Franse drank- en tabakslobby mag weer meer reclame maken

De Franse Assemblée Nationale nam gisteravond een wetswijziging aan die verkoop van bier, wijn en cider in sportstadions weer toestaat. Het is niet de eerste aanslag op de Wet-Evin die onder meer door een reclame-verbod overmatig gebruik van alcohol en tabak aan banden wil leggen. Een gesprek met de auteur over zijn wet.

PARIJS, 20 MAART. Claude Evin, de man die in 1991 zijn naam verbond aan de wet die bijna alle reclame voor tabak en alcohol in Frankrijk verbiedt, is beroemd en berucht in eigen land. Zijn politieke carrière is voorlopig gebroken. “Mijn wet is effectief. Anders zou de industrie niet zo veel moeite doen hem te ontkrachten.”

Het is geen toeval dat de Assemblée Nationale tot tegen middernacht wachtte om de volgende bres te slaan in het fort van de anti-tabaks en -alcoholkrachten. Gaullisten, christen-democraten, liberalen en communisten toonden zich, tegen de wil van de regering, gevoelig voor het argument dat sportclubs het geld van de bar niet kunnen missen. De socialisten, Evins partijgenoten, onthielden zich - weinig heldhaftig - van stemming. Frankrijk heeft er geen goed geweten over, dus dan maar als een dief in de nacht de gezondheid van de clubkas boven die van de leden laten gaan.

De Wet-Evin bestaat formeel vijf jaar, al is hij pas tweeënhalf jaar in werking. Sinds die tijd moet ieder café en restaurant een niet-rokers-afdeling hebben. In de praktijk is dat vaak één tafeltje bij de jassen onder de trap. Claude Evin: “Het beeld is gevarieerd. Ik ga zeker niet als een inspecteur op de patron af.” Hij wijst er liever op dat het beperkte aantal roken-rijtuigen in TGV's tegenwoordig al te veel is: wie 'niet-roken' wil reserveren kan vaak alleen nog maar terecht in met blauwe damp gevulde compartimenten. Dat klopt met de cijfers: Fransen roken (wat) minder, maar het blijft een rook-land, ook zonder reclame.

De opwinding in de Amerikaanse sigaretten-industrie, na recente het aanbod van Chesterfield om slachtoffers van tabak schadevergoeding te betalen, is in Frankrijk ondenkbaar. De maatschappijen hebben te veel moeite om hun omzet op peil te houden. Zij kunnen alleen van zich doen horen door tassen en jacks met hun naam te verkopen. De 'Loi-Evin' is een van de strengste regelingen in Europa, maar de druk om hem te slopen neemt toe.

Geamuseerd pratend in zijn piepkleine ovale kamer aan de Boulevard Saint-Germain, in een kantoor dat hij deelt met zijn geestverwant, de vroegere socialistische premier Michel Rocard, vertelt Claude Evin hoe hij de held van de anti-alcohol en -tabaksbeweging in Frankrijk is geworden. Hij rookt “niet meer”, drinkt nog steeds een glas wijn bij het eten en was allerminst een bevlogen strijder op dit front. “Maar ik was minister van gezondheid in de regeringen van Rocard en Bérégovoy. Als je dan kennis neemt van de cijfers - 100.000 voortijdige doden door tabak en alcohol - dan sta je voor de keus: of ik zwijg en doe mijn werk niet. Of ik doe er iets aan. Ik was veertig en koos voor het laatste. Het heeft me wel mede mijn lidmaatschap van de Assemblée Nationale gekost. Wij zijn bij de verkiezingen van 1993 natuurlijk sowieso dramatisch slecht uit de bus gekomen, maar in mijn kiesdistrict is 'mijn wet' tegen me gebruikt door mijn tegenstanders. Het onderwerp plakt nog steeds aan mijn voorhoofd.”

Evin beperkt zich voorlopig tot zijn lidmaatschap van de Regionale Raad in het Pays de la Loire, zijn deelname aan het hoofdbestuur van de Parti Socialiste en 'advieswerk'. Spijt heeft hij niet, want het aantal gedronken liters alcohol en daarmee verbonden premature sterfgevallen neemt sinds 1992 gestadig af. Frankrijk was in 1989 koploper met 13 liter pure alcohol per hoofd van de bevolking per jaar. “We zijn nu ingehaald door andere landen,” constateert hij trots. Fransen roken ook minder, maar het aandeel van tabaksgebruik in de doodsoorzaak van Fransen blijft toenemen.

Waren er zonder reclame-verbod nog meer rokers gestorven? Niemand weet het met zekerheid. Dat is niet het enige vraagteken rond de wet-Evin. Toen de wet al was aangenomen maar nog niet in werking getreden, kwam de toenmalige premier Bérégovoy er achter dat in zijn kiesdistrict Nièvre een race-circuit lag dat zwaar getroffen zou worden door het reclame-verbod. Bij nacht en ontij loodste hij een wijziging door het parlement die het uitzenden via de televisie van Formule I-races-met-reclameborden toeliet zolang op buitenlandse circuits nog niet de Evin-wetgeving gold. Een realistische manier om het verbod op te heffen. Bovendien kreeg de rensport een jaarlijkse subsidie van ongeveer 400 miljoen franc (130 miljoen gulden). Evin: “Dat was een schandelijke beslissing. De dood van Bérégovoy verbiedt me er meer over te zeggen.”

Argumenten over sport en gezelligheid en vooral de niet-aflatende pleidooien van media en reclamebureaus, die honderden miljoenen aan inkomsten missen, helpen de producenten van alcohol en tabak in hun strijd. Voor het clubhuis-succes van vannacht, boekten zij onder premier Balladur winst door een uitzondering voor affiche-reclame erdoor te krijgen. Omdat wijnboeren nationale steun verdienden, mogen nu ook bier en whisky weer metersbreed in het Franse land worden aangeprezen. Evin: “Mijn wet was geen anti-reclame-wet, maar een gezondheidswet. Het ergste is dat de huidige regering juist op dat punt geen enkel engagement toont. We zullen zien, de strijd gaat gewoon door.”