'Stukkie gras kussen na een doelpunt' Door PAUL DE LANGE

Ik ben best bijgelovig. Als ik bijvoorbeeld door een spoortunnel fiets op het moment dat boven me een trein rijdt, dan mag ik een wens doen. Die tunnel bij Schiphol - je weet wel, die onder die taxi-baan voor vliegtuigen doorgaat - is de beste van allemaal. Rijdt er een toestel overheen als ik er in ga, dan mag ik namelijk een dubbele wens doen. Meestal wens ik iets dat niets met sport te maken heeft. Bijvoorbeeld dat m'n afstuderen goed gaat.

Bij het hockey heb ik een bijgeloof waar veel mensen om moeten lachen. Na een doelpunt van ons ren ik altijd naar het stukkie gras waar de linker zijlijn en de middenlijn bij elkaar komen. Dan kus ik m'n hand en druk die hand vervolgens tegen het gras. Tot voor een aantal jaren stond daar altijd een vlag. Met die vlag is het eigenlijk begonnen. In de jeugd kreeg ik namelijk nogal wat kritiek. Daar kon ik niet goed tegen en dus ging ik die vlag zo'n beetje als m'n enige vriend in het veld beschouwen. Na een doelpunt van mezelf raakte ik 'm dan even aan. Later ben ik dat ook na doelpunten van ploeggenoten gaan doen. Nu die vlag is weggehaald, raak ik het gras aan. Wel jammer hoor, dat die vlag er niet meer staat. Het had altijd iets gezelligs.

Met HGC en de nationale ploeg hebben we als groep ook verschillende bijgeloven. Als we op een toernooi bijvoorbeeld een goede wedstrijd hebben gespeeld, dan zit iedereen voor het volgende duel altijd op precies dezelfde plaats in de bus. Wil je toch ergens anders zitten, dan kan je dat maar beter laten. Voor je het weet heb je namelijk ruzie.