ODYSSÈAS ELYTIS 1911-1996; Tegen het kwaad

Met het overlijden gisteren van de Griekse dichter en Nobelprijswinnaar Odyssèas Elytis (pseudoniem voor O. Alepoudèlis) is de laatste grote dichter heengegaan van de Griekse 'Generatie van 30'. Elytis werd 85 jaar oud. Tot de 'Generatie van 30' behoorden ook de andere Griekse Nobelprijswinnaar Yorgos Seferis, Yannis Ritsos en de surrealisten Embiríkos en Engonópoulos.

Met Elytis verloor Griekenland ook zijn laatste van zijn 'nationale dichters', die, vaak in grootse, visionaire poëmen, de grote gebeurtenissen van hun tijd poëtisch verwerkten.

Het werk waarin Elytis dit bij uitstek heeft gedaan, en dat ook de reden was voor zijn Nobelprijs in 1979, is Axion esti, ofwel Lof zij. Het verscheen in 1959, nadat Elytis twaalf jaar geen poëzie had gepubliceerd. Deze tijd heeft hij nodig gehad om alle ellende van Griekenland uit de jaren veertig (bezetting en burgeroorlog) poëtisch te verwerken en uiteindelijk tóch in een lofzang te kunnen laten uitmonden.

Daar was een hele poëtische ontwikkeling aan voorafgegaan. Elytis, geboren in 1911, was omstreeks 1935 met het surrealisme in aanraking gekomen. Daaraan dankte hij een bevrijding van zijn poëtische expressie en beeldende kracht, maar eind jaren dertig had hij er alweer afstand van genomen. Wèl is zijn werk uit die tijd nog vooral poëzie van levensaanvaarding, van 'zon, zee en eilanden', van zijn geliefde Egeïsche Zee. Daar is hij ook wel op aangesproken: zijn poëzie uit die periode (in Oriëntaties, 1940, en Zon de Eerste, 1943) zou alleen maar van een oppervlakkig optimisme getuigen. Maar hij wilde alleen maar de goede kant van de wereld laten zien, niet om het kwaad en de dood te ontkennen, maar om een tegenwicht te bieden. Na wat er in de jaren veertig was gebeurd, kon hij eenvoudig het kwaad niet meer buiten zijn poëzie houden, om dus, na jaren van zwijgen, uiteindelijk dan toch opnieuw in een lofzang uit te barsten. Maar dan nu een lofzang waarin ook een groot middendeel 'Het lijden' is ingebouwd.

Axion esti geniet in Griekenland algemene bekendheid doordat Theodorakis al spoedig delen van de tekst gebruikte voor zijn gelijknamige 'volksoratorium'. Bepaalde liederen kan elke Griek meezingen. Na alle verslagenheid en vernedering die in Griekenland nog de hele jaren vijftig overheersten, was er met dit gedicht een verheerlijking van het recente verleden die links Griekenland nieuwe moed gaven. Overigens is het niet zo dat Elytis zelf in zijn opvattingen nu zo progressief was; met de liefde voor het Grieks eigene (en zijn afkeer van westerse invloeden) sprak hij weliswaar ook tot de verbeelding van het populistisch-progressieve Griekenland van die jaren, maar zijn algemene opvattingen waren in feite juist veeleer conservatief van aard. De laatste jaren was hij dan ook sympathisant van de chauvinistisch-conservatieve partij 'Politieke lente', die hem vorig jaar zelfs kandidaat stelde voorhet Griekse presidentschap.

Van de vele latere bundels van Elytis valt vooral de grote compositie Maria Nefeli (1978) op, waarin eindelijk het moderne, stedelijk Griekenland wordt verbeeld. Tot het eind toe is Elytis blijven schrijven, ondanks de ziekte die hem reeds jarenlang kwelde. Deze winter nog is een nieuwe dichtbundel van zijn hand verschenen.

Er zijn ook in het naoorlogse Griekenland heel wat mooie en belangrijke dichters opgestaan, maar tot nog toe niet een overheersende figuur als Elytis en zijn generatiegenoten. Reeds in 1984 sprak hij in Dagboek van een onzichtbare april (1984), als volgt over de dood: “Alles verdwijnt. Voor ieder breekt het uur aan./Ales blijft. Ik ga weg. Wat jullie nu verder betreft, nog maar eens zien.”