'Opleiding accountancy te weinig op praktijk gericht'

ROTTERDAM, 19 MAART. De hogeschoolopleidingen accountancy en fiscale economie zijn te weinig op de beroepspraktijk gericht. Dit komt door het ontbreken van 'beroepsprofielen', waarin beroepsorganisaties aangeven welke kennis, vaardigheden en beroepshouding studenten moeten leren. Tot die conclusie komt een visitatiecommissie onder leiding van prof. J.W. Schoonderbeek, die gisteren haar rapport aan de HBO-Raad heeft aangeboden.

De achttien onderzochte hogescholen werken wel met zelf opgestelde 'opleidingsprofielen', maar daarin zijn de eisen waaraan studenten moeten voldoen te globaal, aldus de commissie. Het gevolg is dat het onderwijs te “ongericht” is, en niet voldoende aansluit bij de praktijk.

De opleidingen accountancy en fiscale economie leiden op tot accountant-administratieconsulent, medewerker bij een registeraccountant of belastingadviseur. Werkgevers vinden dat afgestudeerden over te weinig communicatieve en sociale vaardigheden beschikken, niet voldoende zelfstandig kunnen werken, te weinig initiatief nemen en niet analytisch kunnen werken, zo blijkt uit het rapport. “Afgestudeerden doen zich nog niet kennen als afgestudeerden van hoger onderwijs”, concludeert de commissie.

Volgens de commissie moet het onderwijs in de eerste jaren van de studie worden verbeterd. De propedeuse is te algemeen, waardoor studenten geen goed beeld krijgen van de rest van de studie. In de latere jaren moet er meer tijd komen voor praktijkopdrachten. Ook moeten de opleidingen betere begeleiding bieden bij stages en duidelijker eisen stellen voor de afstudeeropdracht, aldus de commissie.