Hamas-terreur

Hoop en werkelijkheid lopen wel heel erg door elkaar in het artikel 'Samenwerking kan de terreur doorbreken' van J.H. Sampiemon in de krant van 8 maart.

Als het al zo zou zijn dat “de geschiedenis heeft [...] bewezen dat staat en volk [van Israel] heel goed kunnen voortbestaan in een door Arabieren en islam gedomineerde regio, ja zelfs met een belangrijk Arabisch element binnen de eigen grenzen”, dan nog vrees ik dat, anders dan Sampiemon lijkt te suggereren, bij een toekomst van duurzame vrede meer komt kijken.

In de eerste plaats moet de Israelische regering de indruk hebben dat het een betrouwbare Palestijnse gesprekspartner tegenover zich heeft. Ten tweede moet deze gesprekspartner Israel ervan kunnen overtuigen dat hij zijn achterban in bedwang kan houden.

In dit licht bezien, zo vrees ik, moet aan de recente Hamas-terreur meer betekenis worden toegekend dan die van een 'achterhoedegevecht'. Als iets duidelijk is geworden de afgelopen weken, dan is het wel dat Arafat zonder vergaande politionele maatregelen de Hamas-terreur niet de kop in kan drukken. Verder is wellicht de vraag gerechtvaardigd in hoeverre er geen groot gat gaapt - om wat voor reden dan ook - tussen de beloften van Arafat aan Israel en zijn daadwerkelijke bereidheid op te treden tegen extremistische elementen in de Palestijnse samenleving.

De thans bestaande vrede tussen Israel en de PLO is een zeer broze vrede, zeker nu in Israel een premier aan de macht is in wie de bevolking nooit veel vertrouwen heeft gehad. Voeg daarbij dat men in zeer brede lagen van de Israelische bevolking op z'n zachtst gezegd nog moet wennen aan de idee van Arafat als onderhandelingspartner, en het lijkt mij duidelijk dat, anders dan Sampiemon stelt, de Israeliërs niet “het voorrecht [hebben] dank zij hun eigen geschiedenis het hoofd koel [te] kunnen houden”, net zo min als de Palestijnen in zo'n positie verkeren.