Jonge promovendi moeten niet zo klagen

In deze krant geeft Jeroen Bartelse naar aanleiding van universiteitsplannen om te komen tot een beurzenstelsel een zuiver theoretische, maar vooral onjuiste weergave van het promoveren aan een universiteit (1 maart, 'Promotiestelsel aan de universiteit barst uit zijn voegen'). Een beeld dat reeds lang verleden tijd is.

Wat is de praktijk? Het gros van de huidige aio's en oio's en de toekomstige 'beurspromovendi' (hier gemakshalve samengevat onder de term 'promovendus') is werkzaam in natuurwetenschappelijke en technologische disciplines. Zo'n promotie dient, net als een gewone baan, het nut van de werkgever (universiteit annex overheid) en de werknemer. Voor universiteit en overheid zijn de promovendi letterlijk de werkpaarden van het Nederlands wetenschappelijk en technologisch onderzoek. Zij zijn jong en creatief, zij maken onderzoeksplannen, voeren experimenten uit en schrijven artikelen. Aan het eind van de rit worden de promovendi beoordeeld op het aantal en de kwaliteit van hun artikelen, hetgeen valt af te lezen uit publicatie in internationale tijdschriften van verschillend niveau.

Het proefschrift is vaak niet meer dan een weerslag van deze publicaties. Ook behoort het tot de taak van promovendi onderwijs te geven aan studenten, hetgeen zo'n tien procent van hun tijd in beslag neemt. Voor de promovendus, de werknemer, is een promotie een carrièrekeuze waarbij de promoven dus zich typische onderzoeksvaardigheden als analytisch denken en zelfstandig werken kan aanleren. Die onderzoeksvaardigheden kunnen nuttig zijn voor een carrière in de academie, met als hoogst haalbare het professoraat, maar evenzeer voor een carrière buiten de universiteit, in het bedrijfsleven of bij de overheid. Een kijkje op zijn eigen Technische Universiteit had Bartelse het inzicht kunnen geven dat zeker de helft van de promovendi een carrière in het bedrijfsleven ambieert, terwijl een gesprek met bedrijfsmanagers hem had kunnen leren dat zij de analytische kwaliteiten van hun gepromoveerde werknemers bijzonder waarderen. Promoveren is dus niet wetenschapsintern, maar wetenschappelijk georiënteerd. Zowel het proces, de aangeleerde vaardigheden, als het product, de publicaties, zijn belangrijk. Het is letterlijk een proeve van bekwaamheid, die vervolgens elders kan worden toegepast. Na hun promotie komen promovendi dan ook niet zelden buiten hun oorspronkelijke vakgebied terecht.

Mag je nog wel van een opleiding spreken? Hier rijst de vraag waarom promovendi zichzelf menen te moeten onderscheiden van andere beroepsgroepen. Iedere verstandige werkgever ziet in dat werken een continu leren is door ervaring en opleidingen. Zo ook de universiteit. Een promotie is dan ook geen school, maar een baan waar je leert door te doen, zoals een beginnendmarketeer zich in de praktijk pas echt marketing-vaardigheden eigen maakt. Niet voor niets geldt het publish or perish: om te publiceren zul je je moeten ontwikkelen tot een goed onderzoeker. Dat kan niet alleen door het volgen van de zoveelste cursus, dat kan vooral door nadenken, experimenteren, bijeenkomsten bij te wonen en te overleggen, kortom: door te werken. We spreken hier over een groep hoog-opgeleide jong-volwassenen, die na een sollicitatieprocedure als besten geselecteerd zijn voor hun taak. Van hen mag verwacht worden dat zij in overleg met hun werkgever hun eigen opleidings- en ontwikkelingstraject kunnen vormgeven. Gevreesd moet worden dat geen andere beroepsgroep het eigen 'werkend leren' zozeer onderwaardeert door telkens te jengelen om meer onderwijs.

Hoe zit het ten slotte met het beurzenstelsel? De invoering hiervan is uiteraard het directe gevolg van de decentralisering van de wachtgelden richting de universiteiten. De invoering zal een forse verlaging betekenen van de beloning voor het werk dat promovendi verrichten, en in een vrijemarkteconomie zul je dan alleen voldoende mensen bereid vinden als eldersgeen werk is. Helaas is het een feit dat dat bij de huidige ruimte op dearbeidsmarkt geen probleem zal zijn. Maar is invoering verstandig? Alles draait hier om kwaliteit. Bij een lagere beloning zal de trek naar andere sectoren groter zijn. Welke 25-jarige wenst vier jaar lang rond te komen van een salaris onder het minimum? Een goede student verdient elders gauw het drievoudige. De universiteit blijft kortom zitten met de mindere broeders en zusters en misschien een enkele briljante idealist. Gemiddeld zal de kwaliteit van de promovendus afnemen.

Maar het zijn wel deze mensen die het Nederlands onderzoek vormgeven, de toch al beperkte onderzoeksbudgetten besteden en de volgende generatie studenten opleiden. Voorwaar een taak waarvoor je liever alleen de beste mensen aantrekt! Helaas valt te verwachten dat veel universiteiten en ook NWO letterlijk 'eieren' voor hun geld zullen kiezen en het beurzenstelsel invoeren. Maar de universiteit die nu besluit de salarissen van promovendi juist te verhogen, kan de beste studenten selecteren en zich ontwikkelen tot topuniversiteit voor onderwijs en onderzoek. Alleen universitair eigenbelang zal de invoering van het beurzenstelsel kunnen voorkomen en de ontwikkeling van een professionele research-organisatie stimuleren. De technische universiteiten hebben dit reeds onderkend en blijven aanstellen onder het oude regime.