Turkije verdedigt de gedachte van Atatürk met grof geweld - maar de PKK schuwt de confrontatie net zomin; Zo'n 20.000 doden in Turkije

Een veldslag speelde zich zaterdag af aan de Nederlandse en Belgische grenzen met Duitsland tussen politie en aanhangers van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Volgens sympathisanten lokt Duitsland Koerdisch geweld uit; dat land is voor hen bijna even erg als Turkije. Morgenavond heeft op de Dam een Koerdische manifestatie plaats ter gelegenheid van het Koerdische Nieuwjaar.

ANKARA, 19 MAART. “De problemen in het grotendeels door Koerden bewoonde zuidoosten van Turkije kunnen niet met militaire middelen alleen worden opgelost. Ook op het culturele, sociale en administratieve vlak zijn maatregelen nodig.” Deze voor een Turkse politicus verlichte uitspraak liet de nieuwe premier van Turkije, Mesut Yilmaz van de centrum-rechtse Moederlandpartij, vorige week in een Franse krant optekenen.

Enkele dagen daarvoor had Yilmaz in het Turkse parlement zijn ergernis al uitgesproken over de voorwaardelijke gevangenisstraf van 20 maanden die de schrijver Yasar Kemal door het staatsveiligheidshof in Istanbul kreeg opgelegd. De schrijver werd berecht naar aanleiding van twee artikelen van zijn hand over 'de vuile oorlog tegen de Koerden', die in de essaybundel 'De vrijheid van meningsuiting en Turkije' verscheen. Deze bundel werd door 1080 mensen uitgegeven als een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid tegen de restrictieve wetten in Turkije.

Yilmaz reist donderdag naar de oostelijke provincie Kars om daar als eerste premier in de geschiedenis van de Turkse republiek Nevroz te vieren. De Koerden zien de 21ste maart als hun nieuwjaar; voor de Turken is het het begin van de lente. De Turkse staat legt vooral het accent op de culturele aspecten en op het feit dat het een feest is dat niet alleen door de Koerden, maar ook door de Turkssprekende volkeren wordt gevierd.

Sinds het oplaaien van de guerrilla-oorlog van de Koerdische Arbeiders Partij, PKK, bijna 12 jaar geleden, in Zuidoost-Turkije is Nevroz vooral een dag van politiek geweld geweest. Het feest was vrijwel uitsluitend een Koerdische aangelegenheid. Het gaf lucht aan de teleurstelling en woede over de repressieve Turkse politiek met betrekking tot de Koerden. Het radicale deel van de Koerdische bevolking in Zuidoost-Turkije werd er door de PKK toe aangezet om juist op die dag het Turkse leger te provoceren. Vier jaar geleden liep dat in het stadje Cizre, aan de Iraaks-Syrische grens, uit op een bloedbad met (onofficieel) een kleine honderd doden.

Internationaal was de verontwaardiging daarover groot. Opnieuw was immers duidelijk geworden hoe weinig tolerant Turkije ten opzichte van de Koerden is en met hoeveel geweld de gedachte van de grote Turkse hervormer Atatürk - een staat, een volk en een taal - nog steeds wordt verdedigd. Maar het zegt net zoveel over de PKK, waarvan het beleid evenzeer is gebaseerd op het zaaien van dood en verderf. De organisatie schroomt net zo min als het Turkse leger ervoor de burgerbevolking bij de strijd te betrekken. En als antwoord op de nationalistische politiek van de Turkse regering is door de van oorsprong marxistisch-leninistische PKK een Koerdisch nationalisme ontwikkeld, dat even weinig bijdraagt aan een oplossing.

De guerrilla-oorlog in Zuidoost-Turkije heeft inmiddels bijna 20.000 levens geëist. Duizenden dorpen zijn ontruimd en platgebrand. Miljoenen Koerden hebben een nieuw heenkomen moeten zoeken in de stedelijke gebieden in het zuidoosten zelf, of zijn naar andere delen van Turkije getrokken. De dorpen die er nog wel zijn, hebben dorpswachters die met de staat samenwerken in de strijd tegen de PKK. Bij de parlementsverkiezingen in december slaagde de pro-Koerdische HADEP er niet in om de landelijke kiesdrempel van 10 procent te halen, ook al stemde rond de 40 procent van de bevolking in het zuidoosten op deze partij. Hierdoor is er een gevaarlijke situatie in Turkije ontstaan. De Koerdische bevolking in deze regio beschikt niet over eigen vertegenwoordigers in het nationale parlement. Niet alleen wordt zo zonder hen over hen beslist, maar ook versterkt dit de positie van de PKK als het enige gezicht van de Koerdische nationale strijd.

PKK-leider Abdullah Öcalan heeft tot nu toe zonder succes geprobeerd de HADEP te betrekken bij het Koerdische parlement in ballingschap dat vanuit Europa opereert. Bovendien heeft hij een eeenzijdig staakt-het-vuren afgekondigd, dat tot nu toe door het Turkse veiligheidsleger en de politiek wordt genegeerd. Öcalan maakte gisteravond voor MED-TV, een pro-Koerdisch commercieel televisiekanaal dat vanuit Londen opereert, bekend dat hij Yilmaz in een brief om opheldering heeft gevraagd over zijn nieuwe beleid met betrekking tot het Zuidoosten. Het dreigement is dat als dat antwoord onvoldoende is de PKK de strijd de komende weken weer zal opvoeren, wellicht ook met een enkele bomaanslag in de Turkse toeristenoorden. Net genoeg om de schrik erin te houden, maar ook weer niet zo grootscheeps dat het Europa - na de gewelddigheden in het afgelopen weekeinde - verder van zich vervreemdt. Want dat vermindert immers de kansen op internationale initiatieven om Turkije ertoe te blijven bewegen een vreedzame dialoog met de Koerden aan te gaan.

Ondertussen maakt ook het Turkse leger zich op voor de gebruikelijke voorjaarsoperatie. Ten minste 30.000 man extra troepen - naast de gebruikelijke 250.000 - zijn in Zuidoost-Turkije samengetrokken, met name langs de grens met Irak. De militaire hegemonie in de Koerdische regio zal ondanks de uitspraak van premier Yilmaz dat “Turkije pas een democratisch land kan worden als het het vraagstuk van de Koerden tot een oplossing brengt”, voorlopig niet veranderen. Daarvoor is de conservatieve meerderheid in het Turkse parlement nog te veel geobsedeerd door het idee dat verscheidenheid geen rijkdom is, maar de eenheid van het land juist ondermijnt. De steun voor Yilmaz komt veeleer uit de hoek van de ondernemers die al langer aandringen op een meer open Zuidoost-Turkije-beleid. Ten eerste omdat het vraagstuk van de Koerden de (economische) integratie van Turkije in Europa belemmert en ten tweede omdat de geldverslindende oorlog in het zuidoosten een te zware wissel trekt op de noodlijdende Turkse economie.