Volkscongres China tegen willekeur bij detentie verdachten

PEKING, 18 MAART. Het Nationaal Partijcongres, het Chinese parlement, heeft zijn jaarlijkse vergadering gisteren afgesloten met de formele bekrachtiging van twee wetsvoorstellen die een einde moeten maken aan de willekeurige opsluiting en vervolging van verdachten.

Volgens de wetstekst mogen verdachten niet langer dan dertig dagen in hechtenis worden genomen, krijgen gedaagden eerder de mogelijkheid contact op te nemen met een advocaat, wordt veroordeling zonder vorm van proces uitdrukkelijk verboden en krijgen Chinese burgers het recht op compensatie wanneer zij onjuist zijn behandeld door de autoriteiten. Verder is de overheid voortaan verplicht bewijzen te overhandigen alvorens zij het recht heeft vergunningen in beslag te nemen, bekeuringen uit te delen en mensen op te sluiten.

De bekrachtiging van beide wetten was veruit de opmerkelijkste vooruitgang die werd geboekt tijdens de verder zeer kleurloze bijeenkomst, die dertien dagen heeft geduurd. De vierde sessie van het achtste NPC, dat doorgaans zonder discussie de wetten, die door de communistische partij zijn voorgekookt, goedkeurt, werd echter overschaduwd door de spanningen rondom Taiwan.

Desalniettemin spraken de Chinese kranten van een doorslaand succes en Qiao Shi, de voorzitter van het NPC, noemde een van de aangenomen documenten, aangaande een economische blauwdruk voor de komende vijftien jaar, “het schitterendste document voor de eeuwwisseling dat ooit is gecreëerd in China's geschiedenis”. Maar tevredenheid binnen het communistische systeem betekent doorgaans dat vrijwel geen opmerkelijke veranderingen hebben plaatsgehad en dat, in het geval van het NPC, de bijna drieduizend leden zich overeenkomstig de partijdiscipline hebben gedragen en zich dus hebben onthouden van hoorbare kritiek. Dat was vorig jaar nog aanmerkelijk anders toen 36 procent van de gedelegeerden zich uitsprak tegen de aanstelling van Jiang Chunyun, een protégé van president Jiang Zemin, die voorgedragen werd voor de benoeming tot vice-premier. Met die stemming bereikte het NPC een historisch hoogtepunt omdat nooit tevoren zoveel gedelegeerden hun onvrede hadden getoond met een voorstel van de communistische partij.

De oppositie was dit jaar uiterst minimaal. Het hoogste percentage tegenstemmers werd geregistreerd tijdens het aannemen van het jaarrapport van de procureur-generaal Zhang Siqing. 27 procent van de gedelegeerden stemde tegen of onthield zich van een mening uit onvrede over de geringe vooruitgang die is geboekt bij de bestrijding van corruptie.

Tijdens het huidige NPC was ook geen sprake van een petitie-beweging die vorig jaar nog zo hoorbaar aanwezig was. Volgens waarnemers heeft dat met name te maken met het feit dat de meeste dissidenten inmiddels in het buitenland verkeren, gevangen zitten of anderszins monddood zijn gemaakt.

Ironisch genoeg zijn het met name de dissidenten die de uitkomst van het gisteren afgesloten NPC het meest zullen verwelkomen. De door het NPC aangenomen wetten die verdachten rechtsbescherming bieden beantwoorden voor een groot deel aan de eisen die vele dissidenten vorig jaar in hun petities hadden opgesteld. Veel politieke gevangenen worden tot op heden zonder enige vorm van proces en rechtsbijstand lange tijd vastgezet en veroordeeld.

Rest nu nog de vraag of China in staat zal zijn de wetten daadwerkelijk ten uitvoer te leggen. Want, zoals een dissident na afloop van het congres liet weten, “China beschikt over vele prachtige wetten, die goed klinken op papier, maar in de praktijk slechts zelden worden toegepast”.