Pleidooi van ondernemers; Belegger moet falende topman kunnen ontslaan

AMSTERDAM, 19 MAART. Beleggers moeten het recht krijgen om (falende) directeuren van bedrijven aan de kant te zetten. Dat zeggen de leiders van zo'n 160 aan de Amsterdamse effectenbeurs genoteerde bedrijven, zo blijkt uit een onderzoek van de Erasmus Universiteit.

Dezelfde ondernemers voelen er echter weinig voor om beleggers een rol van betekenis te geven als het gaat om invloed op financiële en strategische belissingen, zoals fusies en overnames, en op benoemingen van directeuren en commissarissen.

“Wanneer de aandeelhouder echter niet de volledige stembevoegdheid heeft, wordt het praktisch onmogelijk om aan het functioneren van het management consequenties te verbinden”, zo schrijven de auteurs van het onderzoek, dr. R. van Frederikslust en drs. A. van Veldhuizen. De enige optie die beleggers zonder stemrecht of invloed hebben is hun aandelen op de effectenbeurs te verkopen of naar de rechter te stappen om de directie uit haar functie te laten verwijderen.

Volgens Van Frederikslust en Van Veldhuyzen zien Nederlandse ondernemingen hun aandeelhouders nog steeds voornamelijk als kapitaalverschaffers die zich verder niet met besluitvorming of strategie van de onderneming moeten bezighouden. “De ondernemingen lopen eigenlijk een stukje achter bij de maatschappelijke discussie”, constateren de onderzoekers.

De managers zullen echter meer dan in het verleden de beleggers wel bij het bedrijf moeten betrekken omdat de typisch Nederlandse juridische beschermingsconstructies tegen ongewenste invloed van buitenstaanders op de helling gaan.

Uit cijfermateriaal blijkt dat ongeveer de helft van de bedrijven zich simpel kan beschermen tegen ongewenste invloeden door nauwere relaties aan te knopen met een groep van kernaandeelhouders. Dat zijn beleggers die op langere termijn bij de onderneming betrokken zijn. Nederland scoort tot verbazing van Van Frederikslust ongekend hoog als het gaat om het percentage aandelen dat in vaste hand is. In ongeveer de helft van de 160 onderzochte beursfondsen hebben vijf aandeelhouders samen 50 procent van de aandelen. “Dat zijn pensioenfondsen, bedrijven in dezelfde sector, familieleden bij voormalige familiebedrijven.” In Amerika ligt het percentage aandelen van de vijf grootste beleggers in een bedrijf gemiddeld op 25 procent, in Japan op 33 procent. “In Nederland is het ontzettend hoog. Dat had ik niet verwacht”, zegt Van Frederikslust.

Hij ziet in deze concentratie een aanknopingspunt voor inniger relaties tussen bedrijfsleiding en aandeelhouders. De animo daarvoor bij ondernemers is echter gering. Alleen de bedrijven zonder bescherming (18 van de 160 onderzochte) en enkele ondernemingen die nu eén beschermingswal hebben, zien een belangrijke rol weggelegd voor beleggers.