Grondpolitiek (2)

E.J. Bomhoff schrijft over de, naar zijn mening, te hoge vergoeding voor boeren als hun land onteigend wordt. Echter: een boer is een ondernemer, die grond als productiemiddel gebruikt. Bij goed gebruik en verstandig beheer kan dat productiemiddel honderden jaren primaire producten voortbrengen en daarmee zinvolle en onafhankelijke arbeid en een inkomen aan hem en zijn nazaten verschaffen.

Als er dusdanig grote gemeenschapsbelangen zijn, dat een ondernemer gedwongen afstand moet doen van zijn productiemiddelen (grond en opstallen), dan is het redelijk dat hij van de gemeenschap elders gelijkwaardige middelen krijgt, plus vergoeding van verplaatsingskosten, inkomstenderving gedurende de tijd van verplaatsing en een 'smartegeld' voor het gezin als bestaande sociale contacten worden verbroken doordat de nieuwe locatie op grote afstand ligt.

Als geen productiemiddel kan worden aangeboden is passende omscholing voor een ander geschikt beroep en een gegarandeerd vaste baan voor zowel de ondernemer als zijn directe opvolger(s) nodig plus een overbruggingsuitkering tijdens de tijd van nascholing. Als geen passend werk kan worden gegarandeerd moet een voldoende hoge lijfrente worden gegeven.

Dat hakt er flink in, maar het dwingt de overheden wel tot een goede afweging van maatschappelijke kosten. Ook het verplaatsen van niet-agrarische bedrijven kost veel geld. Wil men dit op fatsoenlijke wijze doen, dan kan een Betuwelijn of uitbreiding van haven of vliegveld wel eens te duur blijken.