Zaken doen door Israelische afsluiting onmogelijk geworden; Ondernemers Gaza naar afgrond

De Israelische autoriteiten hebben de afgelopen dagen de afgrendeling van de Gazastrook enigszins verlicht. Maar dat biedt niet veel soelaas. Bijvoorbeeld de lokale ondernemers verkeren in een zeer benarde situatie.

GAZA, 19 MAART. Omar, een kleine winkelier in Gaza, kreeg dit weekeinde voor de eerste keer sinds 29 februari een lading meel, rijst en yoghurt uit Israel. Voor het eerst sinds Israel Gaza na een serie bomaanslagen afsloot, zijn de schappen in zijn winkel weer gevuld. Maar vraag niet hoe. Normaal laadt hij zijn goederen bij de grens van een Israelische vrachtwagen over op zijn eigen truck. Maar dat mag niet meer, om veiligheidsredenen. Israeliërs en Palestijnen worden nu geheel gescheiden. Eerst kwam de Israelische auto, die de levensmiddelen op straat dumpte, in de brandende zon. Nadat hij zijn vrachtwagen 'op veilige afstand' had geparkeerd, openden agenten met witte handschoenen en zoemende apparatuur alle dozen, en controleerden ze op explosieven en wapens. Daarna deden snuffelhonden de klus nog eens over. Vervolgens kwam een van de zeven Palestijnse trucks die daarvoor speciaal door Israel zijn aangewezen, om de goederen onder Israelische legerbegeleiding weer in te laden.

Maar toen was er een probleem: de factuur. De Palestijn moest de rekening van de Israeliër tekenen. Soldaten weigerden de factuur van de een naar de ander en terug te brengen. Na wat heen en weer schreeuwen vond de Israeliër de oplossing. Hij pakte een steen, wikkelde daar de factuur omheen en gooide die naar de Palestijn. Die tekende en gooide hem terug.

Op die manier komen er nu tussen de tien en twintig vrachtwagens met etenswaren per dag van Israel Gaza in. Dat is 105 per week, bijna 600 minder dan onder normale omstandigheden. Maar het is beter dan niets, zoals de afgelopen twee weken het geval was. De berichten over 'hongerlijdende' Palestijnen zijn dan ook overtrokken. De Kishawi-supermarkt in Remal had gisteren, behalve een ruime keus aan yoghurt met bananen-, mango- en ananassmaak, zelfs chocoladecroissants in de aanbieding. “De media en de Palestijnse autoriteiten beelden de Palestijnen af als Biafranen, die kwijnend wachten tot de rijke wereld wat eten komt uitdelen”, zegt Ron Wilkinson van de VN-organisatie UNRWA. “Dat is onzin.”

Zeker, de allerarmsten hebben het moeilijker dan anders. Zij komen uit extended families van soms wel twintig man, meest vluchtelingen, met maar één kostwinner - en als die kostwinner in Israel werkte of in de lokale Palestijnse industrie, hebben twintig mensen nu geen inkomsten meer. Maar zij worden door de VN met voedselpakketten geholpen, en aan pakketten is geen gebrek.

Het belangrijkste gevolg van de stringente sluiting van Palestijnse autonome en (nog) niet-autonome gebieden is dus niet honger. Het gevolg is wèl dat de particuliere sector zo langzamerhand op sterven na dood is - de industrie, het zakenleven, de middenstand.

Dat is de sector die de autonome gebieden er economisch bovenop zou moeten helpen, en niet alleen in de ogen van de Palestijnen zelf.

Het was de Israelische premier Shimon Peres zelf, die economische ontwikkeling als noodzakelijke voorwaarde zag voor een duurzaam vredig 'Nieuw Midden-Oosten'. Peres heeft die overtuiging overigens nog. Hij verwijt zakenlui uit het Westen, ook die van Palestijnse origine, geregeld dat zij niet in de autonome gebieden investeren. Maar Basil, een jonge Palestijn die goede banen in Amerika afsloeg om het eerste luxehotel van Gaza te bouwen, begint nu te begrijpen waarom hij een van de weinigen is die de gok aandurfden: “Ik kan voor de zoveelste keer niet verder met de bouw. En hoe moet dat straks, als het restaurant, de bar, het hele hotel, afhankelijk is van spullen uit Israel? Elke ochtend als ik opsta, vraag ik me af waarom ik hier in vredesnaam aan ben begonnen.”

Aangezien de meeste Palestijnen het alleen maar moeilijker hebben gekregen in de anderhalf jaar dat Arafat hier woont, beginnen zelfs aanhangers van het autonomie-akkoord zich nu af te vragen: waarom heeft Arafat dat akkoord in vredesnaam getekend?

Zij geven niet meer alleen Israel of Hamas de schuld van hun misère, maar steeds meer ook Arafat. “We weten niet meer waar we op moeten hopen”, zegt Mazen Shoqura van het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten.

“We worden volslagen apathisch.”

Van de laatste 365 dagen is Gaza er 300 gesloten geweest. Dat kost, volgens een schatting van de Palestijnse autoriteiten, 6 miljoen dollar per dag - voor de helft inkomsten uit handel, en de andere helft uit Palestijnse arbeid in Israel. De ene sluiting volgt de andere op, en niet alleen na bomaanslagen. Ook op joodse feestdagen, na de moord op Rabin, de weken voor en na de Palestijnse verkiezingen en tijdens de vastenmaand Ramadan zijn de grenzen hermetisch gesloten geweest. Als de sluiting officieel is opgeheven, is er nog maar een handjevol Palestijnen en goederen dat er in of uit mag. Omdat de akkoorden tussen Israel en de Palestijnen dicteren dat alle in- en uitvoer van goederen voor Gaza en de Westelijke Jordaanoever via Israel moet lopen, ligt het economische leven tijdens de sluitingen geheel stil. Israel heeft het handelsmonopolie. Importeren of exporteren via Egypte of Jordanië mogen de Palestijnen niet - tenzij Israel zegt dat het mag.

Vorige week gebeurde dat bij hoge uitzondering, eenmalig. Zes vrachtwagens met meel, rijst en suiker uit Egypte reden na lang oponthoud Gaza in. Op dit moment gaat niets de autonome gebieden uit. Zelfs kankerpatiënten en acute medische gevallen die volgens de Israelische dokters dringend in Israel moeten worden behandeld omdat dat hier niet kan, worden geweerd. En vrijwel het enige wat de autonome gebieden in komt, is voedsel.

Mohammed Faris, die onder andere ijskasten uit Europa importeert, laat zijn bankafschriften zien en zegt: “Sinds 1 januari heb ik 168.000 shekel rente aan de bank betaald.” Dat is zo'n 90.000 gulden - zelfs voor een vermogend zakenman als hij is dat niet niks. Tot anderhalf jaar geleden stond hij nooit rood. Sindsdien staat hij nooit niet rood. Als zijn spullen aankomen in de Israelische haven Ashdod, mag hij ze meestal niet ophalen. Hij betaalt wel duizenden shekels per dag aan opslag. Als de sluiting even is opgeheven (hij behoort tot de weinige geprivilegieerde Palestijnen die Israel in mogen als er officieel geen sluiting is), brengt hij de goederen naar de afnemers, merendeels winkeliers. Maar de winkeliers doen zulke slechte zaken, dat zij hem de lading niet, of alleen in termijnen, kunnen betalen. Faris blijft maar voorschieten. Hij gaat elke dag naar kantoor om “een beetje met de telefoon te spelen”. Hij vraagt zich af hoelang de meeste Palestijnen, zoals hij, Arafats strijd tegen de zelfmoordenaars van Hamas blijven steunen. “Veiligheid begrijp ik best. Maar dit is een gevangenis. Op een dag zijn we zo gefrustreerd dat we misschien zeggen: die bommen van Hamas zijn zo slecht nog niet.”

De voornaamste exportprodukten van Gaza zijn citrusfruit, groenten, bloemen, textiel en tegels. Ook die sectoren liggen stil.

Duizenden werknemers zijn eind februari voor de zoveelste keer met onbetaald verlof naar huis gestuurd. Zevenhonderd ton aardbeien en twaalf miljoen chrysanten die naar Aalsmeer hadden gemoeten, rotten weg. Bij de groentenboer kun je nu een kist tomaten of avocado's voor een gulden meenemen. Ahmed, een van de 22.000 Gazaanse arbeiders die niet naar hun werk kunnen in Israel en die nu op straat sinaasappels verkoopt uit zijn eigen tuin, zei vandaag zelfs tegen een klant: “Ach, neem maar mee, voor niks.” Op de bergachtige Westelijke Jordaanoever, waar groenten juist moeten worden geïmporteerd, kost een kilo tomaten nu een tientje.

De kleding die in 2.000 naai-ateliers voor de Israelische winkels gemaakt is, lijkt minder bederfelijk. Maar dat is schijn: het zijn extra orders voor kledingstukken voor de huidige lentecollectie waar het meest vraag naar is. Niemand verwacht dat de sluiting voor de Israelische verkiezingen wordt opgeheven (geen Israeliër, zeggen politiek analisten, die op 29 mei op Peres stemt als die de sluiting opheft). Tegen die tijd is het in Israel te heet voor lentekleren.

Een andere belangrijke werkgever zijn de donoren. Zij betalen arbeidsintensieve projecten als de aanleg van wegen, rioleringen, bruggen enzovoort. Aangezien er geen cement of steen binnenkomt, liggen die projecten stil.

Op een vergadering van donorlanden zei de lokale directeur van een VN-organisatie: “Voorlopig hoeft u geen toezeggingen voor meer projecten te doen. We hebben nog voldoende geld, we kunnen het alleen niet uitgeven.”

Zelfs buitenlandse consultants van de Wereldbank die in Jeruzalem zijn gestationeerd, kunnen Gaza (anderhalf uur rijden) niet in. Als zij toch willen komen, moeten zij van Tel Aviv naar Kairo vliegen en van daaruit zes uur met de taxi naar de grens met Gaza rijden. Sommige donoren geven hun geld nu al aan directe werkverschaffing uit. In plaats van te wachten tot zij hun project kunnen hervatten, nemen zij straatvegers in dienst voor twaalf dollar per dag, of schoonmakers voor ziekenhuizen. Een van de weinige ontwikkelingsprojecten die ongestoord doorgang vinden is de boring van waterputten in Jenin, op de Westelijke Jordaanoever. Maar dat komt doordat de Israeliërs de boring verrichten.

Volgens de akkoorden mogen Palestijnen dat niet zelf doen.

Zaterdag, na een strak-georganiseerde demonstratie van lokale vakbonden met spandoeken als 'no to violence, no to closure', zei VN-coördinator Terje Larsen dat hij zou proberen 40 miljoen dollar van de donoren los te krijgen voor spoed-werkverschaffing. Hij dacht aan nog meer straatvegers en schoonmakers, en aan wegen die versneld kunnen worden aangelegd. De benodigde cement, stenen en gereedschap zouden daarvoor in VN-vrachtwagens - dat leek hem onder de omstandigheden de enige mogelijkheid - naar de autonome gebieden gereden moeten worden. Het is een noodverband op een open economische wond, maar het is tenminste iets. Dat moet Peres ook gedacht hebben. Want hij kondigde meteen genereus aan dat Israel die 40 miljoen wel bij elkaar zou sprokkelen.