Feyenoord verliest kort geding over tv-rechten

UTRECHT, 19 MAART. Feyenoord heeft vanmorgen het kort geding tegen de voetbalbond KNVB over de sportzender verloren. De vice-president van de Utrechtse rechtbank, mr. H.F.M. Hofhuis, wees vanochtend een vordering van de Rotterdamse club op alle gronden af. Feyenoord wilde zelf de televisierechten uitbaten van wedstrijden in het eigen stadion en niet deelnemen aan een collectief contract van de voetbalbond met het sportkanaal.

Feyenoord legt zich niet neer bij de uitspraak en gaat in beroep. “Desnoods tot aan de Hoge Raad”, zei Feyenoord-advocaat mr. H. Mentink. De club begint een bodemprocedure. Feyenoord zal bovendien klachten indienen bij het ministerie van Economische Zaken en bij de Europese Commissie. De club vindt dat de KNVB mededingingsregels overschrijdt. Daarover wilde de rechter vanochtend geen oordeel vellen.

Feyenoord dreigt vanaf augustus de camera's van het nieuwe sportkanaal de toegang tot het eigen stadion te weigeren. “Daarover heeft de rechtbank zich niet uitgelaten, dus dat is zeker nog een mogelijkheid”, aldus Mentink.

Feyenoord-voorzitter J. van den Herik was vooral teleurgesteld over de uitspraak dat de KNVB verplichtingen mag aangaan voor zijn leden. “Wij hebben altijd zelf onderhandeld over de uitzendingen van live-wedstrijden in ons eigen stadion”, aldus Van den Herik. De advocaat van de bond, mr. H. Utermark, zei verheugd te zijn over de uitspraak. “We hadden dit verwacht en gehoopt. De rechter heeft een duidelijk vonnis uitgesproken, terwijl het hier toch ging om een ingewikkelde materie.” En woordvoerder H. Rozie: “Deze uitspraak is belangrijk voor de voortgang van het betaald voetbal.”

De vice-president van de Utrechtse rechtbank bepaalde verder dat de tv-rechten toekomen aan de KNVB én de clubs. Dat Feyenoord in de algemene vergadering van het betaalde voetbal tegen het contract met het sportkanaal stemde, is volgens Hofhuis niet relevant. De kritiek van Feyenoord dat de KNVB als vereniging met het uitbaten van de rechten geen winst mag maken, werd door de rechter ongegrond verklaard. De opbrengsten worden immers verdeeld onder de clubs.