, met zoals als alcohol en tabak misschien een paar voors maar meer tegens. Er zit, als het over softdrugs gaat, een aanprijzende ondertoon in. Wat daarvan de verklaring is kan ik niet vermoeden. Misschien heeft men in de vooruitstrevende politiek zijn goede redenen voor die ideologische sluikreclame. Tot ik daarvan overtuigd ben vind ik het zwendel.

2. De economische kant. Het is waar: de afgelopen jaren uittentreure behandeld. Er zijn twee scholen. Legaliseer de softdrugs, zegt de eerste. De prijzen dalen en zo wordt de georganiseerde criminaliteit de wind uit de zeilen genomen. Een illusie, zegt de tweede. Als hier de prijzen dalen wordt Nederland onherroepelijk tot centrum van teelt en handel. Van heinde en verre komt men hier zijn inkopen doen, als privégebruiker of als handelaar. Zo werkt nu eenmaal de wet van de economie. Maar, zegt de eerste school, als nu iedere klant niet meer dan vijf gram mag worden geleverd: dan hebben we het vraagstuk van de groothandel opgelost. Dit argument is van een dusdanige wereldvreemdheid dat je de adem in de keel stokt. Bij de behandeling en het besluit van de drugsnota zal het uitdraaien op een kwadratuur van het gedogen, wat ongeveer betekent dat met een paar gegeven beperkingen de overheid voor zichzelf het gedogen eigenlijk zal legaliseren. Daardoor blijft alles hoofdzakelijk bij het oude, wat voor het debat al min of meer vaststond. De oorzaak daarvan is dat het vraagstuk in zijn geheel al te oud is, te diep geworteld om nog een scherpe oplossing te kunnen ontvangen.

3. Zo dient zich vanzelf de kant van de openbare orde aan. Hier speelt de progressieve politiek opnieuw een rol die ik niet goed begrijp. Het is al jaren bekend dat bepaalde buurten in grote steden en in Terneuzen veel last hebben van bepaalde 'coffeeshops' die dan weer bezocht worden door 'drugstoeristen' die minder dan de meeste Nederlandse gebruikers weten hoe ze zich in hun 'rustige roes' moeten gedragen. Die bepaalde buurten zijn niet de rijkste. De 'omwonenden' komen in opstand. Zou het in het bijzonder voor de linkse partijen geen mooie taak zijn, om de 'rustige roes' van de gebruikers in overeenstemming te brengen met de behoefte aan rustige nachtrust van de omwonenden? Zullen die zich niet tot minder vooruitstrevende politici willen wenden om hun belang beter verdedigd te zien? En wijst dit conflict er niet op dat het drugsprobleem ook de machtsverhoudingen in de binnenlandse politiek raakt?

4. Het gedogen is sowieso een poltiek van buitenwettelijke doelmatigheid die onherroepelijk leidt tot bedrog. Op de televisie was gisteravond te zien hoe weer een paar hennepkwekerijen door de politie werden opgerold, de plantjes ontworteld en in een vrachtwagen gesmeten, apparatuur in beslag genomen. Zouden die kwekers niet, vooruitlopend op het Kamerdebat en een in sommige kranten gekweekte stemming, ervan overtuigd kunnen zijn dat ze te goeder trouw waren, of sterker: handelden in overeenstemming met de heersende progressieve ideologie? Is het niet de plicht van de PvdA en D'66 om deze veelbelovende nederwietboeren tehulp te schieten?

Ik voorspel: deze manier, waarbij wordt geprobeerd het schemergebied van het gedogen te voorzien van een openbare rechtvaardiging - half doelmatig, half gelegaliseerd - loopt uit op de voortzetting van de vruchteloze discussies en ruzies die niemand tevreden stellen, niet de gebruikers, noch de tegenstanders, noch het buitenland.

Maar we hebben een nationaal precedent: het advocaatje, de Nederlandse softgedoogdrank voor opgroeiende kinderen. Een beetje alcohol, vermengd met geklutst ei en melk. Weinig verslaafden, geen begerige buitenlandse toeristen, geen overlast, geen internationale publiciteit, en geen ideologische belasting. Daaruit bljkt: je hoeft niemand zijn particuliere rustige roes te misgunnen. maar zodra je er politiek van probeert te maken loopt het mis. Er is nog nooit een maatschappij gebouwd op de ideologie van de roes.