Cruijff beslist machtsstrijd al voor de aftrap

EINDHOVEN, 20 MAART. Johan Cruijff is bijzonder, Cruijff is nieuws. Alle fotografen gaan voor de wedstrijd voor hem door de knieen als hij op de trainersbank plaatsneemt. Dick Advocaat is gewoon, Advocaat is geen nieuws. Geen enkele fotograaf vindt hem vooraf een foto waard. De strijd om de macht is al voor de aftrap ongelijk.

Wanneer het eindsignaal nadert drommen alle fotografen samen voor de trainersbank van Cruijff. Ze versperren zijn uitzicht. Maar Cruijff kent zijn macht en volgt over hun hoofden heen het laatste strijdgewoel. Cruijff juicht niet na afloop. Hij haast zich naar binnen en beziet slechts vanuit zijn ooghoeken Advocaat, eenzaam de nederlaag verwerkend, met slechts een enkele fotograaf voor zijn neus, en een assistent-trainer die hem zal bijstaan tot in de eeuwigheid. De strijd om de macht is altijd ongelijk geweest.

Wanneer Cruijffs Barcelona verloren zou hebben, dan nog zou Cruijff als winnaar het veld hebben verlaten. Van Cruijff hebben voetbaltrainers geleerd dat ook verliezers gelijk hebben. Dat maakt Cruijff zo bijzonder. Winnen is altijd logisch, verliezen niet. Een voetbalwedstrijd is geen op- of aftelsommetje. Hij zei het na afloop in zijn analyse alsof diens triomf nooit ter discussie had gestaan.

Wanneer je met 2-0 bent voorgekomen, kun je terugvallen. En wanneer je altijd blijft hopen en vertrouwen op een derde doelpunt, is de kans groot dat die zal komen. Aldus Cruijff. Altijd positief blijven denken, nooit de moed verliezen. Een voetbalwedstrijd als een metafoor voor het gevecht tegen de naderende dood. Wie bang is heeft geen oog voor de zin van leven, wie de rust bewaart behoudt het overzicht en ziet meer kansen op genade dan degene die het hoogste tempo najaagt.

Volgens Gullit zijn er maar drie trainers die geluk kunnen afdwingen: Cruijff, Sacchi en Beckenbauer. Hij zei dat twee dagen voor zijn geruchtmakende vertrek uit het trainingskamp waar het Nederlands elfal zich onder leiding van Advocaat voorbereidde op het wereldkampioenschap in 1994. Hij bedoelde dat Cruijff een betere bondscoach voor de titelstrijd zou zijn geweest dan Advocaat. Cruijff heeft immers de uitstraling van een winnaar, zelfs wanneer hij verliest.

Toen Advocaat en Cruijff nog actief waren als voetballer, legde de eerste als speler van FC Utrecht op de van hem bekende agressieve wijze de laatste het vuur zodanig na aan de schenen, dat Cruijff met een gemene overtreding revanche op hem meende te moeten nemen. Cruijff werd bestraft, maar stuurde vervolgens aan op een mondelinge behandeling bij de tuchtcommissie. Daar verkondigde Advocaat dat hem niets onreglementairs aan Cruijffs gedrag was opgevallen. Cruijff ging vrijuit, de machtsverhoudingen waren toen al duidelijk.

Aan het elftal herken je de trainer. Cruijff is de strateeg, Advocaat de terriër. Hij bijt zich vast in de gedachte dat vooral het gevecht tot zaligheid voert. Als voetballer wist en kon hij nauwelijks beter. Als trainer bleef hij doordrongen van deze levensvisie en draagt hij deze opvatting over op zijn spelers. Wanneer Cruijff zit, staat Advocaat. Wanneer Cruijff opstaat, geeft hij met zwierige gebaren aanwijzingen. Wanneer Advocaat aanwijzingen geeft, balt hij zijn vuisten. Wanneer Advocaat gaat zitten, is dat uit teleurstelling. Wanneer Cruijff zit, is dat omdat hij vrede heeft met de situatie.

Advocaat heeft iets met realisme, Cruijff heeft iets met magie. De lijnen die de PSV-trainer uitzet zijn herkenbaar, die van de Barcelona-trainer zijn als een web gesponnen door een gestoorde. Dat Cruijff een voorliefde voor aanvallend voetbal heeft moge genoegzaam bekend zijn. Maar dat alleen aanvallend voetbal niet loont en dat countervoetbal van een grote schoonheid kan zijn, leren we ook van Cruijff. Mede daardoor werd de confrontatie tussen Barcelona en PSV, tussen Cruijff en Advocaat een belevenis van het hoogste genot.

Eigenlijk waren er geen verliezers. Dat Advocaat zijn teleurstelling niet kon verbergen, maakt hem tot een gewone man. Een mens van vlees en bloed. De troostende zoen van staatssecretaris Terpstra was hem gegund. Die zoen had Cruijff niet nodig. Een bijzondere man heeft genoeg aan trots.