Walvissengehuil en glimwormen bij Tortoise

Concert: Tortoise. Gehoord: 16/3 Arena, Amsterdam.

Ergens tussen trip hop en easy listening ontstond de muziek van Tortoise. Vijf muzikanten uit Chicago creëren een geluidsdecor op basis van het rock-instrumentarium, maar zonder rockformules. Tortoise maakt instrumentale muziek die zich bij ontstentenis van refrein en couplet, lineair ontwikkelt. Evocatief als de cowboy-filmmuzieken van Ennio Morricone, ontspannen als een jazzcombo.

De instrumentale, 'beelden oproepende' muziek is de laatste jaren populair geworden dankzij ambient-muzikanten als The Orb en Aphex Twin. Maar het bijzondere aan Tortoise is dat dit soort muziek nu eens wordt gemaakt met akoestische instrumenten. Er wordt niet geknutseld met collages en electronica, het verhaal laat zich vertellen in organische klanken.

De tweede cd die inmiddels van Tortoise is verschenen, Millions Now Living Will Never Die (1996), klinkt voorzichtig, met sluimerende percussie, diepe orgels als van ver komend walvissengehuil en langzaam knerpende gitaarsolo's. Even stuwt alles samen tot een rollende golf van klanken, dan keert de rust weer terug in de gelederen.

Prominent in de muziek is het instrument dat zich makkelijk laat associëren met easy listening: de vibrafoon. Bij Tortoise klinkt die niet 'gezellig', maar met fonkelende accenten, als glimwormpjes in het duistere geheel van geluiden.

Hoe mooi Tortoise op de cd ook is, zaterdagavond in de Arena bleek dat de muziek live niet erg overkomt. Het ontbreken van een stem is geen gemis, maar wel het ontbreken van een frontman die contact maakt met de zaal. Nu stonden de muzikanten met ronde ruggen en turende ogen te spelen, maar was er niemand die zich om het publiek bekommerde. De liefhebbers in de uitverkochte Arena stond er verloren bij. Het enige dat met waardering kon worden opgemerkt is dat de groep het geluid van de cd wonderwel weet te reproduceren.