Delors slijt Europese idealen aan jonge Franse liberalen

PARIJS, 20 MAART. So saai als hij zich voordoet, zijn kruistocht krijgt heroïsche trekken. Zaterdag wierp Jacques Delors voor een schouwburg vol socialisten de grootste misverstanden over Europa hartstochtelijk in de prullebak, gisteravond was hij nog meer op dreef in een jazz-keldertje vol ambitieuze jonge liberalen.

Zij wanen zich pro-Europees, de leden van de Franse Parti Républicain. François Léotard, de oud-minister van cultuur en defensie, Alain Lamassoure, de huidige minister van begrotingszaken en woordvoerder van de regering-Juppé, en Europarlementariër en oud-minister Simone Veil behoren tot hun kopstukken. Geen kleine namen in dit land.

L'Arbuci is ook geen goedkoop adres voor een avondje jazz. De Rue de Buci in het zesde arrondissment, waar vroeger het Quartier Latin romantisch intellectueel was, heerst nu gearriveerde sjiekheid. De merendeels jonge bezoekers van 'les mardis de la réforme' (de dinsdagen van de hervorming) willen later wel iets worden in Frankrijk, als zij niet al onderweg zijn. Zij horen bij de huidige regeringscoalitie, zijn dus niet links, maar zij voelen zich modern.

Tot Jacques Delors langskomt en hen op dubbele dicteersnelheid de inconsequenties in hun Europese standpunten en instincten voorhoudt. Bijvoorbeeld in hun traditionel Franse huivering het Europees Parlement een volwaardige rol te gunnen. Hij strooit met procenten en ecu's, vergeten richtlijnen en nooit uitgevoerde besluiten van Europese topconferenties. Hij hamert op de wil van iedere aanwezige dat Europa eindelijk politiek volwassen wordt.

Soms is hij wijs: “Europa is een kathedraal. Daar moeten we geduldig aan doorbouwen.” Meestal is Delors fel, sociaal bewogen en praktisch. Herinnert zich persoonlijke details die een doorbraak op een top zeven jaar geleden in de weg stonden.

De overtuigingskracht van de gepensioneerde Euro-president zet een andere bezoeker wat in de schaduw. Karl Lamers is uit Bonn overgekomen om het keldertje wat Duits logisch Europees denken bij te brengen. Hij zegt in het Frans dat het hem spijt dat hij verder Duits zal praten. Het tolken schept afstand, of gaat hij opnieuw een brug te ver. Net zoals toen hij dat hier beruchte CDU-stuk mee opstelde dat een aantal Europese realiteiten bij hun naam noemde?

De Duitse parlementariër spreekt zich misschien federaler uit dan bondskanselier Kohl op dit moment kan gebruiken. Voor het Franse publiek zijn het rationele geluiden uit de wereld van internationale politiek die zij zelden horen. Hij kent Frankrijks laatste gevoeligheden en probeerpunten op zijn duimpje. “De gemeenschappelijke buitenlandse politiek moet inderdaad een gezicht en een stem krijgen, zoals men in Parijs terecht zegt. Ik ben het daar helemaal mee eens, zolang die stem en dat gezicht toebehoren aan de voorzitter van de Europese Commissie.”

Lamers schetst de onvermijdelijke logica van een kleinere, effectievere Commissie en een sterker Europees Parlement. Hij kan leven met Delors' pleidooi voor het duidelijk in het nieuwe Europese verdrag vastleggen van de exclusief nationale taken: cultuur, gezondheidszorg, sociale zekerheid, mits op Europees niveau de kaders worden vastgelegd. Wil dat in een groter Europa slagvaardig gebeuren dan moet er absoluut een uitbreiding komen van het aantal en type besluiten dat bij meerderheid wordt genomen. Lamers hamert er op dat niet Groot-Brittannië niet in zijn eentje die onontbeerlijke ontwikkeling mag kunnen tegenhouden.

“De economische en monetaire unie (EMU) is een essentieel onderdeel van de politieke unie, het sleutelproject. Het gaat om de economische grondwet van Europa. Zo nemen we afscheid van het verleden. Het gaat om de toekomst van de Europese burger. Ook in Duitsland hebben wij dit aspect van de EMU niet goed uitgelegd”, zegt de Duitser, bewogen in zijn eigen taal.

Delors is het volkomen met hem eens: “De EMU is de bekroning van het werk van Jean Monnet. Drie keer heeft men een directe politieke unie geweigerd. Nu komt ie toch, 'through the backdoor', zoals Margaret Thatcher terecht opmerkte. De Intergouvernementele conferentie [over de herziening van het Verdrag van Maastricht] moet Europa op politiek niveau brengen. Het gaat om meccano-problemen: hoe kunnen we praktisch te werk gaan en geen OESO worden, waar niemand naar elkaar luistert en men niets beslist. En verder moet de democratie worden veilig gesteld. Het is schandelijk hoe men in Frankrijk omgaat met het Europees Parlement.”