Da Vinci in Tongeren

Het Laatste Avondmaal is het hele jaar voor groepen toegankelijk. Afspraken: 00.32.14541001. Individuele bezoekers van 1 mei t/m 30 sept. dag. behalve vrij.; in de maanden maart, april en okt. elke zondag (behalve Pasen). Toegang BF 50,-.

Alvorens de kloostertuin kan worden betreden moet met een sleutel ter grootte van een mensenhand een zware poort worden geopend. Hier, binnen de ommuurde priëlen van de abdij van Tongerlo, bevindt zich een opmerkelijk nieuw bouwwerk: een lage, rechthoekige doos van baksteen, waarin ramen ontbreken. Via een halletje betreden we het heiligdom. Nadat de lichten zijn ontstoken, staan we oog in oog met het imposante werk dat de gehele achterwand beslaat: een op ware grootte (424 x 803 cm) op doek geschilderde replica van Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci.

De 116.000 bezoekers van de Da Vinci-tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam, die zondag de deuren sloot, zagen een zeer moderne, met behulp van computer en spray-techniek vervaardigde replica. Het werk dat enkele tientallen kilometers bezuiden de Nederlandse grens is te zien, is een van de oudste kopieën van de beroemde voorstelling in de refter van het dominicanenklooster Santa Maria delle Grazie in Milaan.

Het team dat zorg droeg voor de restauratie van het fresco in Milaan is hier verscheidene keren op studiebezoek geweest, vertelt pater Kees. Hij wijst op de voetenpartij die onder het tafelkleed is te zien, die op het oorspronkelijke werk al vrijwel was verdwenen. Deze kopie zou niet zo bijzonder zijn geweest, als Het Laatste Avondmaal in Milaan niet van meet af aan door rampspoed was bezocht. Da Vinci wendde niet de gebruikelijke fresco-techniek aan, door snel in het nog vochtige mortelspecie te werken, maar schilderde tussen 1495 en 1498 volgens een niet achterhaalde methode. Hierdoor, en door de grote vochtigheid van de reftermuur, verdwenen al na twintig jaar belangrijke stukken van het tafereel.

Het werk in Milaan werd nog eens aangetast door onachtzame Napoleontische soldaten en door een bominslag in de Tweede Wereldoorlog. Het ergste bleken de bezoekers die daarna kwamen: meer dan 250.000 per maand. Het vuil en vocht dat zij met zich meebrachten deden de voorstelling in de ongeventileerde ruimte verder vervagen. Sinds kort is de refter, na een grondige restauratie van drie miljoen gulden, weer te betreden. Nu kan in groepjes van maximaal twintig mensen het werk worden bekeken. Bezoekers gaan, alvorens de streng geklimatiseerde zaal te betreden, door een luchtsluis en moeten hun voeten afvegen op een geprepareerde mat.

Over de oorsprong van de kopie bestaat geen absolute zekerheid. Waarschijnlijk is het doek 10 à 20 jaar na de vervaardiging van het origineel gemaakt door Andrea Solario. Deze schilderde tussen 1507 en 1509 in opdracht van kardinaal Georges d'Amboise, aartsbisschop van Rouen en eerste minister van Lodewijk XII, een laatste Avondmaal in het kasteel van Gaillon. De inventarislijst van dit kasteel in 1540 maakt melding van een grote kopie van Het Laatste Avondmaal.

Prelaat Streyers, zoveel is zeker, kocht in 1545 voor 450 Rijnsgulden het werk van een zekere Jean Le Grand in Antwerpen. Het doek werd in het koor van de abdijkerk van Tongerlo gehangen; Rubens en Van Dijck kwamen het bewonderen en Teniers maakte er een kopie van in opdracht van aartshertog Leopold-Willem. Gedurende de Franse Revolutie werd met Het Laatste Avondmaal rondgezeuld, wat de conditie van het werk niet ten goede kwam. In 1840 werd het teruggeschonken aan de abdij. Het herhaald op- en afrollen van het doek, dat door de Norbertijnen gedurende dertig jaar - vergeefs - te koop werd aangeboden en naar potentiële kopers verzonden, tastte de kwaliteit verder aan. Bij terugkeer in Tongerlo, tussen 1902 en 1904, werd het gerestaureerd, ingelijst en opgehangen in het oostelijk transept van de abdijkerk.

In april 1929 brak brand uit in de kerk. Panische kloosterlingen sneden in allerijl het doek uit de sponning en sleepten het - in talloze kreuken en scheuren - naar buiten. Vervolgens werd het onoordeelkundig opgerold en geborgen - naar later bleek was de hele operatie niet nodig geweest omdat alleen het dak van de abdij vlam had gevat. Het Tongerlose laatste Avondmaal werd in 1932 verdoekt en bijgewerkt, aan het eind van de jaren vijftig werd in Brussel weer een restauratie uitgevoerd waarna het onderdak kreeg in de met optimale klimatologische omstandigheden uitgeruste zaal.

Pater Kees vertelt hoe ook daarna de goden het doek ongunstig gezind waren. Inbrekers die het hadden gemunt op het werk van een plaatselijke kunstenaar dat tijdelijk aan de zijwanden hing, verschaften zich toegang tot de zaal via een ventilatiekoker achter het doek. De enkele meters grote winkelhaak die dat tot gevolg had, is inmiddels ook niet meer te zien. De paters gebruiken hun 'Da Vinci-museum' nu sporadisch om er de mis op te dragen, 's zomers is de zaal toegankelijk voor bezoekers.

Wim van Sinderen, organisator van de Da Vinci-tentoonstelling in de Kunsthal, was verrast toen hij vernam van de zo nabije, betrekkelijk gave Avondmaal-kopie. Hij slaat het standaardwerk over The Last Supper van Ludwig H. Heydenreich erop na. De door Da Vinci-vorsers meest geraadpleegde replica is die van André Dutertre, geschilderd kort voor de jaren (1796-1801) dat de Napoleontische soldaten hun hoofdkwartier in het Milanese dominicanenklooster inrichtten. De kopergravure van Dutertre's Avondmaal bevindt zich in het Ashmolean Museum in Oxford. Het ontstaan van de Tongerlose kopie wordt gesitueerd in de jaren 1510-1514, dus toen Da Vinci (1452-1519) nog leefde, en toegeschreven aan zijn leerling Solario. “De trots van de paters”, zegt Van Sinderen, “is beslist gerechtvaardigd.”