Turkije verdedigt de gedachte van Atatürk met grof geweld - maar de PKK schuwt de confrontatie net zomin; 'Duitsland lokt geweld uit'

Een veldslag speelde zich zaterdag af aan de Nederlandse en Belgische grenzen met Duitsland tussen politie en aanhangers van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Volgens sympathisanten lokt Duitsland Koerdisch geweld uit; dat land is voor hen bijna even erg als Turkije. Morgenavond heeft op de Dam een Koerdische manifestatie plaats ter gelegenheid van het Koerdische Nieuwjaar.

ROTTERDAM, 19 MAART. Een maand geleden bracht het Bundesamt für Verfassungsschutz (vergelijkbaar met de Nederlandse BVD) met het nodige publicitaire vertoon zijn jaarlijkse rapport uit over terrorisme in Duitsland door buitenlandse groeperingen. Veruit de grootste dreiging ging uit van de verboden Arbeiderspartij Koerdistan (PKK), zo stond geschreven. Enkele dagen later kwam de reactie al: met dit soort uitspraken “worden de Koerden openlijk tot schietschijf verklaard”, zei de Koerdische organisatie Yek-Kom, een van de mantelorganisaties die de PKK volgens de Verfassungsschutz na het verbod in 1993 heeft opgericht.

Zaterdag 9 maart was er een demonstratie van Koerdische vrouwen in Bonn. Vrouwen met kinderwagens liepen voorop, meldde het politiebericht; achteraan stonden mannen die de ongeveer duizend demonstranten “ingesloten hielden en ophitsten”. Vrijwel iedereen bleek de (verboden) PKK-vlag bij zich te hebben: het was een ware vlaggenzee. De politie werd “urenlang met stenen, flessen en knuppels bekogeld”. Er vielen gewonden, zoals ook afgelopen zaterdag in Dortmund en bij grensovergangen tussen Duitsland, Nederland, België en Frankrijk.

Vanuit Duits perspectief zijn de verhoudingen duidelijk. De door de PKK geïnspireerde demonstraties zijn bewuste gewelddadige provocaties, en naast andere geweldplegingen die aan de PKK worden toegeschreven rechtvaardigen die het verbod op de organisatie. Koerden die de PKK verdedigen zeggen daarop dat het verbod de Koerdische meningsuiting frustreert en geweld uitlokt. Of, zoals een Nederlandse Koerd enigszins gedistantieerd opmerkt: de PKK moet laten zien dat ze niet zo makkelijk terzijde is te schuiven.

Al enkele jaren schat de Verfassungsschutz het aantal actieve PKK-leden op 7.500 - het verbod heeft daaraan niets veranderd. Aan sympathisanten zou de PKK op 50.000 van de 500.000 Koerden in Duitsland kunnen rekenen (50.000 Koerden in Nederland). De marxistisch geörienteerde partij is op beproefde democratisch-centralistische wijze georganiseerd: de lagere rangen zijn tot absolute gehoorzaamheid en regelmatige zelfkritiek verplicht. Abdullah Öcalan, die de PKK in '78 oprichtte, is de onbetwiste leider. In de jaren '80 bestreed de PKK haar Koerdische tegenstanders niet alleen in Turkije, maar ook in Europa, en dan vooral In Duitsland. Moord en ontvoering waren daarbij niet ongebruikelijk. Ook dissidenten binnen de beweging werden op die manier behandeld. Volgens de Verfassungsschutz komen dergelijke liquidaties in eigen kring nog steeds voor.

De belangrijkste concurrent van de PKK binnen de Koerdische gemeenschap was en is de socialistische partij Koerdistan, 'Komkar'. Ze is ook in Nederland vertegenwoordigd, waar de voorzitter Sydar Bongul het verschil tussen beide partijen eenvoudig kenschetst als: “eentje is radicaal, en de ander is normaal”. Ooit was Komkar veel belangrijker dan de PKK, maar voor de gematigde benadering van de socialisten is weinig emplooi sinds de militaire staatsgreep in Turkije in 1980 en de gewelddadige onderdrukking van de Koerden daar. Zo kan de Nederlandse PKK enkele duizenden mensen op de been brengen; Komkar honderden.

Bongul zegt dat zijn partij regelmatig samenwerkt met de PKK. De PKK vermoordt op het moment geen leden van de Komkar, zoals in de jaren tachtig. “Tenminste, hier in Europa.” Bongar voegt eraan toe: “Maar je weet natuurlijk nooit wat de toekomst brengt. Tenslotte zijn er in Iraaks Koerdistan sinds 1994 zeker 4.000 mensen omgekomen bij partijtwisten.”

Bongul vindt het jammer dat de PKK “een beetje fanatiek” is. Hij denkt dat de Koerden zo veel sympathie bij het Europese publiek verliezen. Dat is waar de Duitse overheid op speculeert, zegt een van zijn Koerdische tegenstanders, Agyt Helbest, woordvoerder van het Kurdistan Informatie Centrum in Amsterdam. Dergelijke centra zijn in diverse Europese landen te vinden - ze zijn niet van de PKK, zoals geen enkele organisatie officieel de PKK vertegenwoordigt - maar volgens Helbest accepteren ze “de leidende rol van de PKK in de Koerdische nationale beweging”.

Volgens Helbest lokken de Duitse autoriteiten Koerdische geweldpleging uit, om de publieke gunst waarin de Koerden over het algemeen staan, te ondermijnen. Zoals afgelopen zaterdag: de demonstratie werd kort tevoren verboden, en natuurlijk konden de organisatoren toen de zaak niet meer afgelasten: bussen waren gecharterd, kosten gemaakt. Demonstranten zijn gefrustreerd en “je kan niet iedereen in de gaten houden”, met als resultaat: de bebloede hoofden van Duitse politieagenten op het journaal.

Helbest heeft zelf nog geprobeerd afgelopen zaterdag de zaak aan de Nederlandse grens te sussen. Hij onderhandelde “met de Nederlandse politie, met de Duitse kunnen we niet praten”. Duitsland is maar weinig beter dan de Turkse overheid, zegt Helbest. Heeft de PKK Duitsland dan zo langzamerhand de oorlog verklaard? “Nee, maar Duitsland wil het zelf wel graag.”

Eigenlijk zou Duitsland de PKK dankbaar moeten zijn, meent Helbest. “In je eigen land, in Turks Koerdistan, kun je niks doen. Je staat machteloos, en dan wordt het eigenlijk overal Koerdistan voor je. Iedereen heeft wel een familielid dat is vermoord door het Turkse leger, en iedereen weet dat die oolog met geld van het Westen wordt gevoerd. Het is zo logisch om te denken, ik gooi een steen door de ruit van een reisbureau of een Turkse bank. Dat dat niet veel meer gebeurt, komt in feite door een goeie organisatie. Je kan niet iedereen zomaar zijn eigen oorlog laten voeren, er moet discipline zijn, en daar speelt de PKK een belangrijke rol in. Zonder de PKK zou het echt een zootje worden.”