Verzoek om onderzoek decembermoorden

DEN HAAG, 19 MAART. Nederland heeft voor het eerst een schriftelijk verzoek ingediend bij de Surinaamse regering een onderzoek in te stellen naar de decembermoorden in 1982. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) en zijn voorgangers hebben tot nu toe steeds mondeling om een onderzoek gevraagd naar de martelingen en executies op 8 december 1982 van vijftien tegenstanders van het Bouterse-regime.

Eén van de slachtoffers was de Nederlandse journalist F. Wijngaarde. Diens familie heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd een officieel verzoek in te dienen voor een onderzoek. Met tegenzin heeft Van Mierlo vorige week aan dit verzoek gehoor gegeven. Hij vreest dat de aandacht die zijn brief aan de Surinaamse regering krijgt, invloed heeft op de algemene verkiezingen in Suriname op 23 mei. Morgen heeft Van Mierlo in Den Haag een gesprek met zijn Surinaamse ambtgenoot Mungra, waarin hij het onderzoek naar de decembermoorden ter sprake zal brengen.

De Surinaamse president Venetiaan zei op 31 december 1995 dat zijn regering de moorden voor de verkiezingen zal onderzoeken. Het parlement nam op 19 december 1995 met 32 tegen acht stemmen daarover een motie aan. De oppositie onder leiding van voormalig legerleider Bouterse stemde tegen.

Volgens de Surinaamse rechtspraak verjaart een misdaad als moord, waarop de doodstraf of levenslang staat, na achttien jaar. Indien het onderzoek uitwijst dat ook Bouterse van de moorden kan worden beschuldigd, kan hij tot het eind van het jaar 2000 vervolgd worden. Als uit het onderzoek blijkt dat Bouterse op een andere manier bij de moorden is betrokken geweest, kan hij niet worden vervolgd. Op elke andere betrokkenheid staat namelijk een verjaringstermijn van twaalf jaar.