Dakloze in Parijs levend verbrand

PARIJS, 19 MAART. Een mevrouw op de eerste verdieping aan de Place Franz Liszt hoort tegen half vijf in de ochtend schreeuwen op straat. De daklozen in de portieken en op de treden van de Saint-Vincent-de-Paul-kerk ruziën wel vaker. De kreet is zo heftig dat de mevrouw toch gaat kijken. Zij ziet een man in brand staan. Zij heeft geen telefoon en weet niet wat zij moet doen. Een half uur later is hij half verkoold en dood.

Fabrice Gaulin (39) was meer een trekker dan een typisch Parijse clochard, in het huidige socio-ambtelijk spraakgebruik een SDF (sans domicile fixe) genaamd. Hij groeide op in Ruillé-sur-Loir in de Sarthe-streek. Zijn moeder vertelt vandaag aan Le Parisien dat hij op zijn negentiende trouwde maar al snel door zijn zwangere vrouw werd verlaten. Daarna was het nooit meer goed met hem gekomen. “Hij dronk, net als zijn vader.”

Omwonenden vertellen in gradaties van schaamte en verbijstering dat zij iets hebben gehoord, gezien, gedacht. Een meneer die in de Rue Lafayette, om de hoek bij de kerk, woont zegt dat zijn vrouw een man die brandde als een fakkel voor hun huis tegen een hek zag struikelen en op de grond neervallen. Het asfalt van de stoep is daar gesmolten.

De wijk rondom het Gare du Nord kent veel daklozen. Roger le Belge, die aan de andere kant van de kerk twee parasols op de stoep heeft staan, werd een kwartier eerder lastig gevallen door 'drie types van Europese afkomst'. Hij dankt zijn leven aan twee honden. Misschien hebben zijn drie aanvallers daarna Fabrice aangepakt. Om zijn bijstandsuitkering te pakken, niemand weet het voorlopig. Zeker is dat de ongelukkige is overgoten met de spiritus waarmee hij in een conservenblikje nog een stukje kalkoen had gebakken. Hij moet zich in zijn blauwe slaapzak veilig gewaand hebben, voor de kerk die gewijd is aan de schutspatroon van de armen. Galeislaven en zieken, verzorgd door broeders en zusters van de christelijke naastenliefde sieren het fronton.