Uitlatingen van Kok over EMU gehekeld

DEN HAAG, 18 MAART. De grote partijen in de Tweede Kamer bekritiseren premier Kok wegens diens toespelingen op een latere ingangsdatum van de Economische en Monetaire Unie (EMU) dan 1 januari 1999.

Kok deed zijn gewraakte uitspraak afgelopen vrijdag, na afloop van de ministerraad. Als geen enkel land in staat is zich op tijd te kwalificeren voor de muntunie en de keuze is tussen versoepeling van de toetredingsnormen of een latere ingangsdatum, dan kiest Kok voor het laatste, zo liet hij weten. “Ik vind het vreemd dat Kok hier zelf over begint”, zegt VVD-woordvoerder H. Hoogervorst desgevraagd. “Ik ben nog helemaal niet aan die afweging toe”. “Niet aan de orde”, vindt ook de financieel specialist F. van der Ploeg van de PvdA. “Ik kijk er nog het meest genuanceerd tegenaan van iedereen. Toch vind ook ik elke uitspraak over een mogelijk uitstel van de EMU onverstandig. Elke nuancerende uitspraak kan ertoe leiden dat we de normen voor toetreding niet halen.”

Ook D66-woordvoerder G. Ybema betreurt de uitspraken van Kok: “Nederland heeft tot nog toe steeds vastgehouden aan de criteria en de datum. De premier heeft dat nog onlangs op de top van Madrid herbevestigd. Je kan die datum niet zomaar loslaten. Als we het echt willen, moet het lukken. Dat is een kwestie van politieke wil”. CDA-Tweede Kamerlid G. Terpstra vindt het “onverstandig om twee jaar van te voren al over uitstel te beginnen”.

Wel zijn de Kamerspecialisten het eens met Wim Kok waar het gaat om het niet aanpassen van de criteria. Kok noemde zo'n aanpassing afgelopen vrijdag “een doodzonde”.

Bij de criteria voor toetreding tot de EMU gaat het met name om het begrotingstekort dat naar EMU-maatstaven onder de 3 procent moet liggen en om een staatsschuld die niet hoger mag zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands produkt (BBP). Aan de eerste maatstaf voldoet Nederland volgens prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) ruim. De staatsschuld is te hoog, maar beweegt zich wel in de goede richting, hetgeen volstaat. Volgens berekeningen van het CPB bedraagt de staatsschuld volgend jaar 78 procent van het BBP. Minister Zalm (Financiën) wil deze zogeheten staatsschuldquote met minimaal één procentpunt terugdrukken. PvdA-woordvoerder F. van der Ploeg vindt een minieme daling tot 77,9 “bevredigend genoeg”.