Reguleren, regulariseren of deregulariseren

DEN HAAG, 19 MAART. Legaliseren kan nog niet, verbieden kan niet meer. Dus wil de een het Nederlandse softdrugsbeleid 'regelen', de ander 'liberaliseren'. Gedogen lijkt te veel op 'laat maar waaien' of tolereren. Waarom niet reguleren (minister Sorgdrager), regulariseren (PvdA), decriminaliseren of liberaliseren (D66), kanaliseren (Groep-Nijpels) of, aan de andere kant van het spectrum, deregulariseren (CDA)?

Terwijl hasjwalmen zich steeds indringender door de wandelgangen verspreidden, worstelde de Tweede Kamer gisteren met het gedoogbeleid. Zoals bij de meeste Kamerdebatten bevolkten ook bij het drugsdebat verschillende belangengroepen de publieke tribune.

Elk Kamerlid leverde zo zijn eigen bijdrage aan de parlementaire spraakverwarring. “Hoe je het noemt maakt mij niet zoveel uit”, zei Korthals (VVD). Hij vindt dat de Nederlandse overheid van het gedoogbeleid af moet. Gedogen betekent volgens Van Dale 'dulden', 'door de vingers zien' of 'het tegenovergestelde van verhinderen'.

“Dan doe je iets wat niet mag, het is hypocriet en huichelachtig”, vindt Korthals. Een kant-en-klaar alternatief had hij overigens niet. “Het gedoogbeleid functioneert niet goed, maar het is onmogelijk om het aantal coffeeshops tot nul te reduceren. Dat is een gepasseerd station.” Toch een rukje in de richting van deliberalisering.

Dat is ook het standpunt van het CDA. Eigenlijk moeten de coffeeshops allemaal dicht (de nul-optie), maar “dat kan nu eenmaal niet binnen één dag”, zei CDA'er Van de Camp. Hij bepleit daarom een “inperking van het gedoogbeleid” voor softdrugs.

PvdA-woordvoerders Oudkerk en Van Oven willen niet af van het gedoogbeleid, maar wel van de term. Het lijkt te veel op 'laat maar waaien'. “Dat brengt een beeld mee van laissez-faire. Het suggereert een tolerante houding ten opzichte van crimineel en asociaal gedrag. Gedogen is een mixed-message: het mag niet, maar het kan wel. Dat wordt nergens begrepen, niet buiten, maar ook niet in Nederland”, aldus Oudkerk. “Wij noemen het regulariseren”, zei zijn fractiegenoot Van Oven. Volgens Van Dale betekent dat onder meer: 'legaliseren'. Maar dat woord wekt de toorn van het buitenland. Voor de PvdA betekent regulariseren dat er regels komen voor de aanvoer van softdrugs door kleine huistelers naar coffeeshops. Hiermee wil de partij de groothandelaren de voet dwarszetten.

D66 is “op den duur voor een regeling” voor de teelt en handel van nederwiet - op grond van het opportuniteitsbeginsel. Daarbij bepaalt het openbaar ministerie zelf welk strafbaar feit wel, en welk niet wordt opgespoord en vervolgd. De irritatie over de “geregelde wetsontduiking” (GPV) was het grootst bij de notoire tegenstanders, zoals het Kamerlid Schutte: “Zelfs de naamgeving moet verhullen dat hier gewoon wordt gehandeld in strijd met de wet.”

Zijn collega Rouvoet (RPF) kon het ook niet laten het hoge semantische gehalte van de discussie aan de kaak te stellen: “Het doet mij een beetje denken aan die militair die graag verlof wilde hebben, maar bang was dat hij het niet zou krijgen als hij het doel aangaf. Toen vroeg hij om perpendicularisatieverlof. Dat kreeg hij direct, omdat niemand durfde te vragen om welk soort verlof het ging.” In de ambtelijke binnenkamers van het ministerie van Binnenlandse Zaken werd tijdens het schrijven van de drugsnota, wellicht met die anekdote in het achterhoofd, het woord 'regaliseren' bedacht. Maar dat haalde de nota net niet.